Vijftien jaar Wikipedia

Strijd achter de schermen

Gratis kennis voor en door iedereen. Voor die missie krijgt Wikipedia volgende week de Erasmusprijs uitgereikt. Vijftien jaar na oprichting is het de vraag hoe de digitale encyclopedie die belofte kan blijven waarmaken.

Medium dga2

Onlangs liep ik met een vriend door een Belgisch stadje. Het kerkgebouw daar, stralend middelpunt van het oude stadscentrum, had een bewogen geschiedenis. De constructie begon in 1230 en duurde bijna anderhalve eeuw. Het bouwwerk werd in de Middeleeuwen gewijd tot kathedraal, en later gedegradeerd tot gewone kerk. De Eerste Wereldoorlog legde spits en middenschip in puin. Daarna werd alles weer volledig herbouwd. Ik verzuchtte dat de huidige tijd toch beduidend minder ambitie in zich droeg. Een imponerend bouwwerk dat dankzij de tomeloze arbeid van duizenden handen tot stand komt, daar hoef je in de 21ste eeuw niet meer om te komen. Mijn vriend dacht daar anders over. Er bestaan nog steeds grote projecten waar duizenden mensen jarenlang aan ploeteren, meende hij. Alleen zie je ze niet als je op straat loopt. Als voorbeeld noemde hij Wikipedia.

De meest omvangrijke, meest gelezen online encyclopedie als kathedraal van deze tijd – mijn vriend is niet de enige die Wikipedia de status van modern wereldwonder toeschrijft. In 2011 stelde een groep Duitse Wikipedia-vrijwilligers een petitie op waarin ze Unesco vroegen Wikipedia uit te roepen tot het eerste digitale werelderfgoed. Deze wikipedianen (de wiki-wereld kent veel van dit soort termen: wikiholic, bijvoorbeeld, of wikipaat) kregen bijval. ‘Wikipedia is net zo belangrijk als de piramiden’, schreef technologietijdschrift Wired in reactie op de petitie.

Inderdaad is Wikipedia een indrukwekkend project. De site ging van start in 2001 en de afgelopen vijftien jaar hebben meer dan veertig miljoen redacteuren 37 miljoen artikelen samengesteld in bijna driehonderd talen. Met een half miljard bezoekers per maand behoort Wikipedia met Google, Facebook en het Chinese webbedrijf Baidu tot de meest bezochte websites ter wereld. Een verwijzing naar Wikipedia staat steevast tussen de eerste paar hits als je een term intikt op een zoekmachine. Je kunt zelfs zeggen dat Wikipedia goed is voor sociale binding: er bestaan tientallen hyperlokale Wiki’s. De Achterhoek heeft een eigen ‘Wikkipedijda’. Wie op zoek is naar wetenswaardigheden over carnaval in Den Bosch, de vijf dagen per jaar waarin de stad is omgedoopt tot ‘Oeteldonk’, kan terecht op de ‘Oetelpedia’.

Dat alles is verkregen zonder dat het gebruikers een cent kost. Kathedralen werden gebouwd met geld opgehoest door de kerkgemeenschap; bij Wikipedia zijn het de duizenden vrijwilligers die hun tijd besteden aan het aanleggen, redigeren en bediscussiëren van artikelen en het bewaken van de door wikipedianen gekoesterde ‘neutrale toon’.

De oorsprong van Wikipedia heeft alle kenmerken van het optimistische houtje-touwtje-elan dat het begin van het internettijdperk kenmerkt. ‘How a Bunch of Nobodies Created the World’s Greatest Encyclopedia’, is de ondertitel die Wikipedia-biograaf Andrew Lin meegaf aan zijn boek The Wikipedia Revolution. Primus inter pares van die nobodies was Jimmy Wales, een doorsnee jongen uit Alabama die als kind de wereld ontdekte via de papieren encyclopedie van zijn ouders. Aanvullingen en wijzigingen kwamen elk jaar met de post, in de vorm van stikkers die bij de lemma’s geplakt moesten worden, totdat de encyclopedie zo volgestikkerd was dat er een nieuwe moest komen.

Halverwege de jaren negentig gaf Wales zijn baan bij een investeringsbank op en verhuisde van Chicago naar Californië om al zijn tijd te steken in het internetbedrijf dat hij in de avonduren was gestart. Net als velen werd Wales gelokt door wat het internet in die dagen was: een belofte dat de hele informatie-economie opnieuw kon worden uitgevonden. Hij had geknutseld aan sites voor digitale auto-advertenties, culturele agenda’s en pornografie. Zijn eerste poging om een (betaalde) digitale encyclopedie te beginnen liep stuk. Wikipedia’s voorloper Nupedia was traditioneel hiërarchisch georganiseerd, met een redactieproces in zeven stappen en een centrale redacteur die het laatste woord had. Maanden werk leverde een paar honderd artikelen op, uitgeprint niet meer dan een dun boekje.

Nadat Wales en zijn kompanen het Wiki-systeem hadden ontdekt, waarmee iedereen wijzigingen kon aanbrengen zonder toestemming vooraf (‘wiki’ is Hawaïaans voor ‘snel’) ging het hard. In minder dan een maand waren er meer dan duizend artikelen samengesteld door een rap groeiende groep enthousiastelingen die elkaar nooit hadden ontmoet, maar vanaf hun eigen bureau belangeloos een steentje bijdroegen.

Wikipedia is als ‘een muur waarvan het makkelijker graffiti verwijderen is dan het erop te spuiten’

Wales’ zoektocht naar een verdienmodel werd gestaakt. Wikipedia zou kennis voor niks ter beschikking stellen. Dankzij dit antihiërarchische, anticommerciële hacker-ethos werd Wikipedia het lievelingetje van de techno-optimisten die de digitale revolutie zagen als het begin van een nieuw tijdperk waarin macht en invloed zouden komen te liggen bij de online georganiseerde massa. Die verwachting werd opgetekend in The Wisdom of Crowds van New Yorker-journalist James Surowiecki, in Here Comes Everybody van hoogleraar journalistiek Clay Shirky, in Infotopia van Harvard-jurist Cass Sunstein en in tientallen andere boeken die allemaal dezelfde boodschap verkondigden. Het online publiek, met toegang tot oneindig veel informatie, had nu ongekende mogelijkheden om zich te informeren, te debatteren en zich te organiseren.

Nog steeds overheerst het enthousiasme over allemansvriend Wikipedia. Bij de tiende verjaardag van de encyclopedie omschreef Clay Shirky in The Guardian de website als niets minder dan een ‘ongepland wonder’ dat de aannames van onze marktgedreven samenleving tart. Een gratis omgeving waarin consumenten geen passieve gebruikers zijn maar actief bijdragen. Hij roemde nog eens de technologische infrastructuur van Wikipedia – waarbij iedereen met een paar muisklikken fouten kan corrigeren, verkeerde toevoegingen kan verwijderen en zinnetjes kan toevoegen – als de meest soepele vorm van peer review denkbaar.

Wikipedia is volgens Shirky als ‘een muur waarvan het makkelijker graffiti verwijderen is dan het erop te spuiten’. Het aangezicht van zo’n muur wordt bepaald door de mensen die bereid zijn hem schoon te houden. ‘Als de toegewijde verdedigers zich niet meer om Wikipedia bekommeren, is de website binnen een week verdwenen, overspoeld door vandalen en spammers.’ Die vernietigende hordes werden volgens Shirky effectief geweerd. ‘Kijk naar Wikipedia nu en je ziet dat ook vandaag weer de good guys hebben overwonnen’, schreef hij.

Gaandeweg is steeds duidelijker geworden wie die good guys zijn die zich schuilhouden achter de sobere interface van Wikipedia en hun vrije uren besteden aan het bemesten van stubs (‘stronkjes’, Wiki-taal voor een pas begonnen lemma) zodat die uitgroeien tot bomen der kennis waarvan iedereen de vruchten kan plukken. Om te beginnen zijn het vooral dat, guys. Er zijn nauwelijks vrouwelijke redacteuren. Volgens Wikipedia zelf (dat een artikel wijdt aan de seksesamenstelling van de eigen gemeenschap) is tussen de 84 en 91 procent van de redacteuren man. Verschillende pogingen om meer vrouwen bij Wikipedia te betrekken zijn tot nu toe op niks uitgelopen. Vorig jaar zei Jimmy Wales tegen de bbc dat de doelstelling van de Wikimedia Foundation (de stichting waar Wikipedia onder valt) om een kwart vrouwelijke redacteuren binnen te halen ‘volledig mislukt’ was.

De scheve genderbalans kwam vol in de aandacht te staan na een relletje over een indelingskwestie. Op zoek naar haar eigen notering ontdekte schrijfster Amanda Filipacchi dat leden van de Wikipedia-gemeenschap bezig waren om aparte artikelen te maken voor ‘American novelists’ en ‘American female novelists’. Stuk voor stuk werden de namen van vrouwelijke schrijvers van de ene pagina naar de andere verplaatst. Filipacchi schreef daarover een kritisch opiniestuk in The New York Times en wakkerde daarmee een controverse aan waarin de digitale encyclopedie aan de schandpaal werd genageld. ‘Wikipedia bias is an accurate reflection of universal bias. All (male) writers are writers; a (woman) writer is a woman writer’, twitterde schrijfster Joyce Carol Oates.

Dankzij deze discussie kwam er een vergrootglas te liggen op seksisme bij de online encyclopedie. The New Statesman constateerde dat ‘vrouwelijke pornosterren’ op de Engelse Wikipedia een keurig, gedetailleerd overzicht oplevert waar meer dan duizend redacteuren aan gewerkt hebben. Het overzicht van ‘vrouwelijke dichters’ was een rommelige verzameling namen, zonder chronologie of referenties. The Atlantic publiceerde een artikel getiteld The Sexism of Wikipedia. Daarin kwam ‘Lightbreather’ aan het woord, de nickname van een vrouwelijke Wikipedia-redacteur, die klaagde over intimidatie door mannelijke collega’s. Haar klachten bij de arbitragecommissie (ingesteld door de Wikimedia Foundation om meningsverschillen tussen redacteuren te slechten) liep uit op een tijdelijke schorsing van Lightbreather zelf, vanwege haar ‘strijdlustige mentaliteit’ (ze was vaker in conflict gekomen met mede-wikipedianen).

Inmiddels hangt er een permanente discussie rond Wikipedia over de vraag of de optelsom van alle menselijke kennis niet stiekem een optelsom van vooral mannelijke kennis is. Op zoek naar oorzaken voor dit probleem interviewde Sue Gardner, journalist en tot mei 2014 uitvoerend directeur van de Wikimedia Foundation, vrouwelijke afhakers. Het meest concrete wat Gardner kon optekenen was dat wiki’s redigeren vrijwilligerswerk is en dat uit verschillende onderzoeken blijkt dat vrouwen over minder vrije tijd beschikken dan mannen. De meeste andere verklaringen vielen onder het boterzachte onderwerp ‘vrouwelijke versus mannelijke eigenschappen’ (‘vrouwen hebben te weinig zelfvertrouwen en Wikipedia editen vraagt om veel zelfvertrouwen’, ‘vrouwen zijn conflictvermijdend en houden niet van de vechtcultuur die soms op Wikipedia heerst’). Al met al bood het weinig aanknopingspunten voor hoe Wikipedia te veranderen.

‘Wikipedia hanteert een neutrale toon’ en ‘redacteuren moeten elkaar met respect en beleefdheid behandelen’

Het debat over een gender bias in de meest geraadpleegde bron ter wereld werd deels in de traditionele media gevoerd, maar de meeste conflicten worden achter de schermen uitgevochten, tussen anonieme wikipedianen die, verscholen achter hun pseudoniem, elkaars aanpassingen ongedaan maken en op de discussiepagina die bij elke entry hoort twisten over die eeuwige vraag: wat is waarheid? Deze wikiwars lijken in veel opzichten op echte strijd waarin een inhoudelijk verschil van mening kan uitmonden in een persoonlijke vete. De gevel mag dan netjes geschilderd zijn, binnen loopt de spanning soms hoog op. Om te voorkomen dat conflicten uit de hand lopen heeft Wikipedia concessies moeten doen aan de we-zijn-allemaal-gelijk-gedachte. Zo is er een semi-formele hiërarchie aangebracht waarbij sommige redacteuren van de groep de mogelijkheid krijgen om een lemma te bevriezen of al te obstinate redacteuren een tijdelijk schrijfverbod te geven.

‘Er zijn aanwijzingen dat naarmate Wikipedia langer bestaat de intensiteit van de wikiwars toeneemt’, zegt Taha Yasseri, die bij het Oxford Internet Institute onderzoekt waarover wikipedianen onderling twisten. ‘Dat komt deels doordat er simpelweg meer mensen meedoen aan Wikipedia waardoor de kans op een verschil van inzicht groter wordt. Maar ook doordat Wikipedia-artikelen steeds uitgebreider worden. Over de grote lijnen zijn mensen het snel eens, maar over kleine details lopen de meningen vaak uiteen.’ Yasseri, zelf actief op Wikipedia, is bezorgd dat felle wikiwars mensen afschrikken. ‘Ik heb al veel ervaren redacteuren zien weglopen.’

Samen met collega’s zette Yasseri voor de Wikipedia’s in verschillende talen de meest controversiële onderwerpen op een rij. Zo is ‘George W. Bush’ de meest omstreden pagina in de Verenigde Staten, gevolgd door ‘Anarchisme’ en ‘Mohammed’. In Hongarije vindt het meeste getouwtrek plaats over het hoofdstuk ‘Zigeunercriminaliteit’. De Spanjaarden ruziën vooral over onderwerpen die met voetbal te maken hebben. ‘Dit laat zien dat Wikipedia veel meer is dan een encyclopedie’, zegt Yasseri. ‘Het biedt een direct inzicht in hoe de voorkeuren en opvattingen van gemeenschappen uiteenlopen.’

De wikiwars tonen, behalve de hang-ups van de wikipedianen, ook het grote dilemma waar Wikipedia mee worstelt nu de beginfase voorbij is. Het open ethos, waarbij iedereen mag meedoen zonder aanzien des persoons, is een fraai uitgangspunt, maar wat als de mensen die zich melden voornamelijk uit dezelfde hoek komen? Of allemaal dezelfde mening hebben en zo de stem van een minderheid verdringen? Open source wordt dan al snel mob rule. Op dit punt dient een volgende wikiwar zich al aan. Een ander team van het Oxford Internet Institute kwam op het idee om een overzicht te maken van de geografische locatie waarvandaan edits op de Engelstalige Wikipedia werden gemaakt. Daarmee werd in één keer duidelijk hoe het zit met de geografische oorsprong van de kennis die Wikipedia biedt. Bijna de helft van alle wijzigingen bleek afkomstig te zijn uit het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Duitsland, Frankrijk en Italië. Nederland, dat een veel kleiner aandeel aan Wikipedia levert dan al die landen, had meer edits dan heel Afrika bij elkaar.

Dit onderzoek betekent nog een barst in het ideaal van Wikipedia als de optelsom van alle menselijke kennis. De onderzoekers wezen op een probleem dat Wikipedia als democratisch mediumproject juist hoopte te omzeilen: het definiëren van kennis door een dominante groep. De wetenschappers uit Oxford ontdekten bovendien dat de edits die afkomstig waren van buiten het Westen vooral over Europese en Noord-Amerikaanse onderwerpen gingen. Omgekeerd werden artikelen over onderwerpen buiten deze regio vooral door Europese en Noord-Amerikaanse wikipedianen samengesteld. ‘Rijke landen bepalen de kennisproductie over minder welvarende landen. Zelden is het zo dat lokale stemmen hun eigen land vertegenwoordigen en definiëren’, concludeerde Mark Graham, die het onderzoek leidde, in een interview met The Guardian.

Het onderzoek naar wat in de academische literatuur ‘uneven geographies of participation’ heet toont aan hoe ingewikkeld het is om de idealen te realiseren waarmee Wikipedia vijftien jaar geleden van start ging. De mogelijkheid om kennis te democratiseren wordt vooral aangegrepen door dezelfde subgroep die hoe dan ook al dominant was in de productie van kennis: de westerse blanke man. Het ziet ernaar uit dat Wikipedia dezelfde discussie moet aangaan die op universiteiten wordt gevoerd. Sinds de jaren zeventig speelt op de academie het debat over de overheersende witte westerse mannelijke stem in de wetenschap. Recentelijk is dat debat opnieuw opgelaaid: op universiteitscampussen wereldwijd zijn er actiegroepen die de universiteit willen diversifiëren en meer ruimte eisen voor wetenschappers met een niet-witte achtergrond. Wikipedia, net als universiteiten een bron van inzichten over hoe de wereld werkt, kan zich voorbereiden op vergelijkbaar activisme.

Maar er is een belangrijk verschil tussen universiteiten en een online massaproject als Wikipedia. Een universiteit kan het curriculum aanpassen, een actief diversiteitsbeleid voeren. Voor Wikipedia is dat lastig. Daar staat de deur wagenwijd open. Melden zich voornamelijk technisch vaardige, hoger opgeleide witte mannen met een Europese of Noord-Amerikaanse postcode (het gemiddelde profiel van een Wikipedia-redacteur), dan wordt Wikipedia onvermijdelijk in de richting van voorkeuren en prioriteiten getrokken. Het is moeilijk om enige sturing aan te brengen in de crowd. Natuurlijk zijn er uitgangspunten die voorschrijven hoe Wikipedia moet worden vormgegeven, maar ook die zijn niet in steen gebeiteld. In 2009 werd het Wiki-ethos vastgelegd in vijf ‘zuilen’ die het project moeten schragen (onder meer ‘Wikipedia hanteert een neutrale toon’ en ‘redacteuren moeten elkaar met respect en beleefdheid behandelen’). Tekenend is de vijfde pilaar: ‘Wikipedia has no firm rules.’

Verzekeraar Univé verwijderde passages die verwezen naar kritiek op het bedrijf van consumentenprogramma’s

Het is niet de eerste keer in zijn geschiedenis dat Wikipedia onder vuur ligt omdat het zijn hooggespannen idealen niet zou waarmaken. In 2006 schreef Jaron Lanier het veel gelezen essay Digital Maoism: The Hazards of the New Online Collectivism op digitaal debatplatform Edge.org. Lanier, expert op het gebied van digitale technologie en bedenker van de term virtual reality, keerde zich tegen het evangelie dat wiki een heilzame kracht is die de wijsheid van de massa zou ontketenen. Hij waarschuwde voor de ‘gevaarlijke drogreden’ dat ‘het collectief onfeilbaar is’. De anonieme werkbijen die Wikipedia vormgeven, deden volgens hem in feite niets meer dan kennis die elders al beschikbaar was herschikken en overgieten met een sausje van crowd sourcing dat individuele kritiek en tegenspraak smoort. De obsessie met de massa is gevaarlijk volgens Lanier, omdat ze de individuele verantwoordelijkheid en oordeelsvorming opschort.

Lanier stond destijds goeddeels alleen in zijn aanval op Wikipedia. Zijn vergelijking met het maoïsme waarbij in naam van de massa het individu de vrijheid van denken wordt ontnomen, voerde velen te ver. Wikipedia onderscheidde zich juist door de afwezigheid van dwang. Ook Laniers omineuze woorden dat fascisme ons laat zien wat er gebeurt als de wil van de massa wordt aangevoerd als argument lijkt achteraf over the top. Vooralsnog kunnen politici, wetenschappers en journalisten vooral op scepsis rekenen als ze hun mening op Wikipedia baseren.

Lanier bracht evenwel een belangrijke nuancering aan. Het ging hem er vooral om een weerwoord te geven tegen het onkritische gejubel over Wikipedia, en niet om de principes van een encyclopedie op basis van crowd sourcing zelf. Hij wilde niet klakkeloos aannemen dat kennis die afkomstig is van honderden zelfverklaarde autoriteiten in plaats van van een handvol aangewezen autoriteiten betrouwbaar is. Hiermee legde hij het grote probleem bloot rond de vraag hoe Wikipedia zich ontwikkelt. Want: bij wie moet je zijn? Je kunt het Jimmy Wales en de Wikimedia Foundation lastig verwijten dat Wikipedia vooral mannen trekt. Hetzelfde geldt voor de geografische ongelijkheid: die wordt voor een belangrijk deel verklaard door de mate waarin internetgebruik is ingeburgerd. Wikimedia legt geen glasvezelkabels aan. De inhoud van individuele lemma’s, daarvoor zijn individuele vrijwilligers verantwoordelijk, maar de optelsom van het geheel komt voor rekening van een anonieme massa, en daarmee in feite van niemand.

Bij de dreiging van eenzijdige zelfselectie komt ook die van sluipende commercialisering. ‘Bijhouden van sociale media’, standaard taakomschrijving voor een communicatiefunctie, houdt vaak ook het bewerken van Wikipedia-artikelen in. Pr-bedrijven overal ter wereld bieden aan om tegen betaling Wikipedia-artikelen te redigeren ten gunste van de opdrachtgever. Vooral de medische sector en beroemdheden met een groot publiek profiel maken hier gebruik van. Het probleem is dat Wikipedia alle ruimte biedt voor zelfpromotie. In 2007 ontstond hierover in Nederland een klein Wiki-relletje toen bleek dat prinses Mabel haar eigen Wikipedia-pagina had veranderd. Verzekeraar Univé verwijderde passages die verwezen naar kritiek op het bedrijf van consumentenprogramma’s. Op die manier bijt het succes van Wikipedia zich in zijn eigen staart: omdat de website in veel gevallen de eerste stop is in een zoektocht naar informatie is het belang van een gunstige weergave groot.

Medium wiki1

Sinds 2013 heeft Wikipedia de stelregel dat wie tegen betaling andersmans pagina bewerkt dat openbaar moet maken op de site. Knutselen aan je eigen pagina geldt hoe dan ook als not done. Maar de anonimiteit van het web biedt voldoende mogelijkheden om je aan dit soort gedragscodes te onttrekken.

Uiteindelijk laten deze neteligheden rondom Wikipedia één ding zien: het streven naar een neutrale toon en het open source-karakter van de encyclopedie van de 21ste eeuw ten spijt, het idee dat er een bron van kennis bestaat die kan worden losgekoppeld van de voorkeuren van haar opstellers is een fictie. Natuurlijk is dit probleem van standplaatsgebondenheid zo oud als de encyclopedie zelf. De Encyclopédie die achttiende-eeuwse Verlichtingsdenkers schreven was het product van 150 Europese intellectuelen (die onderling ook bitter streden over wat er wel en niet in moest staan). De eerste Encyclopaedia Britannica, bedacht als conservatieve tegenhanger van de meer radicale Europese Encyclopédie, bevatte 39 pagina’s over hoe zieke paarden te genezen. Het lemma vrouw bestond uit de drie woorden ‘female of man’. Het wikitopisme is een mooie belofte om dit soort valkuilen te voorkomen, en het is in ieder geval een stuk democratischer dan alle eerdere pogingen om zo veel mogelijk menselijke kennis op één plek samen te brengen. Maar het ‘koloniseren’ van kennis door een selecte groep, die dankzij haar dominante positie in staat is aan te geven welke wetenswaardigheden belangrijk zijn, is een gevaar waar Wikipedia niet aan ontkomt.

Of Wikipedia deze problemen te boven komt en daarmee zijn betrouwbaarheid kan waarborgen, hangt af van het aantal actieve vrijwilligers die elkaar tegenwicht blijven bieden. Meer nog dan ieder ander bouwwerk heeft Wikipedia permanent onderhoud nodig. Onkruid in de vorm van foutieve informatie, zelfpromotie en eenzijdigheid kan in no time Wikipedia overwoekeren. Meer wikipedianen uit meer windstreken die continu wieden is daar de enige remedie tegen. En juist op dat punt dreigen problemen. Het enthousiasme waarmee aan Wikipedia werd gewerkt lijkt over zijn hoogtepunt heen, zo constateren verschillende experts.

In een recent opiniestuk in The New York Times constateerde Wikipedia-biograaf Andrew Lin dat in 2005, op het hoogtepunt van de wikimanie, er in sommige maanden meer dan zestig vrijwilligers werden gepromoveerd tot administrator met speciale rechten. Het afgelopen jaar waren er maanden waarin niemand die status verwierf.

Over de precieze verklaring voor het tanende enthousiasme tast iedereen in het duister. Het toenemende gebruik van smartphones en tablets speelt mogelijk een rol. Daarop is het moeilijker aanpassingen te doen. Ook andere populaire sociale media, Facebook en Twitter, slurpen de tijd van de internetgebruiker op, tijd die anders misschien aan Wikipedia besteed zou worden. Volgens Taha Yasseri van het Oxford Internet Institute is die verminderde ijver een gevolg van een digitale onderneming die haar kinderjaren achter zich laat. ‘De mogelijkheden om roem te vergaren door een nieuw artikel te starten worden kleiner. Wikipedia draait nu veel meer om het bijhouden van bestaande artikelen.’

Wie de Wiki-gedachte een warm hart toedraagt moet – behalve artikelen bijwerken – zich hier zorgen over maken. Want één ding heeft Wikipedia nog altijd voor op andere internetgiganten: bij de digitale encyclopedie zijn gebruikers meer dan consumenten, waarvan zo veel mogelijk muiskliks en privé-data moeten worden verzameld zodat ze bestookt kunnen worden met op maat gesneden advertenties. Tot nu toe is het Wikipedia gelukt om advertentievrij te blijven. ‘To make the internet suck less’, was het mission statement van Jimmy Wales toen hij met Wikipedia begon. In een tijd waarin een geestdodend digitaal spelletje als Candy Crush wordt verkocht voor bijna zes miljard dollar en de invloed van Facebook op de online wereld groeit, zijn dat woorden die herinneren aan idealen die de digitale wereld hard nodig heeft.