Portret van de dalai lama

Strateeg in monnikskleed

De mondiale aantrekkingskracht van de dalai lama is uniek, net als zijn succes in het genereren van aandacht voor de Tibetaanse zaak. Tegelijk heeft hij politiek gezien in een halve eeuw niets bereikt en staat zijn gemeenschap onder grote druk. Ook zijn bezoek aan Nederland begin juni zal Tibet niet helpen. Portret van een man met wie de Tibetaanse zaak waarschijnlijk zal uitsterven.

OP DE WERKTAFEL van de dalai lama in het Indiase Dharamsala staat een plastic model van het menselijk brein. De delen ervan zijn uitneembaar en voorzien van hun medische naam. Het souvenir genereert grote fascinatie onder westers publiek: in vele portretten en boeken duikt het plastic brein op, vaak gevolgd door een bespiegeling over waarom de heilige mysticus en groot boeddhistisch schriftgeleerde zo geïnteresseerd is in westerse hersenwetenschap. Interessanter dan de conclusies zelf is het feit dat ze zo vaak verschillen.
De waas rond de overtuigingen, intenties en methoden van de dalai lama houdt niet op bij de plastic hersenen. Zijn statuur is onomstreden: hij behoort tot de populairste en meest bewonderde mensen ter wereld (buiten China). Maar ondanks zijn publieke leven, zijn tientallen over de hele wereld gelezen boeken, honderden toespraken, talloze media-optredens, artikelen en interviews, blijven afwegingen over de dalai lama vaak een educated guess. Vorig jaar verscheen bijvoorbeeld The Open Road, een schets van de dalai lama door de Britse schrijver Pico Iyer, geschreven op basis van gesprekken tussen de twee over een tijdspanne van dertig jaar. Door het boek heen worstelt Iyer met de vraag of er achter de minzame, milde persoonlijkheid, achter zijn simpele geluks- en levenslessen en zijn olijke publieke optredens eigenlijk wel een man zit met een diep begrip van de menselijke aard, of dat de dalai lama even simpel is als zijn Engelse uitspraken. Iyer opteert voor de diepgaande versie, maar wat vooral opvalt is dat iemand die zoveel tijd en studie wijdt aan de dalai lama zo’n moeite heeft om een helder beeld van hem te krijgen.
De waas rondom de dalai lama is nergens zo dicht als rond de kwestie waarvoor hij binnenkort Nederlandse parlementariërs ontmoet: zijn politieke leiderschap in wat ‘de Tibetaanse kwestie’ is gaan heten, het verzet tegen China’s bewind in Tibet. In weerwil van het ongedwongen aura dat eromheen hangt, zijn de bezoeken van de dalai lama aan het Westen het resultaat van een wijziging in politieke strategie in de jaren zeventig en tachtig: weg van de CIA, van de Indiase geheime dienst en van geheime onderhandelingen met China in ruil voor westerse donoren, media-aandacht en een mensenrechtendiscours.
Het is op het eerste gezicht een ongekend succesvolle strategie, die de Tibetaanse kwestie tot politieke prioriteit heeft gemaakt in het Westen, van rechts tot extreem-links, van senatoren en presidenten tot communegroepen, van rechtse denktanks tot meditatieretraites en antiglobalismebetogingen. Maar vooralsnog is het een strategiewisseling zonder enig politiek resultaat in het Oosten. Zit de dalai lama op een dood spoor of denkt hij verder vooruit dan wij?

DE DALAI LAMA werd al op tweejarige leeftijd de helse combinatie van religie en politiek ingeduwd, toen een hoge delegatie uit de Tibetaanse hoofdstad Lhasa hem op basis van mystieke aanwijzigingen, visioenen en testen identificeerde als de reïncarnatie van de gestorven dertiende dalai lama. De kleine Lhamo, in 1935 geboren als vijfde van zestien kinderen, werd daarmee het hoofd van de Gele Hoed-sekte binnen het Tibetaanse boeddhisme. Hij werd omgedoopt tot een lange naam, die in vertaling luidt: Heilige Heer, Milde Overwinning, Compassievolle, Verdediger van het Geloof, Oceaan van Wijsheid (al noemen Tibetaanse boeddhisten hem meestal simpelweg Wensvervullende Edelsteen). Op vierjarige leeftijd werd hij door een optocht van lama’s naar Lhasa gebracht en in de jaren daarna werd hij voorbereid op zijn rol als geestelijk en wereldlijk leider van Tibet.
Dat zijn bewind in 1950 onder slecht gesternte begon, is een understatement: vijf weken eerder was het Chinese Volksleger Tibet binnengevallen en tien dagen na de inval had het antiek bewapende Tibetaanse leger zich overgegeven. Ontboden in het Potala-paleis oreerde het staatsorakel naar verluidt: ‘Zijn tijd is gekomen’, waarop de dalai lama werd geïnstalleerd als wereldlijk heerser. Er zat weinig anders voor hem op dan zich te schikken in de Chinese bezetting van Tibet.
Alles wijst erop dat de dalai lama aanvankelijk best toekomst zag met de communisten. Half-onderwerping aan een sterkere buur was een politieke strategie die al eeuwenlang door de Tibetaanse lama’s werd toegepast en het leek te boteren tussen hem en Mao. Maar Mao’s opmerking dat religie ‘vergif’ is, de Grote Sprong Voorwaarts en een jarenlang dooretterende, door China bruut bestreden opstand, maakten een einde aan de illusie dat er in de Volksrepubliek ruimte was voor een naar religieuze wetten geregeerde regio. De dalai lama vluchtte in 1959 naar India en zette daar een regering in ballingschap op bij Dharamsala. Hij keerde nooit meer naar Tibet terug.
In ballingschap drong een traditioneel probleem van Tibetaanse lama’s zich met extra kracht aan de dalai lama op: de spanning tussen wereldlijk en geestelijk leiderschap. Zeker toen hij zich wendde tot de best bemiddelde anticommunistische partij ter wereld, de Amerikaanse geheime dienst CIA. De twee waren niet nieuw voor elkaar. Het enkele jaren geleden verschenen The CIA’s Secret War in Tibet reconstrueert minutieus hoe de CIA al sinds 1950 geheime operaties in Tibet uitvoerde, de opstand tegen China voedde en de vlucht van de dalai lama plande, toen de opstand mislukte.
Ironisch stuitte de toenadering tot de CIA op weerstand van de rechtse ‘China-lobby’ in Washington, die wilde dat de VS de nationalist Tsjang K’ai-sjek zou helpen om heel China te veroveren vanaf Taiwan – inclusief Tibet. Maar toen de dalai lama met zijn gevolg neerstreek in Noord-India, werd de Tibetaanse zaak een van de side theatres van de Koude Oorlog. Ballingen werden naar Colorado gevlogen om in de Rocky Mountains te worden getraind voor een guerrillaoorlog in de Himalaya en in samenwerking met India, Nepal en een van de broers van de dalai lama bouwde de CIA in de jaren zestig een leger van een paar duizend man op. De CIA financierde de Tibetaanse regering in ballingschap volgens eind jaren negentig vrijgegeven bronnen met anderhalf miljoen dollar per jaar, plus 180.000 dollar als persoonlijk budget voor de dalai lama. Met de toenadering tussen de VS en China en na president Nixons bezoek aan China in 1972 kwam er een einde aan de relatie tussen de Tibetaanse ballingen en de CIA. De financiële steun werd weliswaar overgenomen door India en Taiwan, maar gewapende bevrijding leek geen realistische optie meer. Bevrijding moest anderszins.
‘De dalai lama heeft al in de jaren zeventig, veel eerder dan algemeen wordt aangenomen, het streven naar onafhankelijkheid opgegeven’, zegt Robert Barnett, hoofd van het Tibet Studiecentrum aan Columbia University in New York, in een telefonisch gesprek. ‘Het accepteren van Chinees bestuur opende de deur naar onderhandelingen met China, wat eerst gebeurde via gezanten en later via de dalai lama zelf. Begin jaren tachtig was hij tweemaal in het geheim in Peking, maar de stroeve onderhandelingen liepen in 1984 vast. De ballingen hebben vervolgens de zaak overdacht en voor een tweede maal het roer omgegooid. Het ging om veel meer dan steun zoeken in het Westen. Er zat ook een mediastrategie bij om de Tibetaanse zaak in het nieuws te krijgen, maar de grootste omslag was een herdefinitie van het probleem en een andere presentatie in het Westen. De Tibetaanse zaak werd uit het discours gehaald van zielige volkeren en door de dalai lama en de ballingen gedefinieerd als een mensenrechtenprobleem. Het resultaat was verbluffend, echt een van de all time succes stories in dit opzicht. Zielige mensen en volken die een eigen staat willen, zijn er genoeg. Maar het schenden van mensenrechten op miljoenenschaal, door een sinistere staat, daar wordt in het Westen heel anders tegen aangekeken.’

HET BEGON MET een toespraak voor het Amerikaanse Congres, waar de dalai lama in 1987 zijn nieuwe vredesplan voor Tibet ontvouwde. Hij reisde vervolgens met zijn plan de wereld rond, terwijl medewerkers interviews aanboden aan grote media. Zoals te verwachten was, was China furieus en staatskranten publiceerden in Tibet neerbuigende stukken met persoonlijke aanvallen op de dalai lama. Dat had precies het tegenovergestelde effect van wat het Chinese bestuur had beoogd: het leidde tot de eerste anti-Chinese rellen in Lhasa sinds het neerslaan van de opstand in 1959, waardoor de boodschap van de dalai lama werd gelegitimeerd.
De aandacht voor de Tibetaanse zaak en de mondiale statuur van de dalai lama begonnen aan een steile opmars. De dalai lama reisde de wereld af, begon met het uitdraaien van een niet te stelpen serie bestsellers – een paar per jaar was en is geen uitzondering – en won een eindeloze reeks prijzen, eredoctoraten en ereburgerschappen, waaronder de Nobelprijs voor de vrede in 1989. En hij bleef maar media-aandacht genereren, soms op manieren die een deel van zijn aanhang in verlegenheid bracht, zoals zijn gasthoofdredacteurschap van de Parijse Vogue of zijn optreden in een reclamefilmpje van Apple.
Dat hij werd omarmd door Hollywood-sterren als Richard Gere, Steven Seagal (een belachelijke acteur die als reïncarnatie van een lama werd geïdentificeerd) en Sharon Stone was ook soms pijnlijk – bijvoorbeeld toen de laatste hem op een fundraising party introduceerde als ‘The hardest working man in spirituality’ en ‘Mr. Please, please, please, let me back into China’.
De populariteit sloeg nogal eens door naar wat critici ‘dalaidolatry’ noemen: een vaag pacifistische heiligenverering van de zachtaardige leider van een wijs en gelukkig oervolk. De aandacht voor de Tibetaanse zaak voer er niettemin wel bij. Niet alleen in spiritueel opzicht leek de dalai lama een ieder iets te bieden te hebben, maar ook in politiek opzicht: rechtse anticommunisten, confessionelen, antiglobalisten, pacifisten, dierenbeschermers, milieuactivisten, postmaterialisten, mensenrechtengroepen – de dalai lama leek bijna het volledige palet aan westerse politieke groepen aan te trekken.
De Tibetaanse zaak promoveerde mee, van een half vergeten zaak waaraan in de internationale politiek zo vaak lippendienst wordt bewezen tot een politieke prioriteit waarmee westerse parlementen hun bewindslieden verplicht op pad sturen als ze in Peking gaan praten.

OOK CHINA KON tot zijn eigen chagrijn niet meer om de dalai lama heen, niet eens zozeer vanwege de westerse druk, als wel vanwege de rellen van 1987. De populariteit van de dalai lama in Tibet én in het buitenland trof (en treft) China veel dieper dan in het Westen wordt onderkend. De afgelopen eeuw was zeer traumatisch voor China. Het begon al meteen met de vernederende inname van Peking door acht imperialistische machten. Daarna moest China tientallen miljoenen doden incasseren door de Japanse bezetting, het ‘Tijdperk van de Krijgsheren’, de burgeroorlog tussen communisten en nationalisten en krankzinnige maoïstische campagnes. Telkens werd de nationale ideologie, die even tevoren iedereen was ingepeperd, achterlijk verklaard, tot alleen de mythe van het ondeelbare, geschonden vaderland nog overeind stond. Wie daaraan tornt, zeker met steun van (neo)imperialistische machten, wil in Chinese ogen dan ook niets anders dan China zwak en vernederd houden. Bij de huidige kracht van China is onafhankelijkheid van Tibet dan ook volstrekt kansloos.
Om dat zeker te stellen begon Peking in 1994 een antisplijtistencampagne, vooral gericht tegen de dalai lama. ‘Om een slang te doden moet je zijn kop afsnijden’, instrueerde een partijblad zijn kaders. Elke monnik en elke non moest schriftelijk verklaren de politieke claims van de dalai lama af te wijzen (niet de religieuze) of zou uit de kloosters worden geweerd. In 1995 verdween de jongen die door de dalai lama was aangewezen als de panchen lama, de tweede geestelijke van de Gele Hoed-sekte, en wees Peking zijn eigen reïncarnatie aan. De campagne tegen de dalai lama breidde zich uit, vanaf 2005 in een nog hogere versnelling: ook ambtenaren moesten zich van de dalai lama distantiëren.

IN TIBET BLIJFT de dalai lama echter onverminderd populair. Dat werd vorig jaar nog eens onderstreept tijdens de rellen op het hele Tibetaanse plateau die begonnen na de arrestatie van monniken die de uitreiking van de Amerikaanse Congressional Gold Medal aan de dalai lama vierden. ‘Door de religie aan te pakken voedt China de geloofwaardigheid van de dalai lama als mogelijk heerser’, zegt Robert Barnett. ‘De legitimiteit van het Chinese bewind wordt ondergraven door de maatregelen tegen de Tibetanen. Het is dan gemakkelijk om te denken dat de dalai lama wél respectvol zou besturen.’
De dalai lama wordt zo steeds meer de spil waar de Tibetaanse zaak om draait. Maar dat lijkt de impasse alleen maar te verdiepen. ‘De dalai lama is een wolf in monnikskleed, een duivel met een menselijk gezicht maar het hart van een beest’, luidde vorig jaar de beruchte verheldering uit Peking. Ook in het Westen, vooral in de Verenigde Staten, is de Tibetaanse zaak in de bekende mal van ‘goed versus kwaad’ beland. Het resultaat is dat China nu weigert met de dalai lama te praten, terwijl zijn westerse achterban de onafhankelijkheid van Tibet tot dogma heeft verheven – hoezeer de dalai lama zelf ook harmonie predikt en al ruim twee decennia lang de wens van onafhankelijkheid heeft losgelaten.
Vanwege het uitblijven van elk resultaat groeide de afgelopen jaren binnen de ballingengemeenschap de teleurstelling over het China-beleid van de dalai lama – de Tibetan Youth Council wil bijvoorbeeld breken met de pacifistische koers. Ook op religieus vlak zijn er spanningen ontstaan, nadat de dalai lama een populaire sekte had verketterd. ‘De politieke positie van de dalai lama is op zichzelf al lastig, terwijl voor hem zijn religieuze project eigenlijk belangrijker is. Dat geeft een spanning die in het Westen vaak niet wordt onderkend’, zegt Barnett. ‘Als je ziet hoeveel taken hij heeft, dan heeft de dalai lama het fantastisch gedaan: het religieuze leiderschap en zijn bijdragen aan de theologie in het Tibetaans, het politieke leiderschap van zijn gemeenschap, zijn pogingen om steun te verkrijgen voor zijn Tibetbeleid, de groei van zijn religie over de wereld. Weliswaar heeft hij niets kunnen doen voor de onafhankelijkheid of verdere autonomie van Tibet, maar dat ligt meer aan China’s opstelling dan aan hem. Of misschien denkt hij wel verder vooruit dan wij: het Tibetaanse boeddhisme groeit, in de gebieden rond Tibet, in heel China, in Oost- en Centraal-Azië en in de wereld. Misschien ziet hij daarin op termijn een oplossing van de Tibetaanse kwestie. Hij laat zich er niet over uit.’
Voorlopig ziet de toekomst er evenwel weinig rooskleurig uit. Robert Barnett: ‘Bezoeken als dat aan Nederland suggereren misschien dat er beweging in de Tibetaanse zaak zit, maar alles zit vast. De partijen kijken al vooruit naar het tijdperk na de dalai lama. China’s positie wordt dan natuurlijk sterker, je ziet India al afstand nemen van de ballingen en binnen de gemeenschap zijn er grote spanningen door lama’s die zich hebben afgesplitst. Iedereen weet dat ook de westerse steun zo weer kan wegvallen. De dalai lama houdt alles bij elkaar met zijn enorme persoonlijkheid, maar zijn gemeenschap kan eigenlijk niet zonder hem. Hij heeft het probleem van zijn eigen charisma nog niet opgelost.
De Tibetaanse zaak werd uit het discours gehaald van zielige volkeren en gedefinieerd als een mensenrechtenprobleem. Het resultaat was verbluffend, echt een van de all time succes stories in dit opzicht.’