Strijd om de macht

Wie beheerst wie? De mens de machine of andersom? Politieagenten weten alvast handig gebruik te maken van algoritmen.

In het filmpje zie je een cordon politieagenten staan, ergens op een hoek in Los Angeles. Een activist filmt hen en livestreamt de beelden via Instagram naar zijn volgers. Hij wil een van de politieagenten iets vragen, als een andere agent plotseling zijn telefoon tevoorschijn haalt en een nummer opzet. Het zijn The Beatles – ‘Yesterday, all my troubles seemed so far away.’ Zwijgend staren de politieagenten voor zich uit, met op de achtergrond dat lieve liedje. En het gekke is: eerder was al precies hetzelfde gebeurd, toen diezelfde activist naar het politiebureau in Beverly Hills was gegaan om een formulier aan te vragen en hij ook dat livestreamde, had de dienstdoende agent achter de balie Supreme gedraaid, een ska-band uit de jaren negentig.

‘Kun je die muziek afzetten?’ vroeg de activist. Hij snapte nog steeds niet wat er gebeurde. ‘Ik probeer je een vraag te stellen en je speelt muziek, dit is nogal belachelijk.’

Wat was hier aan de hand? Het is even simpel als briljant: deze agenten wilden niet gefilmd worden, maar in plaats van hun hand tegen de camera te duwen, of de filmer te peppersprayen, of tegen de grond te drukken, knie-in-nek, vertrouwden ze op de algoritmen van Instagram. Omdat ze weten hoe het werkt, dat die algoritmen continu speuren naar een overtreding van het auteursrecht, meer dan negentig seconden van een liedje als ‘Yesterday’ is al te veel, en als ze een delict gevonden hebben de bijbehorende beelden automatisch verwijderen. Of, in dit geval, de livestream uitschakelen.

Wie weet in de toekomst de algoritmen het best naar zijn hand te zetten?

Algoritmen dienen de macht, zo blijkt eens te meer. Ze beschermen de status quo, sporen afwijkingen op om ze onschadelijk te maken, en deze agenten maakten daar dankbaar gebruik van. In Frankrijk werd vorig jaar nog een wetsvoorstel ingediend dat het filmen of fotograferen van politieagenten strafbaar moest stellen, dat heeft het toen niet gehaald, waarschijnlijk omdat het, heel ouderwets, te zichtbaar maakte hoe de macht zichzelf altijd beschermt. Muziek draaien is zoveel slimmer, zoveel creatiever, zoveel gehaaider ook! Ineens zag ik het heel helder voor me: op de tonen van ‘Yesterday’ werd de kijker hier een blik in de toekomst gegund.

Niet dat agenten voortaan hun werk zullen doen met een jengelende iPhone in hun hand, hun acties alvast voorziend van een soundtrack, alsof ze hun bestaan vooral acteren (wat we natuurlijk allemaal wel steeds meer doen; ‘You know what the satelite does to you?’ vroeg de mediagoeroe Marshall McLuhan ooit in een interview. ‘It turns the planet into a stage, makes you want to be an actor.’) Nee, het gaat om die algoritmen. In de toekomst zal de vraag vooral zijn wie die het best naar zijn hand weet te zetten. En wie er nog aan kan ontsnappen.

Ontwerpers en kunstenaars proberen al veel langer manieren te bedenken om nog een zekere vrijheid veilig te stellen. Daarbij richten ze zich vooral op gezichtsherkenning, de artificiële intelligentie die je altijd en overal probeert vast te pinnen, of het nu via camera’s op straat is of online. Zo bestaan er inmiddels doorzichtige plastic maskers met ribbels erin. Brillen met ledlampjes. Een make-upstijl waarbij je gekleurde blokjes en strepen tekent op je gezicht. Voor menselijke ogen vormt dit allemaal geen probleem, wij zien nog steeds een mens als hij/zij/het/hen voor ons staat, maar de blik van een computer raakt ervan in de war. Onlangs ontdekten twee Belgische studenten een patroon waardoor bits en bytes je niet meer herkennen als persoon, het idee is nu om daar T-shirts van te laten maken.

Wie is de baas, mens of machine? Dat is de vraag waar het om draait. Een paar weken geleden nog zorgden duizenden kleine beleggers, of ‘gewone burgers’, ervoor dat grote investeringsbedrijven verloren bij de aandelenhandel in GameStop. Ze deden het voor de lol, omdat het kon, maar ook vanuit het idealisme om een systeem (voor heel even) te breken. De verliezen voor de industrie zouden nog veel groter zijn geweest als algoritmen de handel niet meerdere malen, automatisch, stil hadden gelegd (wegens te afwijkende koersen).

Of neem de oproep die onlangs via TikTok viraal ging ‘To eat the rich’. Doelwit waren de één procent van influencers die zoveel volgers hebben dat ze miljoenen verdienen met het maken van reclame. Als je die influencers gewoon niet meer volgt, als niemand dat zou doen, zou de handel in en van influencers imploderen. De oproep heeft niet veel geholpen, Kylie Jenner heeft nog steeds 217 miljoen (!) volgers, maar je zou het wel kunnen zien als deel van een trend. Gaandeweg lijkt het besef door te dringen dat wij dit systeem, de algoritmen, de draden die ons in het gareel houden, kunnen beïnvloeden.

In verkiezingsprogramma’s gaat het er niet over, politici draaien hun riedeltjes af over een eerlijke toekomst die zij eigenhandig gaan bouwen, maar dit is de strijd die de komende jaren gaat overheersen, ik weet het zeker: de strijd tegen de machine. En al hebben we die machine zelf gecreëerd, of het nu in de vorm van algoritmen is, artificiële intelligentie of een allesoverheersend en vernietigend economisch systeem, de vraag is wie wie beheerst. Of anders gesteld: wie is het slimst, het creatiefst en het meest gehaaid om onze menselijkheid te bewaren?