Economie

Stress

Iedere grote onderneming kent het belang van goede relaties met beleggers. De meeste hebben daar aparte afdelingen voor. Ik ben de eerste om daar smalend over te doen - communicatiedeskundigen zijn meestal huppelkutjes in kokerrokjes - maar ben tevens de laatste om hun raison d´être te bagatelliseren. Beleggers kunnen een bedrijf maken of breken. De crisis heeft daar fraaie staaltjes van getoond. Alan Schwartz, ceo van Bear Stearns, die na lang dralen de pers te woord staat, hakkelt en stamelt en daarmee zijn bedrijf grotere schade toebrengt dan als hij zou hebben gezwegen. Of Dick Fuld van Lehman Brothers, die de boodschapper beschuldigt - hedgefondsen die zogenaamd speculeerden op zijn faillissement - in plaats van de hand in eigen boezem te steken, daarmee het beeld versterkend van een arrogante bestuurder die ieder gevoel voor verhoudingen kwijt is. De belegger overtuigen is echter niet alleen van levensbelang voor bedrijven, ook voor staten.
Want de crisis begon in 2007 weliswaar als een hypotheekcrisis, werd na de val van Lehman Brothers een liquiditeitscrisis toen banken elkaar geen korte kredieten meer wilden verstrekken, transformeerde vervolgens in een solvabiliteitscrisis toen steeds meer bancaire activa afgewaardeerd moesten worden, werd een brede economische crisis toen huishoudens hun spaargelden verloren en bedrijven niet meer investeerden, maar mondde in 2009 uit in een fiscale crisis toen staten als gevolg van stijgende schulden onder vuur van de financiële markten kwamen te liggen.
Ieder hoofdstuk van deze saga heeft zijn eigen boefjes. Die van hoofdstuk één waren de bonusjagende hypotheekverkopers die nietsvermoedende burgers worgcontacten door de strot duwden. Die van hoofdstuk twee waren roofzuchtige hedgefondsmanagers die speculeerden op bancaire faillissementen als ging het om een spelletje baccarat. Die van hoofdstuk drie waren hebzuchtige bankiers die ter meerdere eer en glorie van de eigen bonus de boeken van de bank volstouwden met rotte producten. De boef van hoofdstuk vier was het neoliberalisme dat ons zelfregulering, ‘light touch’-toezicht en innige relaties van toezichthouder met bankiers had gebracht.
Onduidelijk is wie of wat de boef van hoofdstuk vijf is. Afgaand op uitlatingen van Merkel en Sarkozy zijn dat de speculanten. Het verbod op 'short’-gaan, de speeches waarin woedend wordt uitgehaald naar beleggers die het in hun hoofd halen staten de maat te nemen, de pogingen om bankiers te laten betalen voor het gelag wijzen in die richting. Beleggers denken het tegenovergestelde. De oplopende verzekeringspremies voor Zuid-Europese staatsobligaties, de lage eurokoers, de opgedroogde interbancaire markt, de stijgende goudprijs wijzen op afnemend vertrouwen in het crisismanagement van de EU. Wie heeft gelijk? Ik vrees de belegger. Te weinig, te laat, te lang en te veel gedraald, moest de EU in mei een tank uit de schuur rijden om beleggers ervan te overtuigen dat het haar menens wat met de euro. Het hielp even. Al snel bleek namelijk dat het helemaal niet ging om de euro of Griekenland maar om de eigen banken die miljarden aan Mediterraan schuldpapier hadden gekocht - hoge rente en veilig als Duitse 'bunds’, wat wil je nog meer? Dat het IMF diezelfde maand waarschuwde dat Europese banken sneller moesten afboeken op rotte activa omdat zij een nieuwe klap anders niet zouden overleven, hielp niet. Markten zijn niet alwetend maar ook niet dom. En dus zijn de afgelopen weken de premies op verzekeringen op het bankroet van Europese banken weer gestegen, Europees stabiliteitsfonds of niet.
Als u dit leest zijn de resultaten bekend van de stresstests waaraan de toezichthouders 91 Europese banken hebben onderworpen. Het zal de onrust niet wegnemen. Ten eerste omdat er geen informatie over individuele banken wordt vrijgegeven. Ten tweede omdat er geen uniforme scenario’s zijn gebruikt: sommige toezichthouders gebruiken milde, andere strenge. Ten derde omdat sommige toezichthouders eigenhandig hebben getest, terwijl andere het overlieten aan de banken zelf. En ten vierde omdat onduidelijk is wat er met banken gebeurt die zijn gezakt. Toen anderhalf jaar geleden de VS hetzelfde deden stond er tenminste een zak geld klaar. In Europa ontbreekt ook maar een schaduw van een plan B.
De gloriedagen van september 2008, toen morsige staatshoofden arrogante bankiers hebben gered, zijn de Europese politici naar het hoofd geschoten. Die hete herfstdagen hebben zoete herinneringen opgeroepen aan de gouden decennia van staatsautonomie van de jaren vijftig en zestig. Die keren echter nooit meer terug. De financiële markten laten zich niet meer temmen. Het zou dus van meer realisme getuigen om net als beursgenoteerde ondernemingen te investeren in een goede afdeling 'investors’ relations’. Al was het maar omdat het publicitaire geschutter van de laatste maanden zo in de papieren loopt.