Striptease

Als het om pornografie gaat, denken de meeste mensen aan beelden, niet, of in veel mindere mate, aan tekst. Dat is meteen ook het grootste probleem van literaire porno. Wie pornografie wil schrijven, komt er niet onder uit ondubbelzinnige beelden op te roepen. Al snel verval je dan tot de dingtaal van de scenarioschrijver: ‘Haar lippen sluiten zich om zijn lid…’ ‘Met zijn hand omvat hij haar borst…’ Er mag geen misverstand bestaan, de lezer moet het zo kunnen naspelen.

Misschien is dat ook de reden waarom Grandes’ Lulú, waar ik het vorige keer over had, maar geen literaire porno wil worden. Grandes’ taal is te beeldend; ze roept voorstellingen op, geen gedachten.
Ook denken over pornografie is meestal denken over beelden. In het nummer van Wijsgerig Perspectief dat aan pornografie is gewijd (nummer 3 van de jaargang 1996-1997) gaat het nergens over literatuur. Dat is jammer. Ik wil graag weten welke gedachten literaire porno bij filosofen oproept. Bij mijn weten hebben daar maar weinig filosofen over geschreven. Ja, Adorno en Horkheimer schreven ooit een onnavolgbare verhandeling over Sade’s Juliette. En er zijn een paar Franse filosofen die heel diep over pornografie hebben nagedacht. Maar veel meer is het niet.
En o, wat kan het toch misgaan wanneer filosofen zich met pornografie inlaten. ‘Het lichaam’, lees ik in Wijsgerig Perspectief, 'is in de porno letterlijk geëxtatiseerd: uitgestulpt, gemedieerd, geobjectiveerd en verteerd in de consumptie.’
Ik vind zo'n zin vies - viezer dan pornografie.
Gelukkig staan er ook leesbare stukken in het nummer. Zoals de inleiding. Die gaat erover hoe precair het is om over pornografie te schrijven in de tijd van Dutroux.
Het beste stuk gaat over de rol van schaamte bij de pornokijker. Alles wat daarin staat gaat ook op voor de schaamte van de pornolezer.
Een heel Nederlands onderwerp, overigens. Je ziet meteen de katholieken tegenover de protestanten staan. De auteur in Wijsgerig Perspectief is van katholieken huize. Kenmerkend voor pornogebruik vindt hij het heimelijke ervan. Hij keert zich daarmee tegen de, op dit punt veel protestantere Kousbroek en Otten, die beiden ooit openlijk over hun pornogebruik filosofeerden onder het motto: 'Verdoezel tot geen prijs de schaamte’ (Otten). Ook je schaamte moet je verbergen, zegt de katholiek, en trekt de deur van de biechtstoel achter zich dicht.
Ik ben het daar geloof ik mee eens. Pornografie is niet hetzelfde als schaamteloosheid. Zeker niet waar het de lezer betreft.
Ook daarin onderscheidt literaire porno zich van platte porno. Literaire porno bespeelt de schaamte van de lezer. Zie wederom Grandes’ Lulú. In die roman krijgt de schaamte geen enkele kans. Het is echt een schaamteloos boek.
Heel anders dan het boek dat binnenkort gaat verschijnen en waar ik vorige keer al op zinspeelde. Ik ga er opnieuw nog niet op in. Ik stel de lust van de lezer nog even op de proef. Deze rubriek moet, vind ik, zelf ook iets pornografisch hebben. Iets van een striptease. Ik licht één rokzoom op: het boek heet Sex vox dominam. Een heel pornografisch boek. En heel literair.