KUNST

Stratenmaker

Jan van Scorel

Jan van Scorel (1495-1562) werd door Karel van Mander Lanteeren-drager en Straet-maker onser Consten in den Nederlanden genoemd, omdat hij als een van de eerste kunstenaars naar Italië reisde en zo brak met de aenghewende wijse van wercken, met onvolcomen kennis die in het noorden gangbaar was. De samenstellers van de tentoonstelling Scorels Roem verheffen hem zelfs tot ‘de man die de Italiaanse Renaissance naar het noorden bracht’. Dat is misschien een tikje te veel eer, en een beetje bijziend, omdat men zo voorbijgaat aan het werk dat Zuid-Nederlandse kunstenaars als Frans Floris en Jan Gossaert daarvoor al verzetten, aan de enorme invloed van de prentcultuur en, meer in het algemeen, aan het toenemende kosmopolitisme van het Habsburgse hof in de Nederlanden.
Scorel kwam, zoals zijn naam al zegt, uit Noord-Holland. Hij was een bastaard, maar had machtige beschermheren in de stadhouders Floris van Egmond en Hendrik III van Nassau. Van Mander vermeldt dat hij rond 1517 in Utrecht korte tijd leerling was van Jan Gossaert (die in 1509 in Rome was geweest), maar omdat Gossaert te onghereghelt van leven was, veel in lichte herberghen [zich] beghevende tot drincken en vechten trok Scorel zijn eigen plan. Hij reisde door Duitsland, verbleef enige tijd bij Dürer in Neurenberg, en bereikte via Venetië en Cyprus in 1520 het Heilige Land. Vervolgens vervoegde hij zich in Rome, waar in 1522 de Nederlander Adriaan Boeyens tot paus verkozen was. Boeyens stelde Scorel aan als opzichter van de pauselijke collecties, een functie die daarvoor door Rafael was vervuld. Scorel tekende vervolgens alles wat hem voor ogen kwam, en dat bedrijfskapitaal bracht hij mee naar het noorden.
Door zijn uitstekende netwerk (Van Mander schrijft dat hij seer ghemeensaem en aenghenaem by alle groote Heeren van Nederlandt was) werd hij kanunnik en priester in Utrecht, en daar opende hij een grote werkplaats. Zijn productie was uitzonderlijk omvangrijk, vele honderden schilderijen, met opdrachtgevers van Arras tot Aduard. Er is een anekdote over een conflict tussen Scorel en het kunstenaarsgilde in Utrecht, waar hij (als geestelijke) geen lid van was. De gildebroeders wilden hem onder hun reglementen stellen, waarop Scorel dreigde de markt met duizenden werken te overspoelen. Het spijtige is dat de Beeldenstorm dat enorme oeuvre grotendeels heeft vernietigd. De tentoonstelling heeft een behoorlijke omvang, met veel stukken die al jaren niet te zien waren, maar kan toch alleen maar een indicatie geven van de breedte van Scorels werk, en de invloed ervan.
Scorels roem was gebaseerd op zijn vernieuwingen in de monumentale schilderkunst, de grote altaarstukken. Daarin zijn de invloeden van de moderne Italianen overal te zien – de rafaeleske figuren, in moeilijke, gewrongen houdingen, de billen naar de kijker gekeerd; de geforceerde composities met scherp contrasterende diagonalen, de schrille kleurtegenstellingen. Maar zijn werkelijke kwaliteit lijkt mij te liggen in het portret, dat op een veel traditioneler, noordelijker leest geschoeid was. De tentoonstelling opent met de beeltenis van Agatha Schoonhoven – Scorels (ongehuwde) levensgezel en moeder van zijn zes kinderen – en dat is uitzonderlijk mooi, precies, ingetogen en intens. Ook veel van de koppen in de serie Jeruzalemsvaarders zijn prachtig getroffen – welgedane burgers, eerder arrogant dan devoot, met in hun ogen iets van die nerveuze spanning, die de periode typeert, die ook zo frappant is in het werk van Maarten van Heemskerk en, verder weg, van Del Sarto, Pontormo en Lotto. Zo bezien is met Scorel niet de Renaissance naar het noorden gekomen, maar het maniërisme.

Scorels Roem, Centraal Museum, Utrecht, t/m 28 juni, www.centraalmuseum.nl