Strakheid

Als een gebogen lijn een heel trage, zwakke buiging heeft, wordt hij bijna een rechte lijn. Hoe essentieel dat is, zien we bij Arnulf Rainer en Sol Lewitt.

Medium sol 20lewitt 20cubes  20groene

Twee soorten lijnen zijn er: rechte lijnen en lijnen die gebogen zijn. Eigenlijk is de rechte lijn de meest bijzondere van die twee – tenminste, als je de zichtbare wereld als uitgangspunt neemt. Terwijl gebogen lijnen alle kanten op kunnen buigen of slingeren, zijn er van de rechte lijn eigenlijk geen varianten: die is of recht of niet recht. Bijvoorbeeld: het rechthoekige zwarte volume van Sol Lewitt, dat nu ter sprake komt, is een nauwkeurige samenvoeging van drie geheel identieke kubussen. Elk daarvan meet 1 x 1 x 1 meter – ik zou zeggen de meest normale en daarom ook neutrale maat. Natuurlijk hadden de kubussen óók 123 x 123 x 123 centimeter kunnen meten, maar in de praktijk van Lewitt zijn dat toch willekeurige afmetingen. Als je zulke eigengereide maten wil gebruiken, moet je maar andere kunstwerken maken. Zoiets zou Sol gezegd kunnen hebben. Dan moet je maar, als Arnulf Rainer, zulke zwarte gouaches op karton gaan schilderen. Zelf gebruikte Lewitt altijd zo normaal mogelijke maten (een meter dus) zodat de kijker zich niet het hoofd hoefde te breken. Ten opzichte van 100 centimeter is 123 centimeter een afwijking. Misschien zou een kijker naar het waarom daarvan gaan gissen. Dat is niet de bedoeling. Want er is een reden dat dit kunstwerk er zo oogverblindend simpel uitziet. Wat Lewitt de kijker laat zien is geen impulsief verzinsel maar een concrete constructie. Om die te zien moet je allereerst je ogen gebruiken.

Medium rainer 20dsc 0089
Omdat het beeld zo roerloos zwart is, oogt het karig, maar toch valt er veel in te zien

Laten we zeggen: gegeven zijn drie van die kubussen van een meter. Ze zijn gemaakt van polyester en glanzend zwart gelakt zodat ze eruitzien als gepolijst marmer. In plaats dus van nobel en luxueus zijn ze een industriële versie van marmer. Ook dat is een aspect van de huis-tuin-keuken-eenvoud die karakteristiek is voor al Sols kunst. De hoeken en contouren van de vierkante volumes zijn uiterst strak getekend. De vlakken zijn smetteloos glad. Vanwege die precisie kunnen kubussen vrijwel naadloos gestapeld en tegen elkaar geschoven worden. In deze versie van Black Cubes zijn twee kubussen precies passend tegen elkaar geschoven waarna op één van die twee, ook precies passend, een derde kubus is geplaatst. Of zijn er eerst twee kubussen op elkaar gezet en is de derde er toen tegenaan geschoven? Hoe dan ook, dat zijn toch enigszins verschillende operaties. In een simpeler versie die ook bestaat zijn alle drie de kubussen tegen elkaar geschoven: dan krijg je een liggend volume van 1 x 3 meter. In nog een andere versie zijn twee kubussen tegen elkaar geschoven; precies midden op de naad waar die elkaar raken is, symmetrisch, de derde geplaatst. In zekere zin echter vind ik de versie hier bevredigender. Ondanks de helderheid van de stompe contour lijkt het ook alsof het volumes zijn van twee kubussen (een staand, de andere liggend) die in elkaar zijn geschoven. Dat geeft deze Black Cubes een bijzondere stevigheid.

De constructie van dit werk is ook zo perfect omdat de strakheid zo onaantastbaar is van de rechte lijnen en de rechte hoeken die het volume bij elkaar houden. Omdat het beeld ook nog zo roerloos zwart is, oogt het wel karig, maar toch valt er veel in te zien. Sol Lewitt was net in de zeventig toen hij Black Cubes maakte. Op die leeftijd kun je dat, zulke strengheid rigoureus handhaven. Arnulf Rainer was begin tachtig toen hij een kleine, intense serie gouaches maakte – ook eenvoudig in opzet, veel dunne lagen monochroom zwart met platte, buigzame kwast op karton waarbij de vormgeving uitliep op hoe strak hij de contourlijn kon krijgen die het zwart scheidt van het wit. Al vroeg waren de kleur zwart en compact donkere vormen wezenlijk in zijn repertoire. Vaak was dat zwart zwaar en pasteus. Rond 1980 werd, toen hij met handen en vingers aan de gang ging, het schilderen heel kleurrijk en explosief. Ondertussen lukte het Rainer zelden of nooit een rechte lijn neer te zetten. Hoewel zijn werk, ook al ziet het er hectisch uit, in alle opzichten toch beheerst is, de controle van de rechte lijn is hem niet gegeven. Maar in die droge gouaches, kaal bijna in het zwart, zien we een andere beheersing. Hij laat de buiging van de gebogen lijn zo langzaam gerekt verlopen dat die de strakheid van de rechte lijn begint te benaderen.


Beeld: (1) Sol Lewitt, Black Cubes (links), 2000. Polyester gelakt, 2 x 2 x 1 m. Foto Stedelijk Museum Amsterdam; (2) Arnulf Rainer, Zonder titel, 2012. Acryl op karton, 51 x 36,5 cm. Foto Atelier Rainer.