Irakezen in Jordanië gingen nauwelijks stemmen

«Straks wordt alles teruggedraaid»

Slechts een klein deel van de naar Jordanië uitgewezen Irakezen heeft tijdens de Iraakse verkiezingen gebruik gemaakt van het nieuw verworven stemrecht. «Het is geen goed moment.»

AMMAN – Het lijkt erop dat ongeveer acht miljoen Irakezen zondag zijn gaan stemmen. Een opvallend hoog aantal, gezien de extreme onveiligheid in het land. Door de hoge opkomst en het relatief lage aantal aanslagen was het verzet zeker niet de winnaar. Dat betekent niet dat het voor iedereen een feestelijke dag was; redelijk wat soennieten in Amman beschreven deze verkiezingen als «een grote leugen» en «totale onzin». Niet iedereen stond hier jubelend voor de televisie.

«De meeste kandidaten stellen niets voor. Ze hebben jarenlang een goed leven gehad in het buitenland, veel geld verdiend, en nu komen ze ons opeens vertellen hoe het verder moet met ons land», zegt een voormalige luitenant uit Saddams Republikeinse Garde, die zijn naam liever niet noemt. Hij is een week geleden uit Fallujah gekomen waar zijn huis en winkel tijdens de Amerikaanse aanval volledig werden verwoest. Ook verloor hij vijf familie leden. Als hij op Saddam Hoessein had kunnen stemmen, dan had hij het gedaan. «Natuurlijk is mijn familie in Ramadi, Sammara en Falluja niet gaan stemmen», zegt hij lichtelijk geïrriteerd en hij vertelt dat hij een telg is van een grote, invloedrijke soennitische stam. «De Amerikanen zullen zo snel mogelijk moeten vertrekken, ik zie geen andere mogelijkheid.»

Deze jonge soenniet uit Fallujah bedankte zelf ook voor de mogelijkheid om in Amman te stemmen, en hij was de enige niet. Slechts zo’n twintigduizend Irakezen stemden hier, en dat is minder dan verwacht. Bij de Iraakse ambassade in Amman zegt men niet te weten hoeveel Irakezen er op dit moment in Jordanië verblijven, omdat ze zich hier meestal niet laten registreren. Aantallen variëren van tweehonderdduizend tot meer dan vijfhonderd duizend en er wordt van uit gegaan dat hier voornamelijk soennieten maar ook tamelijk veel sjiïeten en wat christenen zijn. Veel Irakezen besloten uit angst niet te gaan stemmen. Deels omdat ze bang waren voor geweld van het verzet of latere repercussies, maar vooral omdat ze hier illegaal wonen; ze willen hun veilige verblijfplaats niet riskeren.

De laatste maanden arriveren in Amman in groten getale Irakezen die op zoek zijn naar stabiliteit. De onveiligheid in het vaderland is hun grootste probleem; men is uitgeput en gefrustreerd en vertelt schokkende verhalen over gijzelingen, explosies, armoede en revanches. Hoewel de leefomstandigheden voor velen verre van ideaal zijn, is men blij hier tijdelijk te kunnen verblijven. Veiligheid is ze veel waard. «In Amman kun je tenminste rustig ademhalen. Je hoeft hier niet de hele dag gespannen om je heen te kijken. In Bagdad sliep ik vrijwel niet, had ik nachtmerries en migraine. Na drie weken hier voel ik me al stukken beter», zegt Amal Nadhim, die nadat ze haar man verloor twee keer in haar huis in Bagdad werd overvallen.

Amman is een stuk duurder dan Bagdad en het is daarom voor veel Irakezen niet gemakkelijk om rond te komen. Ze hebben vaak niet meer dan een toeristenvisum en als dat verlopen is verblijven ze hier illegaal. Officieel mogen ze daarom niet werken. Om hun grote families toch te kunnen onderhouden poetsen ingenieurs schoenen en ook de vrouwen proberen op de een of andere manier aan geld te komen. Oudere vrouwen verkopen spulletjes op straat en jonge vrouwen gaan zo nu en dan noodgedwongen als prostituee aan het werk. In een «massagesalon» verdienen ze soms in een avond het maandsalaris van een schoenenpoetser. Degenen die zich illegaal in Jordanië ophouden, moeten per dag een kleine boete betalen en dat is iets waar velen van hen zich zorgen over maken. Dagelijks bezoeken Irakezen en masse de ambassades van Europese landen en Golfstaten, maar daar worden ze vaak meteen weggestuurd.

De verkiezingen waren hier de afgelopen tijd onder de Irakezen het belangrijkste onderwerp van gesprek. Wel stemmen, niet stemmen en dan de grote vraag: op wie? Kandidaten konden door de onveiligheid in Irak weinig campagne voeren en het was daardoor voor veel Irakezen niet duidelijk met wie ze eigenlijk te maken hadden. «Ik heb gestemd voor hoe heet die man ook alweer?» Naima uit Bagdad denkt even na. «Ik weet het niet precies meer. Ik begreep er eigenlijk niets van, maar er werd me verteld dat die man goed is. Toen heb ik die maar aangekruist.» Ze verkoopt voor een paar euro per dag zakdoekjes, sigaretten en tandpasta op straat.

Ook zijn er mensen die vertellen dat ze niets hebben aangekruist op hun stembiljet. Ze wilden eigenlijk alleen maar gebruik maken van hun recht om te stemmen.

Maar natuurlijk zijn er ook mensen die precies weten wie ze als leider willen zien. «Allawi!» gilt Jamil Kassem, die uit Bagdad is gekomen om voor de Allawi-campagne te werken. Jamil en zijn team organiseerden een aantal met Allawi-posters beplakte bussen om de kiezers van en naar de stembureaus te vervoeren. Daarna kregen ze een simpele lunch aangeboden. De Allawi-campagne heeft hier goed op ieders wensen ingespeeld, want zeker niet alle Irakezen zijn onder de indruk van kip, rijst en bonen in een klein restaurantje in de rommelige binnenstad.

Voor de dames van de Iraakse elite organiseerde de Allawi-campagne een lunch in het duurste hotel van de stad. In Four Seasons luisterden de tweehonderd vrouwen eerst naar een betoog van Allawi-medewerksters om vervolgens te genieten van sushi, gegrild vlees, gepocheerde vis en indrukwekkende desserts. «Mensen kun je kopen», fluistert een van de vrouwen terwijl ze met een vol bord naar haar tafel loopt. «Maar ik trap er niet in. Dit is uiteindelijk ons geld. Na alles wat ons is overkomen zouden ze alle Irakezen eigenlijk ook auto’s en huizen cadeau moeten doen.»

«Waar is de democratie waar ze het over hebben? De grenzen zijn gesloten, we hebben geen elektriciteit. We kunnen ’s nachts niet slapen uit angst voor inbraken en als je over straat loopt, heb je de kans vermoord te worden of in een explosie terecht te komen», zegt Amal al Janabi als ze bij Four Seasons naar buiten loopt. Deze welgestelde vrouw uit Bagdad heeft de afgelopen 65 jaar in de Iraakse hoofdstad gewoond – geen oorlog schrikte haar af – maar na alles wat er de afgelopen tijd in Bagdad is gebeurd, heeft ze haar spullen gepakt en is ze naar Amman vertrokken.

In de gegoede wijken van West-Amman worden de laatste maanden dan ook aan de lopende band huizen en villa’s aan Irakezen verkocht. De huizenprijzen zijn met minstens twintig procent gestegen en de makelaardij doet zijn best aan de grote vraag te voldoen. Er wordt veel gebouwd en de makelaars vertellen dat de meeste mensen duidelijk van plan zijn hier voorlopig te blijven. Ook is voor deze rijke Irakezen onlangs de mogelijkheid gecreëerd om voor duizenden dollars een Jordaans «vip-paspoort» te kopen. Wie daarvoor in aanmerking wil komen moet aantonen dat hij minstens een miljoen euro op de bank heeft staan. Deze mensen investeren in allerlei projecten, eten in Ammans chique restaurants en winkelen in de Mecca Mall, een nieuw winkelparadijs.

«Het waren de sjiïeten die zijn gaan stemmen», zegt Hind uit Bagdad, die nu al een paar maanden in een prachtig huis in West-Amman woont. «Maar ik maak me geen zorgen. Dit is tijdelijk en over een paar maanden wordt alles weer teruggedraaid», vervolgt de soennitische vrouw die zelf niet is gaan stemmen. «Ik vertrouw geen van de kandidaten. Ook vraag ik me af of het stemmen allemaal wel eerlijk is verlopen.»

En dat is inderdaad nog maar de vraag. Want hoewel het gebruikelijk is om internationale waarnemers te sturen naar landen die de transitie maken naar vrije verkiezingen schitterden die in Irak door afwezigheid. Een handjevol zat achter de hoge muren van de Groene Zone, maar door de onveiligheid op straat is het onwaarschijnlijk dat ze de kans hebben gekregen stembureaus in de hoofdstad te bezoeken en de kiezers te spreken. Of daar tijdens of voor het stemmen fraude, intimidatie of corruptie heeft plaatsgevonden zullen we moeten horen van de lokale waarnemers – die hier mogelijkerwijs zelf bij betrokken waren.

«Ik ben me niet bewust van de aanwezigheid van een groep internationale waarnemers in Irak», zegt Domenico Tuccinardi, verkiezingsexpert en teamleider van het Election Support Project van de Europese Unie. Samen met een team van Europese deskundigen volgde hij de verkiezingen vanuit zijn vijfsterrenhotel in Amman. Tuccinardi’s team trainde hier de afgelopen maanden 170 Irakezen – voornamelijk ngo-medewerkers – die vervolgens de rest van de waarnemers in Irak hebben geïnstrueerd, in totaal zeven- tot achtduizend mensen. Na die training hebben nog veel meer waarnemers zich geregistreerd en alles bij elkaar waren er zo’n twintigduizend, vertelt de Italiaan. «Het is mij niet helemaal duidelijk wie die mensen eigenlijk zijn. Natuurlijk kan ik niet uitsluiten dat daar zo nu en dan een rotte appel tussen zit», zegt hij net voor de verkiezingen.

Maar net na de verkiezingen klinkt Tuccinardi opgelucht: «Het lijkt allemaal beter verlopen dan verwacht en dat is een grote verrassing», zegt hij. «We hebben natuurlijk tijd nodig om een volledig beeld te kunnen vormen, maar we zijn erg onder de indruk. Dit is een goed begin. Nu moeten we zien hoe het zich verder ontwikkelt.»

Ra’id uit Bagdad heeft daar een hard hoofd in. Hoewel hij de afgelopen week in een van de stembureaus in Amman werkte, heeft hij zelf uit solidariteit met zijn vrienden en familie in Irak niet gestemd. Daarbij had hij graag meer tijd gehad om te begrijpen wat de program ma’s van de verschillende partijen precies inhielden. «Ik had meer tijd nodig om te weten voor wie ik had moeten stemmen. Sommige kandidaten gebruiken religie en andere mooie praatjes, maar ik hoor weinig concrete ideeën. Het is geen goed moment om naar de stembussen te gaan», zegt hij. Gevraagd of hij soenniet of sjiïet is kijkt hij, zoals veel Irakezen die je deze vraag stelt, uitermate geïrriteerd. «Ik ben een soenniet, maar dat maakt niet uit. Mensen proberen dat verschil nu te benadrukken, daar word ik ontzettend boos van», zegt hij, en hij voegt eraan toe dat hij zijn vrienden deze vraag nooit zou stellen. «Zoiets hoor je later, daar praat je niet over. Men probeert dat onderscheid nu te maken en daar maak ik me grote zorgen over.»