Strike a pose

Aan schrijvers wordt vaak gevraagd wanneer ze wisten dat ze schrijver wilden worden. Ik denk dat men zich schrijverschap graag voorstelt als a: een aangeboren aandoening, b: een openbaring op enig moment, c: een combinatie van a en b. Het antwoord is mogelijk interessant, omdat het iets vertelt over de aard van de aandoening.

Is iemand een echtere schrijver omdat hij zijn schrijverschap al vroeg in zijn jeugd lokaliseerde? Of kan een schrijver net zo echt zijn als hij op een avond, na een lange dag werken bij een fantasieloos bedrijf, ineens De donkere kamer van Damokles leest, alles uit zijn handen laat vallen en begint te schrijven?

Bij mij krijgt de vraagsteller meestal niet meer dan wat gehakkel. Ja, als klein kind schreef ik graag verhaaltjes. Ja, op de middelbare school was er een docente die zei dat ik moest gaan schrijven. Ik denk dat deze antwoorden wel waarheid in zich dragen, maar zeker weten doe ik het niet. Als ik geen schrijver maar bijvoorbeeld actrice was geworden, of danser, dan had ik zulke anekdotes paraat gehad over de dans- en toneellessen uit mijn jeugd. Al heeft niemand mij ooit aangemoedigd om danser te worden, maar dat is een ander verhaal.

Vorige week was ik aanwezig bij de ‘pre-première’ van de documentaire Strike a Pose, een film gemaakt door de Nederlandse Reijer Zwaan en Ester Gould. 25 jaar na Madonna’s Blond Ambition-tour en de beroemde/beruchte achter-de-schermenfilm In Bed with Madonna, zochten ze Madonna’s dansers uit die tour op. Voguedansers, flamboyante homoseksuelen, vrij, ogenschijnlijk onbevreesd en instant wereldberoemd.

Zes van hen nog in leven, één al in 1995 gestorven aan aids.

Ze zag eruit als een cowboy en ik viel volledig voor haar

Ik had me verheugd op deze film, om onbeschaamd sentimentele redenen. Als tiener was ik een poosje idolaat van Madonna, relatief kort maar relatief hevig. Ik was dertien, Madonna’s hit Music was voortdurend op de radio – zo leerde ik het woord bourgeoisie kennen – ze zag eruit als een cowboy en ik viel volledig voor haar. Ik woonde in die jaren op een klein eiland in de Caribische Zee. Iedereen luisterde naar Eminem, Destiny’s Child en Britney Spears. Madonna was anders, om te beginnen een stuk ouder dan alle popsterren en sterretjes aan het kraakverse begin van het nieuwe millennium. Ze had een verleden. Mijn vrienden moeten erg lachen als ik dit vertel, maar door fan te zijn van Madonna verleende ik mezelf, toch in elk geval in mijn eigen ogen, een soort cultstatus.

Bij de cd-winkel, de enige op het eiland, kocht ik alle cd’s die er te vinden waren (drie). Ik stuurde een contactadvertentie naar de Hitkrant om te corresponderen met fans in Nederland. Daar hield ik een zeer trouwe penvriendin aan over die me om de week een dikke envelop vol knipsels toestuurde. Voor mijn veertiende verjaardag stuurde ze me de videoband die ik in eindeloze loops zou bekijken, ademloos, zelfs toen ik alles al lang uit mijn hoofd kende – ieder grapje, iedere kus, ieder geaffecteerd lachje.

In Bed with Madonna bracht me niet alleen dicht bij mijn idool, het was een tijdlang mijn belangrijkste vergezicht op een ander soort leven. Een ontsnapping van het kleine eiland waar ik woonde, van school, van ouders, van de jongens die zomaar aan je benen zaten om te kijken of je ze wel goed had geschoren. Van het hele ongewenst veertien-jaar-zijn, kortom, die wreedste der leeftijden, als alles net-niet is, nog-niet is en voor altijd onbereikbaar lijkt. Madonna, Carlton, José, Luis, Slam, Kevin, Oliver, Gabriel, Donna, Niki… ze voelden als vrienden die me herkenden, me beloofden dat mijn leven op een dag groter zou zijn dan dit.

Inmiddels is op mijn veertienjarige zelf nog een veertienjarige gestapeld. Samen zijn we veranderd in iemand anders. Ik kijk niet vaak met nostalgie terug naar vroeger. De reünies die mijn twee middelbare scholen vorig jaar organiseerden sloeg ik allebei over. Maar toen ik in de grote zaal van EYE zat, afgelopen week, was ik binnen twee minuten in tranen. Het was alsof er een archiefkast werd omgekieperd in mijn hoofd, al die keurig opgeborgen documenten, al die beelden die ik zo goed kende maar zo lang niet had gezien. Madonna met haar één meter zestig, op de rug gefilmd voor een stadion van vijftigduizend uitzinnige fans. De dansers in hun vogueposes. Het geschater en geflirt. De energie die tussen al die mensen vonkte, omdat ze met z’n allen iets unieks en onherhaalbaars beleefden. Even ademloos als veertien jaar geleden keek ik nu naar deze film, die natuurlijk veel subtieler en veel integerder is dan de film waarop ze terugblikt.

Toen ik naar buiten liep, op het moment dat de dansers naar binnen liepen voor de echte première – Carlton, José – mijn hart even stilstond – Slam, Kevin – mijn ene veertienjarige onder de andere vandaan kwam, toen wist ik het. Wist ik ineens dat het schrijven niet begon met schrijven, maar met een wild en ongericht verlangen naar het leven zelf.