Strijd boven alles

PETER CAREY
ZIJN VERBORGEN BESTAAN
Vertaald door Hien Montijn
De Bezige Bij, 303 blz., € 19,90

In 1970 liet Ulrike Meinhof haar zevenjarige tweeling naar een barakkenkamp bij Palermo ontvoeren. Het was haar bedoeling haar dochters een revolutionaire opvoeding te geven in een Palestijns wezenkamp. Haar man, de journalist Klaus Röhl, wist de kinderen op te sporen en voedde ze keurig burgerlijk op. Het wezenkamp werd later door de Israëlische luchtmacht gebombardeerd; Meinhof pleegde in 1976, op Moederdag, zelfmoord in haar cel.
Deze ouderlijke zorg, maar dan Amerikaans getint, is het decor van de fascinerende roman van Peter Carey Zijn verborgen bestaan. Zoon Che is zeven in het omineuze jaar 1972. Hij wordt opgevoed door zijn steenrijke grootmoeder omdat zijn ouders, David Rubbo en Susan Selkirk, de meest gezochte terroristen zijn van de VS. Wat weet hij van deze personae non gratae? Zijn vader zou een ‘geweldige Amerikaan’ zijn die in zijn eentje de geschiedenis veranderde. De socialistische strijd gaat voor alles.
De roman begint met de kidnapping van Che, die denkt dat zijn moeder hem komt halen. Maar het is de keurige Dial die haar vroegere vriendin Susan een dienst wil bewijzen maar ongewild meegesleept wordt in een ontvoering. ‘Ze wilde dat ik haar zoon naar een bommenfabriek bracht.’ De moeder blaast zichzelf op, de vader blijft op afstand en Dial vlucht met het kind naar Australië. Daar groeit de roman uit tot een hekeling van de stadsguerrilla en een milde satire op de romantische alternatievelingen van de jaren zeventig. Dial duikt met Che onder in een commune in ‘de politiestaat Queensland’. Maar de commune is een wespennest van regels. De band tussen Dial en haar kind wordt hechter omdat ze weten dat ze met z’n tweeën moeten overleven. De paranoïde Trevor belaagt en beschermt de twee. De Australische bush groeit uit tot een boos maar troostend personage. Dial en Che verzetten zich tegen alles en iedereen. Dat overlevingsverhaal maakt de mooie kern van de roman uit.
Het verhaal wordt achteraf verteld, vanuit de volwassen Che in New York, die met de littekens van zijn kidnapping en van de afwezige ouderlijke zorg bleef zitten. Che bestaat bij de gratie van de herinneringen, die onder hypnose worden opgeroepen.
Carey’s roman doet denken aan The Road van Cormac McCarthy, waarin een vader en een zoon na de Apocalyps proberen te overleven in een niemandsland. Carey weet de wereld van een vindingrijke zevenjarige via duizenden details en subtiele waarnemingen op te roepen. Een ontroerende en een harde vertelling.