Waren er geen palingen te zien, dan dacht ik weer wat anders. ‘Kijk, daar loop ik voor de zoveelste keer langs het archeologisch museum, waar ik nog maar een paar dagen geleden op de kleine Bes ben gestuit. Bes, god van vruchtbaarheid en wat daarbij hoort, is niet heel groot. Klein kereltje zelfs, maar wel toegerust met een ellenlange piemel die hij door middel van diverse paalsteken onder bedwang tracht te houden. Van Bes naar Besse. Hotel Besse in het smakelijke Labouheyre aan de Frans-Atlantische kust. Daar at ik eens gedroogde pruimen waar een onzichtbare mevrouw Besse op het laatste moment een klontje boter tussen had gefrommeld. Niet slecht!’ Dat zijn zo de dingen die je denkt wanneer je door de via Sassari loopt. Snel loopt. Met om mijn nek de lange lievelingsshawl. Meer donkerkersenrood dan paars. Waaraan je terugdenkt wanneer een ui het over zijn fantasie heeft. Over zijn uienfantasie.