Streepjescode

Afgelopen donderdag bepaalde de Hoge Raad dat DNA-resten op voorwerpen (tandenborstels, sigarettenpeuken) gebruikt mogen worden als bewijs in kleine strafzaken. Tot nog toe mag justitie het DNA - onze individuele streepjescode - van een verdachte slechts onder dwang gebruiken als het gaat om delicten waarvoor minimaal acht jaar cel geldt.

Eveneens vorige week overwoog minister Korthals (Justitie) de maximum strafmaat van acht jaar voor dwangafname van DNA te halveren. Deze twee uitspraken komen niet uit de lucht vallen. In november vorig jaar gaf Korthals rechter-commissarissen meer bevoegdheden om DNA-onderzoeken uit te voeren. Vier maanden geleden was een meerderheid van het CDA, de VVD en D66 voor verruiming van de mogelijkheden voor DNA-materiaal als bewijsmiddel in strafzaken. En afgelopen juni gaf Korthals aan DNA-onderzoek mogelijk te willen maken voor kleine criminele activiteiten zoals inbraken. De gemiddelde Nederlander lijkt niet meer wakker te liggen van de DNA-discussie, voor zover hij dit ooit heeft gedaan. Tegelijkertijd erkent justitie dat er een tendens is om het gebruik van DNA-onderzoek in strafzaken te verruimen. Een combinatie van deze twee gegevens is niet geruststellend. Te meer omdat het allemaal niet zo veilig is als het lijkt. Hoewel bijna iedereen denkt dat elke vorm van DNA uniek is, blijkt dat een bepaald DNA-profiel met een ander DNA-profiel overeen kan komen, doordat slechts een gedeelte van het DNA is onderzocht. Op zich al een reden om voorzichtig te zijn.