Studenten landschapsarchitectuur gaan aflandig

Stratenmakers op zee

De Noordzee-bodem is een kale woestijn. De fundamenten van windmolens bieden een kans op nieuw leven. Hoe richten we deze onderwaterwereld in? De Academie van Bouwkunst bedenkt nieuwe ecosystemen.

Studenten landschapsarchitectuur op excursie bij windpark Egmond aan Zee © Marlise Steeman

De motor van de boot stopt. Een harde, zoute wind en het geweld van metershoge golven die zich tegen de boot opwerpen zijn de enige geluiden. Samen met masterstudenten landschapsarchitectuur, een vierjarige deeltijdopleiding van de Academie van Bouwkunst, ben ik op de Noordzee, twintig kilometer uit de kust. ‘Tien minuten stilte’, verzoekt de kapitein. Eén worden met de strakblauwe hemel en de zee om ons heen. De kracht van moeder natuur voelen.

Op de schommelende boot voelen sommigen deze kracht vooral in hun maag. Aan bakboord kijken de studenten uit op het doel van de excursie: rijen met tientallen windturbines, elk meer dan honderd meter hoog. Dit is het windpark Egmond aan Zee, dat stroom levert voor honderdduizend huishoudens.

Boven in de lucht vallen vogels en vleermuizen regelmatig ten prooi aan de windmolens, maar onder water bieden de bouwwerken juist een veilige haven voor het zeeleven. Aan de betonnen blokken die de windturbines staande houden, klampen zich mosselen en oesters vast. Ze trekken ander zeeleven aan: van micro-organismen tot krabben en kleine visjes, die op hun beurt een uitnodiging zijn voor groter zeeleven. Vissersboten mogen niet in de buurt komen. Zo ontstaan nieuwe ecosystemen bij windparken, die met de klimaattransitie in aantallen zullen toenemen. Nu telt de Nederlandse Noordzee nog vier windparken, in 2030 zijn dat er twaalf en in 2050 bedekken ze een kwart van onze zee.

Wat is het effect als we de zeebodem bij windparken bewust inrichten om nieuwe ecosystemen mogelijk te maken? En zijn er ook kansen voor andere toepassingen, zoals duurzame visserij en toerisme? Met die vragen hebben 34 tweedejaarsstudenten van de Academie van Bouwkunst zich maandenlang beziggehouden. De academie is onderdeel van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten en biedt drie vierjarige deeltijd-masteropleidingen in architectuur, stedenbouw en landschapsarchitectuur.

Voor de masterstudenten landschapsarchitectuur was de opdracht op meerdere vlakken een uitdaging: de meesten hebben een fulltimebaan bij architectenbureaus. En normaal gesproken ontwerpen zij op land en gebruiken ze de omgeving in hun voordeel. Maar wat als de omgeving een blauwe, natte, zandbak is?

‘De bodem van de Noordzee is een Sahara geworden.’ Magalí Sanz (30) is een van de studenten die een nieuwe inrichting van de zeegrond heeft ontworpen. De Noordzee was een eeuw geleden voor een groot deel bedekt met mosselriffen, die een rijk zeeleven mogelijk maakten. Door overbevissing, maar ook door epidemieën, is daar nu nog weinig van over.

‘We moeten de harde ondergrond terugbrengen in de Noordzee’, vertelt Sanz als de kapitein de motor weer heeft aangezet en de boot minder schommelt. ‘Zodat de schelpdieren kunnen terugkeren en daarmee ook de rest van het zeeleven. Windparken zijn daarvoor de ideale plek.’

Sanz wil de Noordzee nieuw leven inblazen door een tweede kustlijn te maken, ter hoogte van bestaande en komende windparken. Die kustlijn wordt de eerste Nederlandse verdedigingslinie tegen stormen, die door klimaatverandering intenser worden en steeds meer stukken duin meenemen. Er komen kleinere gaten in de wering zelf, als in- en uitgangen voor zeeleven.

Het is ook belangrijk om mensen meer te verbinden met de Noordzee, vindt Sanz. ‘We leven er allemaal praktisch naast, maar weinigen van ons hebben de zee écht leren kennen.’ Ze wil dit bereiken door twee kleine eilanden te maken binnen een windturbinegebied, waar bezoekers kunnen duiken en windsurfen. ‘Dit model kun je exporteren naar heel West-Europa, waar kustgebieden ook problemen hebben met erosie en verlies van biodiversiteit. Zo ontstaat een recreatieve route met eco-hotspots voor toeristen.’

‘Voordat het zo mooi wordt als de scheeps- wrakken ben je minstens twintig jaar verder’

Ook komen er drijvende zonnepanelen en zeewierboerderijen. De Nederlandse regering heeft soortgelijke plannen opgesteld in het klimaatakkoord, waarbij veertienduizend vierkante kilometer beschikbaar wordt gesteld voor duurzame recreatie en voedsel- en energieproductie.

Voor de terugkeer van het zeeleven wil Sanz bijvoorbeeld gebruikmaken van geblokte stenen met gaten voor kleine vissen en kreeftachtigen, ruwe stenen waar schelpdieren zich aan vast kunnen klampen en open houten kubussen met touwen ertussen gespannen, die bescherming bieden aan kwalachtigen en grotere vissen.

‘Je rif begint bij een structuur, een harde ondergrond.’ Sanz’ plannen lijken op die van Tinka Murk, hoogleraar ecologie van mariene dieren aan de Wageningen Universiteit. De expeditie ‘Duik de Noordzee schoon’ nam haar vorig jaar mee langs kleurrijke scheepswrakken op de zeebodem, vol met leven. Kreeften en kabeljauwen keken haar aan vanuit gaten, buizen en andere structuren. Dit inspireerde haar voor het concept Sea Life Hotels, een plan om in windparken kunstmatige riffen neer te zetten.

‘Op een zachte zanderige ondergrond rollen bijvoorbeeld platte oesters weg’, vertelt Murk. ‘Maar zet je een aantal volwassen oesters op een harde plaat, dan nestelen hun larven zich vervolgens in de buurt. Na een paar jaar planten ze zich voort. Serieus rifherstel heeft tijd nodig, wel tientallen jaren. Maar als je slim gevormde structuren maakt waar dieren zich in kunnen verstoppen of aan kunnen vastklampen, kun je het proces kickstarten.’

Beschutting en een harde ondergrond trekken niet alleen vissen en schelpdieren aan, zegt Murk. ‘Op de stenen groeien ook de koraalsoort dodemansduin, anemonen en kleine kolonievormende beestjes. Voordat het zo mooi wordt als de scheepswrakken ben je minstens twintig jaar verder, maar al veel eerder kun je bijvoorbeeld kreeft oogsten aan de buitenranden van het park.’

Een biodiverse omgeving is volgens haar van groot belang, omdat het ecosysteem er weerbaarder van wordt. ‘Stel er komt een nieuwe diersoort in de omgeving die is meegereisd met een schip. Als het ecosysteem soortenrijk is en de voedselketen in balans, zullen andere dieren smullen van zo’n “overdekte tafel” en de overmatige ontwikkeling van de nieuwe soort corrigeren. Door te zorgen dat er natuurlijke vijanden zijn, voorkom je bijvoorbeeld een nieuwe kwallenplaag.’

In 2050 bedekken windparken een kwart van onze zee © Marlise Steeman

‘Op Google Maps kun je vaak een rondje lopen om een plek te observeren’, zegt student Lesley Thoen (29). We zitten aan de rand van het op en neer gaande dek en hebben de reling stevig vast. ‘Maar pas op de locatie krijg je de sfeer mee. De zee is een ontzettend ruige plek.’

De kracht van de zee wil Thoen gebruiken in zijn ontwerp. Hij is gefascineerd door onderzeese stromingen, die zand meenemen dat om de fundering van windturbines ligt. Dit is een probleem omdat het de fundering blootlegt, maar Thoen gebruikt het als basis voor zijn ontwerp. Met het verplaatste sediment wil hij land maken door er gesteente bij te storten. ‘De stenen zijn klein, iets groter en nog groter. Zo trekt het verschillend zeeleven aan.’ Ook wil hij zand aanleggen uit het Westerschelde-gebied, waar ophopend sediment problemen kan veroorzaken voor de scheepvaart.

Bij windpark Egmond aan Zee is de fundering soms niet te zien door dicht op elkaar zittende mosselen

De molens worden geplaatst op de zandbanken. ‘Windturbines versterken het zand, maar fungeren ook als een duidelijke grens voor schepen die problemen kunnen vormen voor het zeeleven’, vertelt Thoen. ‘Als we naar de grote schaal kijken, zijn er twee functies voor de Noordzee: visgebieden en de enigszins beschermde Natura2000-gebieden. Het jammere is dat er een grens zit tussen die twee.’ Als windparken ook een ecologische hotspot worden – en uiteindelijk ook een Natura2000-gebied – kan er op de randgebieden gevist worden.

Ook voor hoogleraar Murk is visserij geen vies woord, ‘zolang het op de randgebieden is en het duurzaam verloopt’. Datzelfde geldt voor andere toepassingen in de blauwe ruimte die in het klimaatakkoord worden genoemd. Zoals toerisme of de plaatsing van drijvende zonnepanelen. ‘Daaronder kunnen vissen voedsel vinden en schuilen.’

‘Geef de Noordzee bodemrust en deze wordt niet alleen diverser, maar ook productiever’, zegt Murk. Hard gesteente trekt kreeftachtigen aan, die veel eiwitten bevatten, maar ook goud geld waard zijn. ‘Nu kunnen we niet veel kreeften oogsten, omdat we niet de juiste bodems hebben. Het gaat ook om duurzame, efficiënte eiwitproductie: kreeften en krabben staan lager in de voedselketen dan bijvoorbeeld tonijn. Neem een kilo tonijn, daar heb je tienduizend kilo plantaardig materiaal voor nodig. Dat is voor kreeften en krabben veel minder, eerder tien kilo.’

Er is ook weerstand tegen de windparken. Voorop de vissers: de parken komen op de beste vislocaties. Dan sommige milieuorganisaties, want er zijn ook negatieve effecten voor fauna. Zeezoogdieren, vissen en vislarven worden gestoord door het lawaai dat vrijkomt als de windturbinepalen de grond in worden geboord, blijkt uit een rapport van Stichting Noordzee. De herrie is 200 decibel (een opstijgend vliegtuig 140) en kan honderden kilometers verder nog gehoord worden. Vanaf de boot zien we een bruinvis opduiken, een kleine walvissoort. In de Nederlandse Noordzee zwemmen er tienduizenden. Door lawaai kunnen zij doof raken, terwijl hun gehoor noodzakelijk is om te navigeren. Volgens Dirk Kraak, voorzitter van de club Noordzee-vissers Eendracht Maakt Macht, zijn de boringen tot ‘vele kilometers’ van de boorlocatie dodelijk voor vissen. Een onderzoeker van Wageningen Marine Research signaleerde buiten een straal van honderd meter geen extra vissterfte, maar zei wel dat de universiteit meer onderzoek wil doen naar de risico’s van boringen.

Hoeveel vogels en vleermuizen er jaarlijks doodgaan door tegen de wieken te vliegen? Van de vijf miljoen ‘een marginaal aantal’ van 0,1 procent, concludeerden onderzoekers die vijf jaar het windpark Egmond aan Zee in de gaten hielden. De meeste vogels mijden het park. Andere onderzoekers stellen dat men niet kan weten voor hoeveel dieren windparken fataal zijn. Op land worden de kadavers geteld, op zee gaat dat moeilijker.

Dan zijn er nog de grote kabels die de opgewekte energie naar het land verplaatsen. Zij liggen onder de zeebodem en zenden elektromagnetische velden uit, waarvan nog onbekend is of ze een negatief effect hebben op het onderzeese leven. De kabels kunnen door zandverplaatsing bloot komen te liggen en beschadigd raken; de reparatie kan meerdere weken duren en het zeeleven verstoren.

Juist die kabels wil Giovanni Battista Ferrarese (42) bedekken met een ‘deken van gesteente en zeewier’, die schelpdieren en visjes aantrekt. Hiermee wil hij de kans op beschadiging verkleinen én de kabels transformeren tot corridors voor zeeleven. ‘Het mooie is dat mosselen en oesters op elkaar groeien’, zegt Ferrarese. ‘Zo breidt het ecosysteem zich langzaam uit en komen er steeds meer diersoorten bij. Na twintig, dertig jaar wordt het mosselrif de thuishaven voor een complex ecosysteem, dat de terugkeer mogelijk maakt van diersoorten die thuis zijn in de Noordzee.’

Maar wordt dat positieve effect van de bodemprojecten bij de windparken niet tenietgedaan door het boorlawaai, als de palen de bodem in gaan? De Deense energieproducent Ørsted, die volgend jaar begint met de bouw van de parken Borssele 1 & 2, gaat gebruikmaken van twee geluidsdempers, een voor korte en een voor lange afstanden. Ook zullen de wieken bij Borssele 1 & 2 minder slagen maken dan al bestaande windparken, om de sterftecijfers van vleermuizen en vogels te verminderen.

Een windpark blijft echter een windpark en zal nooit puur natuurgebied worden. Er is altijd bedrijvigheid nodig voor onderhoud en reparaties, ook scheepvaart brengt veel lawaai met zich mee. ‘Toch pakt de natuur de kansen die wij haar bieden’, meent Murk. Een YouTube-filmpje bevestigt haar gelijk. Bij het windpark Egmond aan Zee is de fundering op plekken niet te zien door alle dicht op elkaar zittende mosselen. Op de bodem lopen krabben tussen de zeeplanten en zeesterren deinen vredig met de stroming mee.

De studenten hebben veel van het project geleerd, laten ze weten. ‘Ik wil hier ongetwijfeld meer mee doen in de toekomst’, zegt Lesley Thoen. ‘Er wachten ons veel opgaven, zoals de energietransitie. Vooral hoe we hier ook nog ruimtelijk en esthetisch mee omgaan.’ Magalí Sanz wil de lijn doortrekken en meer bouwprojecten realiseren om de biodiversiteit te bevorderen. ‘Wereldwijd sterven dieren massaal uit. Daar zijn oplossingen voor nodig. Met elk bouwkundig ontwerp helpen we de mensheid naar een natuurinclusievere, duurzame wereld.’