Strenge vader

Zodra het woord ‘gezag’ valt, raak ik ­geïrriteerd. Het is een reflex. Ik weet nooit goed wat ik van ‘gezag’ moet vinden.

Medium opheffer 30 2013 charisma

Gezag heeft met macht te maken – zoveel weet ik nog wel. En misschien komt daar wel mijn geïrriteerdheid door. Wie heeft de macht? Is het eerlijk dat die de macht heeft? Wat doet diegene met de macht? Wie heeft het om welke reden voor het zeggen?

Er is een vorm van gezag die ik – ik weet niet goed hoe ik het moet omschrijven, maar laat ik zeggen: esthetisch verantwoord vind. Het is het gezag van de leraar op school die je bewondert, van de schrijver op wie je wil lijken, van de dichter die verwoordt waarvoor jij nog geen woorden had; het is het gezag dat met respect te maken heeft. Je geeft je over – en dus heeft de ander overwicht over jou.

Je zou wensen dat politici ook zo’n soort gezag hebben. En soms hebben ze dat ook.

Ik heb eens met Theo van Gogh en Pim Fortuyn in de gastenruimte bij AT5 gezeten, en het gesprek ging over het electoraat van Pim. Waar de conversatie precies over handelde, weet ik niet meer, maar op een gegeven moment zei Van Gogh tegen Fortuyn: ‘Pim, er zijn nu te veel mensen dol op je. Dat kun je helemaal niet aan. Jij wil gehaat worden.’ Waarop Fortuyn zoiets antwoordde als: ‘Theo, wat ken je me slecht; ik wil niet gehaat worden, ik wil niet dat de mensen dol op me zijn, ik vind het niet goed gaan in de politiek. Ik wil gezag!’

Het was een gesprek dat buiten de uitzending viel en we vroegen niet door. Maar ik heb het wel onthouden, want ik vond de zin opmerkelijk: ‘Ik wil gezag.’ Pim bedoelde: ‘Democratisch gezag’. Hij wilde tot minister-president gekozen worden en dan zo goed en zo kwaad als het zou gaan de zaak veranderen.

Hadden wij respect voor Pim en wilden wij dat hij gezag zou krijgen? Ik heb daar wel met Theo apart over gesproken. Wij zagen Fortuyn meer als een kompaan dan als een gezagvolle minister-president. Wij moesten daarvoor te veel om Pim lachen. Hij bleef voor ons een katholieke homo met sm-trekjes die een strenge vader wilde zijn – en wij zagen hem niet het land besturen, want autoritaire vaders waren verdwenen, en Pim wilde wel degelijk een autoritaire vader zijn. Als Fortuyn de macht toebedeeld zou hebben gekregen, zouden wij dat als een goede grap hebben ervaren, een dikke vinger naar de vastgeroeste politiek. ‘De Goddelijke Kale’, noemde Van Gogh hem, en wij lachten om Fortuyns religieuze trekken. Als we Pim zo zagen rondtoeren, wisten we dat hij zich enigszins Jezus Christus waande. Hij zei ook dat hij een roeping had. En wie had geroepen? God, natuurlijk.

Fortuyn en Theo werden beiden vermoord door mensen die een gezagscrisis vreesden. Volkert van der Graaf had totaal geen vertrouwen meer in de democratie en ontwaarde in Fortuyn een nieuwe Hitler en meende dat hij derhalve orde op zaken moest stellen; Mohammed ­Bouyeri vertrouwde ook de democratie niet, want die stond Allah-loochenaars als Ayaan Hirsi Ali en Theo van Gogh toe.

Dat wantrouwen jegens de democratie – waar ook Breivik last van had – is zo gevaarlijk omdat moord het enige middel is dat dan snel en effectief werkt. Dat doen petities niet, demonstraties niet, debatten op televisie niet – je moet steeds wachten op nieuwe verkiezingen, en dan nog…

Het gezag van de democratie is esthetisch zeer onwelgevormd.

Er kunnen decennia voorbijgaan dat de politici voor wie jij respect hebt in de oppositie zitten. En als ze eindelijk enige macht hebben ontvangen, doen ze daar heel weinig tot niets mee.

Dat is de baarmoeder van elke gezagscrisis.