Commentaar

Strijd tegen antisemitisme is niet rechts of links

‘Ik kan de aanslagen niet bekritiseren, ook niet de moord op vier joden. De joden hebben het er zelf naar gemaakt. Israël doodt ook kinderen. En in Frankrijk worden de joden geholpen door de staat. Dat is omdat de joden overal zitten. De haat tegen joden zit ons in het bloed.’ Aldus Yusuf, een vriendelijke bouwvakker van Turkse afkomst uit een van de slechtste banlieues van Parijs.

Medium commentaar 5 2015 joods

Dit citaat uit een reportage in de Volkskrant deze week is een naakte variant op eeuwenlange beeldvorming over joden. Wij hebben het slecht, zij hebben het goed, het is een complot van kapitalisten, islamofoben en zionisten. Het oude spook is terug, de angst ervoor eveneens. Wat het antisemitisme anno nu compliceert is de holocaust en de staat Israël. Simpel samengevat: het brute geweld tegen Palestijnen katalyseert ongenoegen onder grote groepen moslims in Europa en tegelijk voelt Israël sinds 1948 voor joden als een plek waar zij altijd naartoe kunnen als het hun wegens haat te heet onder de voeten wordt, terwijl het beloofde land geen veilige thuishaven is. Met die paradox worstelt de politiek in heel Europa al jaren.

Vroeger streed links tegen antisemitisme: de vinger wijzen naar kaalkoppen in bomberjacks en een onversneden jodenhater als Jean Marie Le Pen – het was glashelder. Wie nu eveneens verwijst naar moslimimmigranten – naar de opvoeding, de propaganda uit het Midden-Oosten via internet en Arabische zenders – begeeft zich op glas ijs. Het vermengt zich met een pro-Palestijnen-agenda en met de package deal van ‘kwetsbare’ groepen, cultuurrelativisme en de multiculturele samenleving. Precies die linkse idealen van de maakbare samenleving die rechtse politici minachtend afkraken. De aanslagen op joden en hun instellingen – Parijs, Toulouse, Brussel – zetten dit ongemakkelijke gevoel op scherp. Tegelijk is de zelfgenoegzaamheid bij rechts onverdraaglijk; hun anti-islam-agenda wordt er verder door gevoed.

Loyaliteiten, nestgeur, desillusies en angst vertalen zich in politieke termen

Wie komt hier nog uit zonder zich een ongewenst predikaat op de hals te halen, dat samenhangt met de holocaust, Israël en de islam? Loyaliteiten, nestgeur, desillusies, angst – het zijn allemaal sentimenten die eronder liggen en zich via beschuldigingen over en weer vertalen in politieke termen. Dat is onverkwikkelijk, want joden zijn doelwit om wie ze zijn.

Toch verandert de perceptie van het antisemitisme. In 2011 ontstond in Nederland nog commotie over de vraag of joden wel veilig waren in Europa. De aanleiding was het boek Het verval: Joden in een stuurloos Nederland, waarin Frits Bolkestein stelt dat vanwege een onguur klimaat joden die zichtbaar jood zijn beter hun koffers kunnen pakken. Op zijn alarm reageerde de joodse gemeenschap gemengd. Femke Halsema twitterde dat Bolkestein ‘kierewiet’ was geworden. De afzender was immers die rechtse zwartkijker.

Nu verlaten joden Europa. Uit Frankrijk vorig jaar zevenduizend en dit jaar zouden het er naar schatting tienduizend zijn. In Nederland lieten verscheidene joden de afgelopen weken ook weten dat ze naar Israël willen vertrekken. Premier Netanyahu grijpt ‘Parijs’ aan om Europese joden aan te moedigen naar zijn land te komen – een onsmakelijke vorm van politiek bedrijven. Anders dan Bolkestein, die hiertoe toen in feite opriep, zeggen minister Lodewijk Asscher en EU-vice-voorzitter Frans Timmermans in dezelfde lijn als de Franse premier Valls: we laten dit niet gebeuren, we leveren onze vrijheid niet in. Zij zien het voorkomen van een uittocht als een gezamenlijke strijd tegen terrorisme en wijzen nadrukkelijk álle vormen van uitsluiting en discriminatie af. Dat is een kordaat standpunt. Het probleem is Europees en complex en niemand mag daarvan wegkijken.