Toneel: ‘La maladie de la mort’

Striemend klinisch

La maladie de la mort, regie Katie Mitchell © Stephen Cummiskey

De Britse regisseur Katie Mitchell (1964) toont in Brandhaarden 2018 van Théâtre des Bouffes du Nord La maladie de la mort. Naar de novelle van Marguerite Duras uit 1982. Die begint met de volle zin: ‘U zou haar niet moeten kennen, haar overal tegelijk gevonden hebben, in een hotel, op straat, in een trein, in een bar, in een boek, in een film, in uzelf, in u, in jou, volgens de grillen van je geslacht, dat opgericht in de nacht, roept waarheen te gaan, waar zich te ontladen van de tranen waarvan het vol is.’

Een man huurt een vrouw in om te onderzoeken of hij haar kan beminnen. Er is een kracht in hem werkzaam die liefde onmogelijk maakt. Een vraatzuchtige honger die een ziekte is. De ontmoetingen vinden ’s nachts plaats. Er wordt niet gesproken. Zij levert zich seksueel volledig aan hem over. In een hotelkamer aan zee. De vrouw weet wat de man niet weet: waaruit de liefde bestaat. Vlak voor hun samenzijn definitief ophoudt, onthult ze de oerbron: ‘Uit alles, uit een vlucht van een nachtvogel, uit een slaap, uit een droom van een slaap, uit het naderen van de dood, uit een woord, uit een misdaad, uit zichzelf, plotseling, zonder te weten hoe.’

We zijn in het Parijse theater, enkele dagen na de première. Het is vol met dingen die we hier nooit zien. Het toneeldecor is een drukke filmset. De ontmoetingen worden ter plekke verfilmd. Het resultaat zien we op een groot scherm boven de speelvloer. Aangevuld met documentair materiaal. Over het huis van de vrouw. Over haar zoontje. Over de zelfmoord van haar vader. Er zijn beelden uit pornofilms die de man op de hotelkamer bekijkt. De scènes op de set en de gefilmde en gerepeteerde beelden op het scherm lopen asynchroon. Wat je denkt live te zien wordt ter plekke in moten gehakt. Niets is geïmproviseerd, alles volgt een zorgvuldig script. De seksscènes zijn realistisch maar niet naturel. Doordat ze ter plekke worden gedecoupeerd. Mitchell noemt dat cinéma-live-théâtre.

Duras’ novelle is geschreven vanuit de mannelijke blik. Mitchell ensceneert en filmt vanuit de vrouw. Nick Fletcher en Laetitia Dosch spelen. Naast de set staat een geluidcabine waar de teksten van de verteller worden gelezen door de actrice Irène Jacob. Het tempo is andante. De toon is, net als het proza van Duras, van een bijbelse eenvoud, ook striemend klinisch. Er ligt hier weliswaar een casus van zware mentale beschadigingen op de snijtafel. Maar de toon is licht, ijl, luchtig. Over de vrouw komen we bij Mitchell aanzienlijk meer te weten dan bij Duras. Er zit veel leven in haar, een vitale wil. De man lijkt vermalen door een ruwe geseksualiseerde wanhoop waaruit geen ontsnappen mogelijk blijkt. Ik heb Duras’ novelle vaak herlezen. Ze is desolaat en verslavend. De voorstelling van Katie Mitchell is dat ook. Duras zou zeggen: ‘Leer lezen. Dit zijn gewijde teksten.’


Théâtre des Bouffes du Nord, La maladie de la mort, Stadsschouwburg Amsterdam, Rabozaal, 21 t/m 24 maart