Streng, strak en keelsnoerend

In zekere zin is de voorstelling Richard III (Shakespeare/Rijnders/Toneelgroep Amsterdam) een statement over de eindigheid van de negentiende-eeuwse schouwburg. We hadden prachtplaatsen, daar niet van. Maar er zat een dame met een hoerakapsel voor ons, waar we omheen moesten loeren. Ik beklaagde in gedachten de toeschouwers op het tweede balkon. Mijn blik gleed af en toe naar de engeltjes in de toneellijst en naar de zijbalkons waar je de helft van de voorstelling niet ziet.

De regie plaatst alles wat in deze Shakespeare-enscenering belangrijk is, nadrukkelijk op het voortoneel. Tegelijkertijd is de uitvoering zo gestileerd, zo prachtig strak in haar vormentaal, dat ze automatisch de vraag oproept: wat zoekt dit theater in deze operetteomgeving? En: hoe zou zo'n uitvoering werken in de door Toneelgroep Amsterdam begeerde ‘middenzaal’? We kunnen dat het volgend seizoen controleren: Richard III wordt dan opnieuw gespeeld, in het Transformatorhuis op het Westergasterrein.
De hoofdstedelijke schouwburgdirectrice heeft wel geroepen dat Gerardjan Rijnders niet van de klassieke toneellijst houdt omdat hij niks van mise-en-scene snapt. Dat was al baarlijke nonsens, na deze Richard heeft Habbema helemaal geen recht van spreken meer: Richard III is als voorstelling de triomf van een bijna mathematisch uitgevoerde ensemble-regie. Ironisch genoeg in een klassiek coulissedecor. Met een bewolkte polderlucht als achterdoek (en dan nog uitsluitend in de slotscene). En als enig rekwisiet: een schaaltje aardbeien. Kan het Hollandser?
De in segmenten verdeelde, schuin oplopende speelvloer dwingt de personages tot 'zetten’, als speelden ze in een levend schaakspel. De mannen zijn consequent in het zwart gekostumeerd. De vrouwen gaan gekleed in pof-robes, in kleuren die werken als het gif van hun vervloekingen: groen, rood, paars en blauw.
Alles is streng in deze voorstelling. De machiavellistische machtsuitoefening wordt met het scalpel van een patholoog-anatoom uit elkaar gesneden. Mechanismen uit het politiek bedrijf tonen de acteurs met een keelsnoerende strakheid. De mannen, als door onzichtbare krachten de scene op geschopt, bijten zich verbeten door hun teksten heen. De vrouwen kronkelen om hun as of zijgen ter aarde teneinde hun verschrikkelijke verwensingen uit te spugen.
Tussen hen hompelt Richard de Stokebrand. Pierre Bokma, die de schurk der schurken met een virtuoos genoegen en een onuitputtelijke energie toont, doet nauwelijks pogingen om aan de strakke orkestratie van het ensemble te ontsnappen. Af en toe 'doet’ hij een nummer (vrome opkomst met een gebedenboek), soms incasseert hij weloverwogen een lach (wanneer zijn vertrouweling het slechte nieuws te gecompliceerd verpakt: 'Hoera, een raadsel!’). Maar verder voegt Bokma zich naadloos in wat de primaire ambitie lijkt van deze voorstelling: het vertellen van een groot verhaal met grote middelen.
Huiveringwekkend wordt de enscenering als ze stil valt, wanneer de machtigen wankelen onder hun zelfgekozen opdracht. De slotspeeches van de verliezer (Richard) en de gedoodverfde winnaar (Richmond), vlak voor de finale veldslag, zijn demonstraties van onvermogen. Richmond weet weinig meer te verzinnen dan voortdurend God erbij te halen. Richard zwetst racistische ressentimenten bij elkaar, met zijn dolk schuivend als was het een spiekbriefje voor een verkiezingstoespraak.
De voorstelling opent, pauzeert en eindigt in drie monumentale tableaus, fraai ondersteund door de muziek van Arvo Parts Cantus. In de opening zien we een wankelende monarch. Het kroningstableau toont een koningin die bevend de dood recht in de ogen ziet. Aan het slot spreekt de nieuwe koning zijn maiden speech met de heftige trillingen van een vroeg oud geworden idealist. Het zijn ook die details die deze Richard III tot zo'n monumentale toneelgebeurtenis maken.
Nog tot ongeveer eind maart op diverse plekken in het land te zien. Volgend seizoen reprise.