Streng

Dat een kunstwerk een elegie kan zijn bewijzen de groepen balken van Carl Andre, die door hun strenge rangschikking iets huiveringwekkends hebben. Door Rudi FuchsDat een kunstwerk een elegie kan zijn bewijzen de groepen balken van Carl Andre, die door hun strenge rangschikking iets huiveringwekkends hebben.

Medium fuchs1

Het beeld Henge on Threshold van Carl Andre is uitzonderlijk in maatvoering. De vijf houten balken waaruit het is samengesteld meten 30 x 30 en 150 centimeter. Daarmee is het dus meer dan manshoog. Drie van die balken staan regelmatig verdeeld opgesteld op een drempel: rechts, midden, links. Boven op de opstelling ligt nog een balk. De totale hoogte van het bouwsel is dus 210 centimeter. Ik heb altijd gemerkt dat het onbevredigend is zo’n beeld van een afstand te bekijken. Als je ervoor staat trekt, door de hoogte, je blik naar boven. Vervolgens glijdt de blik naar beneden. Eerst, herinner ik me, kijk je dan naar de staande balken links en rechts. Je begint dan een zwaar, groot raam te zien. Omdat de middelste balk precies in het midden staat begin je een beeld te ervaren dat uit maatverhoudingen bestaat. De balken zijn vierkant in volume. Tussen

Medium fuchs3

hen in zijn de tussenruimtes van datzelfde maat (30 x 30). Het beeld er ziet er eenvoudig ziet maar die eenvoud is het tegendeel van toevallig. De langzame behoedzaamheid van de constructie is indrukwekkend. Mij doet die denken aan de statige symmetrie in de opbouw van sonnetten of, in de muziek, van koralen.

De maat van het ding werd bepaald door de ruimte

Verschillende malen, in tentoonstellingen, heb ik meegeholpen dit werk op te stellen. Als je bezig bent die vijf losse balken (die op zich maar elementen zijn) op hun plek te krijgen, begin je een gevoel te krijgen voor wat ik de ernstige beschouwelijkheid zou willen noemen van deze samengestelde vorm. De maatverhoudingen van de volumes en de intervallen worden dan heel concreet tastbaar. Het beeld ziet er dan heel beheerst uit. Wat op mij vooral indruk maakt, en steeds weer als ik het zie, is hoe gestaag de eenvoud van constructie en materiaal in het werk wordt volgehouden. Nergens in zijn oeuvre begint de kunstenaar, zoals dat vaak wel gebeurt, de dingen te verfraaien. Hij blijft onverbiddelijk.

Met het woord henge in de titel wordt die stevige poortachtige verbinding aangeduid die we in prehistorische bouwsels (Stonehenge) zien. Verder heeft dit werk uit 1971 (en drie of vier varianten) nog een melancholieke ondertitel: Meditation on the Year 1960. In een schrift met ruitjespapier had Andre, in 1960, met strakke lijnen een aantal sculpturen getekend die daar Element Series genoemd worden. Om praktische reden zijn die pas in de vroege jaren zeventig ook echt gemaakt. De serie, van uiterst elementaire vormen en verbindingen, begon met een enkele staande balk – maar 90 centimeter hoog, in omvang 30 x 30, dus ogend als een blok. De andere werken waren varianten van hoe je verder zulke balken op of tegen elkaar kunt zetten: met twee balken, drie, vier, enzovoort. Alles bij elkaar staan er zo’n twintig versies in dat schriftje. Nu lijkt het of daarin op de meest karige manier de strikte elementen van een abstracte beeldhouwkunst (het abc ervan) staan ontworpen. Eenvoudiger kon het nauwelijks. Op de strenge en beschouwelijke eenvoud van de eerste ontwerpen in dat schrift nu is Henge on Threshold een reflectie. De verhouding tussen dikte en hoogte van de balken, van 1:5, is uitzonderlijk, bijna experimenteel. In alle houten sculpturen daarna is Andre toen teruggekeerd naar de vroegere maatverhouding 1:3 omdat die veel compacter is. Een werk als Palisade bijvoorbeeld kan niet hoger zijn dan 90 centimeter want anders zou het architectuur worden – agressief als een muur. Nu is het werk, dertien korte balken tegen elkaar, een kordate, gedrongen en extreem abstracte vorm die met ingetogen beslotenheid in de ruimte staat maar die nooit domineert, en zich erin neervlijt. De maat van het ding werd bepaald door de ruimte die beschikbaar was in de galerie in New York waar het werd gemaakt.

Daarbij vergeleken zijn de maatverhoudingen in Henge on Threshold een conceptuele conventie. Palisade heeft zijn maat gevonden zoals ook het brede Flanders Field. Het werd gemaakt in 1978 in een zaal in het Van Abbemuseum. Andre wilde een regelmatig patroon maken – staande balken met als tussenruimtes de lengte van een balk (90 cm). In de zaal paste een groep van zes rijen van negen balken, gestaag als een litanie. Je kon er tussendoor lopen. Er was grote stilte in de zaal. ‘In Flanders fields the poppies blow/ between the crosses, row on row.’ Zo begint een tragisch gedicht uit de Eerste Wereldoorlog. Juist omdat de strenge rangschikking hier zo huiveringwekkend abstract is, is dit beeld echt een elegie.

PS Ik kom nog terug op Carl Andre, met name op dat spiraalschrift uit 1960 met tekeningen, een schat die zich overigens in de collectie van het Stedelijk Museum bevindt


Beeld: Kroller Muller Otterlo & Van Abbe Museum Eindhoven