Het engagement van Pedro Reyes

Stront in goud veranderen

De Mexicaanse kunstenaar Pedro Reyes maakte muziekinstrumenten van vuurwapens die door het Mexicaanse leger in beslag waren genomen. ‘Kunst is de beste manier om verandering te produceren.’

Mexico-Stad – Een voor een worden de kisten uitgepakt. Uit de eerste komt een basgitaar te voorschijn, uit de volgende een panfluit, uit de derde het bouwpakket van een xylofoon. Na een tijdje is de stand op de beurs voor moderne Mexicaanse kunst gevuld met voldoende muziekinstrumenten om een flinke band aan het werk te zetten. Glimmend wachten ze op de bezoekers die de uitgestalde kunstwerken zullen komen bewonderen.

Het is niet gebruikelijk dat muziekinstrumenten worden uitgestald als kunst. Maar de instrumenten van Pedro Reyes zijn dan ook van een hoogst ongebruikelijke aard: ze zijn stuk voor stuk vervaardigd van vuurwapens die door het Mexicaanse leger in beslag zijn genomen, van automatische geweren als de AK-47 tot zwaar kaliber revolvers en pistolen. Vorig jaar vroeg de Mexicaanse regering Reyes ‘iets’ te doen met de resten van 6700 vernietigde wapens. Die had het leger buitgemaakt op criminele groepen in Ciudad Juárez, een van de gevaarlijkste steden ter wereld. Reyes besloot van deze ‘agentia van dood instrumenten van leven’ te maken en smeedde de in stukken gezaagde wapens om tot meer dan vijftig instrumenten. Hij kreeg daarbij hulp van een handvol muzikanten, met als gevolg dat de gitaren, fluiten en drumstellen er niet alleen fantastisch uitzien, maar dat ze ook fantastisch klinken. De eerste presentaties van het project Imagine (‘Een eerbewijs aan John Lennon die ook met een vuurwapen is vermoord’) op de Gwangju Biennale en op de Istanbul Design Biennale werden opgeluisterd met een video van een prachtig concert op de voormalige wapens. ‘Ik ben de alchemist der wapens’, grinnikt Reyes. ‘De man die stront in goud verandert.’

Een paar jaar geleden had hij zelf het initiatief genomen voor een soortgelijk project, Palas por pistolas (‘Scheppen voor pistolen’). In tv-commercials werden burgers in de stad Culiacán opgeroepen hun wapens in te ruilen voor coupons, waarmee ze in een plaatselijke winkel huishoudelijke apparaten en elektronica konden aanschaffen. Reyes transformeerde de 1527 ingezamelde wapens tot 1527 scheppen waarmee 1527 bomen werden geplant.

Pedro Reyes (Mexico-Stad, 1971) is een van de toonaangevende moderne kunstenaars van Mexico. Hij is opgeleid als architect, maar als kunstenaar overschrijdt hij alle grenzen tussen architectuur, schilderkunst, video, design en performance. The Huffington Post tipte hem als een van de tien internationale kunstenaars die je moet zien in 2013. Een project als het transformeren van wapens tot muziekinstrumenten is kenmerkend voor Reyes, wiens werk wel is omschreven als ‘the art of healing society’.

‘Ik wil graag denken dat kunst de mogelijkheid heeft om verandering voort te brengen’, zegt hij. ‘Een culturele verandering. Dat het werk van een beeldhouwer bijvoorbeeld niet alleen het transformeren van een steen, een stuk metaal en dergelijke is, maar dat het ook veranderingen in de cultuur bewerkstelligt. Neem mijn werk van wapens veranderen in muziekinstrumenten. Dezelfde transformatie van de materie die ik daarbij uitvoer, zou ik zich graag zien voltrekken in de maatschappij. Want de wijze waarop wapens worden afgebeeld op tv, in films, in videospelletjes, is als iets wat sexy is, een element van macht dat appelleert aan onze meest primitieve aard. Uiteindelijk is er geen echt grote evolutie geweest sinds de apen, want we blijven die instincten om te doden privilegeren. Als je de tv aanzet zie je iemand iemand anders neerschieten, zap je naar een ander kanaal, dan zie je ook iemand iemand anders neerschieten.

Maar ik geloof dat er andere objecten zijn die ook dat magische, rituele aspect van macht hebben. Zoals de elektrische gitaar. Die heeft ook het karakter van een fetisj, maar oefent door de creativiteit een ander soort invloed uit. Met een wapen oefen je je macht uit door middel van angst, met een muziekinstrument doe je dat door middel van overreding en de verleiding van de muziek.

De waarde van het werk van een kunstenaar kan in dienst staan van het gegeven dat ideeën gedeeld en beantwoord worden. Een idee dat niet besmet, dat niet gekopieerd wordt, is geen idee. Ideeën functioneren alleen als iemand anders er nut in ziet om ze te incorporeren in zijn eigen leven. In die zin zou ik graag zien dat dit soort inspanningen nagevolgd worden in andere landen, dat mensen daar ook andere objecten gaan maken van wapens.

Een groot deel van de problemen van de mensheid zijn problemen van perceptie. Culturele problemen. En juist de kunst, door haar kracht om cultuur te veranderen, is veel machtiger dan wij dikwijls denken. Normaal gesproken denk je dat je om een probleem op te lossen geld en technologie nodig hebt. Maar het probleem van de wapens gaan we daarmee niet oplossen. Wat nodig is, is een transformatie van alle thanatos en libido die zich concentreren in het wapen in iets wat nog steeds een ritueel element van macht blijft, maar wat in plaats van destructie creatie produceert.’

Te veel mensen, en te veel kunstenaars, blijven volgens Reyes steken in kritiek en maken niet de noodzakelijke volgende stap: ‘Het is makkelijk te denken dat je met kritiseren, met het identificeren van de problemen van het systeem, al verandering aan het genereren bent. Met het identificeren van een probleem sta je nog heel ver af van een oplossing. Je moet jezelf veranderen in het probleem. Wanneer je denkt dat het probleem buiten jou ligt, dat jij correct bent en het systeem fout is, en als je denkt dat je met het omschrijven van wat er fout is een verandering teweegbrengt, dan bedrieg je jezelf snel.’

Reyes beschouwt zichzelf als wat met een ouderwetse term een geëngageerd kunstenaar heet. ‘Ik vind dat je je verantwoordelijkheid niet kunt delegeren aan anderen. Kunst is de beste manier om verandering te produceren. De goedkoopste, de meest effectieve, de meest emotionerende en de meest verleidelijke manier. Ik vind ook dat wij kunstenaars een positie moeten innemen ten opzichte van regeringen, de economie, de maatschappij, en moeten ontsnappen aan de luchtbel van musea en galeries. Musea en galeries zijn goed als een soort broeikassen, maar het is belangrijk dat de werken van kunstenaars levensvatbaarheid hebben in een bredere context.’

Die overtuigingen leidden onder meer tot Baby Marx, een video-programma dat Reyes maakte in samenwerking met enkele Japanse poppenmakers en dat hij omschrijft als een negentiende-eeuws debat tussen socialisme en kapitalisme met in de hoofdrollen de puppets Karl Marx en Adam Smith. Hij vertelt: ‘Veertig of vijftig jaar terug omschreven mensen zich als voorstander van ofwel socialisme ofwel kapitalisme. Vandaag lijkt het erop dat, ondanks de groeiende protesten tegen de financiële sector en regeringen, we het kapitalisme hebben geaccepteerd als het eindmodel voor de wijze waarop de wereld functioneert. Baby Marx is een onderzoek naar deze algemene aanname. Toen ik Marx’ kritiek op het kapitalisme las, was ik het ermee eens. Toen ik Adam Smith las, vond ik dat ook hij sterke argumenten had. In mijn hoofd bleef ik die twee stemmen horen doorgaan met hun debat, dus leek het me interessant om een ontmoeting tussen de twee te organiseren.’ Baby Marx groeide uit tot een tv-serie waar vorig jaar ook personen als Stalin, Lenin, Mao, Che Guevara en Friedrich Engels, allemaal in de vorm van marionetten, zich mengden in een discussie over de huidige economische wereldcrisis.

In veel van Reyes’ projecten is de directe participatie van het publiek essentieel. Zoals in Sanatorium dat hij presenteerde op Documenta 13 in Kassel en dat sinds 2011 ook in het Guggenheim Museum in New York ‘staat’. Sanatorium is een ‘utopische tijdelijke kliniek die behandelingen biedt voor stadsziektes als stress, eenzaamheid en hyperstimulatie’. Het publiek kan het project alleen ervaren als men zich inschrijft als ‘patiënt’.

‘Ik houd erg van het idee van de espectactor, de toeschouwer die acteur wordt’, zegt Reyes. ‘Het heeft ook te maken met de factor nut. Ik geloof dat iemand een boek leest of naar een film kijkt of naar een museum gaat omdat hij probeert iets van zichzelf te begrijpen. Kunst geeft je vaak gereedschappen om te leven. Net als filosofie. Je leest iets om te zien of je er iets aan hebt. Van de schilderkunst leer je kijken, muziek kan je helpen dingen als het verstrijken van de tijd of bepaalde emoties te begrijpen. Kunst heeft niet alleen te maken met appreciatie, maar ook met de interpretatie van de wereld en het verwerven van gereedschappen om jezelf uit te drukken. Om te kunnen schrijven moet je lezen, en wanneer je begint te schrijven ga je lezen om beter te schrijven. Op dezelfde manier moet kunst je helpen beter te leven. Door te participeren, door je persoonlijke verhalen eraan toe te voegen, voltooi jij het werk.’

Dat cultuur een bijdrage kan leveren aan het oplossen van conflicten, illustreert Reyes met een straatconcert. ‘De enige week in het hele vorige jaar dat er in de Noord-Mexicaanse stad Chihuahua geen moorden plaatsvonden, was de week dat er een festival werd gehouden met muziek op straat. En dat was omdat hele families naar buiten gingen. Iedereen heeft een familie, ook de moordenaars, en dat besef creëerde een stilzwijgende wapenstilstand. Je kunt zeggen: het is naïef om te denken dat we om de misdaad te bestrijden straatconcerten moeten organiseren. Maar vaak werkt het.’

De stand van Pedro Reyes op de beurs van moderne Mexicaanse kunst omvat niet alleen zijn uit vuurwapens vervaardigde muziekinstrumenten. Hij presenteert er ook zijn laatste werk, een duidelijk vervolg op het project Imagine: een serie collages van tanks die getransformeerd worden in muziekinstrumenten. ‘Ik heb foto’s uit boeken met beelden van infanterie gehaald en foto’s van muziekinstrumenten, en die samengevoegd, letterlijk, met een naaimachine. Dat leverde deze utopische beelden op. Wapens fabriceren moet net zo schandelijk worden als werken met kinderporno of in de vrouwenhandel. Kunst moet daaraan bijdragen. Kunst kan beelden produceren die makkelijker doordringen tot mensen dan een rapport van de VN van honderden pagina’s.’

Pedro Reyes spreekt vrijdag 17 mei om 16.00 uur in de Stads­schouwburg


Cees Zoon is correspondent voor De Groene Amsterdammer in Latijns-Amerika