Strakke puurheid

Zo opzienbarend als het Stockhausen-retrospectief vorig jaar was, is het huidige festivalletje van zes concerten rond Pierre Boulez in dit Holland Festival zeker niet. Alleen al het feit dat Boulez’ werk goed op plaat verkrijgbaar is - in tegenstelling tot dat van zijn Duitse collega, die al zijn muziek in eigen beheer uitgeeft en niet distribueert - maakt deze reeks concerten minder uniek. Desalniettemin is het interessant het vroege werk van Boulez, een man die door zijn persoonlijkheid en positie een mythisch aureool om zich heen heeft gecreeerd, en wel de Napoleon van de moderne muziek wordt genoemd, nog eens in zijn context te horen.

Het streng seriele idioom werd het meest onversneden gerepresenteerd in Structures I uit 1952 voor twee piano’s. Het is stugge, ongenaakbare muziek die louter over toonhoogterelaties en klank sec lijkt te gaan. Zeer abstracte muziek die niet alleen geen beelden oproept, maar ook nauwelijks tot de verbeelding spreekt - oftewel een onvermogen tot suggestie in zich draagt. De pianosolowerken Sonate nr.1 en Incises zijn minder extreem in dat opzicht. Terwijl de sonate met zijn uiterst trefzekere puntige nootjes nog een zekere ijspegeligheid aan de dag legt, is in Incises sprake van een uitbundig pianistisch vuurwerk, waarin elk akkoord dat iets langer wordt aangehouden slechts de functie heeft van reculer pour mieux sauter.
De overeenkomst tussen de verschillende werken is de ongelooflijke intensiteit in uitdrukking die het gevolg is van een uiterste precisie. Zoals bekend bestaat bijna het hele oeuvre van Boulez, als gevolg van een verregaand perfectionisme, uit work-in-progress. Geen enkele noot is willekeurig, overbodig of ondoordacht. Dat leidt tot een glashelder, indringend klankweefsel dat zonder meer bewondering afdwingt. In Pli selon pli (1957-1990) voor orkest en sopraan weet Boulez wat mij betreft deze middelen pas zodanig aan te wenden dat er een compositie met een kloppend hart ontstaat. Gebaseerd op teksten van Stephane Mallarme heeft ook de muziek een sterk poetische lading - verwondering, tederheid, agressie en venijn vloeien door de sfeertekeningen die met groot contrast tegenover elkaar worden gesteld. Nu eens aftastend, dan juist zelfverzekerd wordt de luisteraar van geheimzinnig verstilde plekken naar tomeloze klankerupties geleid.
De titel Pli selon pli had dan ook niet beter gekozen kunnen worden: als ragfijne lagen die over elkaar heen liggen gedrapeerd, ontvouwt het stuk zich met een serene kalmte, waarbij een oneindige differentiatie aan timbres en kleurschakeringen zich openbaart. In de handen van het Radio Filharmonisch Orkest onder leiding van Peter Eotvos kreeg Pli selon pli de ideale uitvoering: aan elk detail was zorg besteed en sopraan Laura Aikin vertolkte haar partij met de ingehouden emotie die zo bij Boulez past.
Twee dagen later werd duidelijk wat er gebeurt als Boulez muziek niet met die accuratesse wordt gespeeld: Livre pour Cordes (uitgevoerd door het Radio Symfonie Orkest met Mark Foster) dreigde voortdurend dicht te slibben en klonk daarom nogal groezelig en broeierig. Hetzelfde gold eigenlijk voor Figures-Doubles-Prismes. De snijdende kracht van het werk ging niet verloren, maar het klankbeeld was een rommeltje, waardoor de essentie van Boulez’ muzikale ethiek - strakke puurheid - in het gedrang komt.
Want naast de grote precisie is het streven naar zuiverheid een constante in het werk van Boulez. Pure muziek, zuivere klank die is ontdaan van elke ruis, lijkt in elk werk opnieuw en in alle werken waar hij door decennia heen aan bleef schaven, een van zijn belangrijkste preoccupaties. Tegelijkertijd is die hang naar smetteloosheid - de poging een breuk te forceren met het vooroorlogse, in de negentiende eeuw wortelende idioom - dat wat gedateerd aandoet: een esthetiek die met handen en voeten aan de jaren zestig gebonden is.