Nieuwe discussie over kerncentrales

Stroom in 2019

In het regeer-akkoord pleiten VVD en CDA voor meer kernenergie. Maar de bouw van Borssele II en III zal zo'n vaart niet lopen. ‘Niemand weet daadwerkelijk hoe veilig de centrales zijn.’

BORSSELE - Draaiende windmolens, bergen kolen, voorbij varende containerschepen. Gigantische stalen buizen, nieuwe gascentrales, een betonnen koepel. In een bizar industrielandschap ligt Nederlands enige kerncentrale Borssele, direct achter de dijk, langs de Schelde. Een eenzame wandelaar loopt met haar hond over het strand. ‘In de zomer komen hier wel eens badgasten’, vertelt persvoorlichter Monique Linger van EPZ, het Zeeuwse energiebedrijf dat eigenaar is van kerncentrale Borssele. 'Ze vinden het strand hier zo lekker rustig.’
Of het honderd meter vóór kerncentrale Borssele de komende jaren ook zo 'lekker rustig’ blijft, valt zeer te betwijfelen. Nu nog kan iedereen die wil over een gemoedelijk weggetje tussen de dijk en de kerncentrale door rijden, met een schitterend uitzicht op de kernkoepel van Borssele. 'Dat gaat volgend jaar veranderen’, vertelt EPZ-directeur Jos Bongers: 'Het internationale atoomagentschap IAEA heeft ons aanbevolen de weg uit veiligheidsoverwegingen af te sluiten.’ De directe omgeving van de kerncentrale wordt daarmee onbereikbaar.
De rust rondom de kerncentrale wordt over een paar jaar misschien ook verstoord door buitenlandse kernenergiebedrijven die Borssele II en misschien zelfs Borssele III bouwen. Want dat is wat de nieuwe regering van VVD en CDA wil. 'Om CO2-reductie te realiseren en minder afhankelijk te worden bij de energievoorziening is meer kernenergie nodig. Aanvragen van vergunningen voor de bouw van een of meer nieuwe kerncentrales die voldoen aan de vereisten, worden ingewilligd’, staat letterlijk in het regeerakkoord. De PVV vindt het prima.
Inmiddels hebben twee partijen bij het ministerie van VROM aangekondigd dat ze van plan zijn een nieuwe kerncentrale te bouwen. Het gaat om het Zeeuwse energiebedrijf Delta, dat voor de helft eigenaar is van Borssele I, en om ERH, een consortium van zes Nederlandse provincies en meerdere gemeenten. Delta diende haar aanvraag in juni 2009 in, ERH deed dit begin september 2010.
'We hebben de komende jaren te maken met een enorme vervangingsvraag op de energiemarkt’, volgens woordvoerder Huub Huigen van ERH. 'Wat dat betreft is er in Nederland zeker ruimte voor twee nieuwe kerncentrales van elk tweeduizend megawatt. Bovendien willen we ons steentje bijdragen aan de vermindering van CO2-uitstoot.’ De bouw van een nieuwe kerncentrale is echter niet iets om zomaar even te besluiten. Zelfs in de optimistische planning van ERH kan een nieuwe kerncentrale op z'n vroegst in 2019 stroom leveren. Het huidige Borssele moet uiterlijk 2034 dicht, zo besloot de regering in 2006.
Een van de grootste uitdagingen vormt de noodzakelijke investering van enkele miljarden. 'We zijn dan ook op zoek naar partners’, zegt Huigen. 'Dat kunnen financierders zijn, of grote energiepartners.’ Volgens Huigen is de Duitse energiereus RWE een van de mogelijke partners. 'We praten met verschillende geïnteresseerden. RWE is daar één van.’ Eerder al probeerde RWE een voet binnen de deur te krijgen op de Nederlandse kernenergiemarkt. Toen RWE vorig jaar energiebedrijf Essent overnam, kondigde bestuursvoorzitter Jürgen Grossmann aan mogelijk één of twee nieuwe kerncentrales in Nederland te willen bouwen. Bovendien dacht RWE met de overname ook de helft van de Nederlandse kerncentrale Borssele in handen te krijgen. Energiebedrijf Delta, mede-eigenaar van de centrale in Borssele, was not amused en stak er een stokje voor: volgens de statuten moet de kernindustrie in ons land in Nederlandse handen blijven. Dat onderschreef ook CDA-minister van Economische Zaken Maria van der Hoeven.
Dat ERH een grote, internationale partner nodig heeft, geeft ze onomwonden toe. Dat geldt ook voor de andere geïnteresseerde partij in een nieuwe kerncentrale, Delta. Het Franse EDF zou voor Delta een geschikte partner kunnen zijn. Ligt het niet voor de hand dat beide partijen samenwerken aan de bouw van een nieuwe centrale? 'We staan daar voor open, hebben het Delta voorgesteld, maar zij willen niet’, volgens woordvoerder Huigen van ERH. 'Maar we komen elkaar regelmatig tegen. We willen verder praten.’
Of het gaat lukken om een kerncentrale te bouwen zonder overheidssteun, valt zeer te betwijfelen. Een nieuwe kerncentrale kost al gauw vijf tot zes miljard euro. De markt durft zo'n investering zelfstandig niet aan, concludeerde ’s werelds grootste bank Citigroup vorig jaar. Dat is ook wat adviesbureau Spring Associates in een onderzoek in opdracht van Greenpeace onlangs concludeerde. 'Zonder overheidssteun komt er waarschijnlijk geen kerncentrale’, meent managing director Ebel Kemeling van Spring Associates. Bij een dergelijke overheidsgarantie gaat het al gauw om minstens een miljard euro.
Dat is een interessante conclusie, want juist van een CDA-VVD-regering, met partijen die marktwerking hoog in het vaandel dragen, zou het eigenaardig zijn om overheidsgaranties te verwachten. Dat ziet ook Tweede-Kamerlid en milieuwoordvoerder van de PVDA Diederik Samsom zo. 'Ik heb gelukkig niet in het regeerakkoord gelezen dat de Nederlandse overheid van plan is financieel deel te nemen in de bouw van een nieuwe kerncentrale.’ Volgens Samsom komt een nieuwe kerncentrale 'er de komende tien jaar sowieso niet’. Samsom: 'Het wordt al een hele kluif voor de aanvragers om de vergunningen de komende vier jaar te regelen.’
Volgens woordvoerder Huigen van ERH behoren overheidsgaranties voor ERH 'niet tot de voorwaarden’ voor de bouw van een nieuwe kerncentrale. Voor hem is een 'stabiel en consistent overheidsbeleid’ een van de belangrijkste voorwaarden. Huigen: 'Wanneer een nieuwe regering een bouwvergunning afgeeft, willen we de garantie dat zo'n vergunning een looptijd van tientallen jaren heeft. Het kan niet zo zijn dat een toekomstig kabinet een vergunning weer kan intrekken, terwijl we al met onze investeringen begonnen zijn.’

IEMAND die zich met hand en tand tegen de komst van een nieuwe kerncentrale verzet, is Peer de Rijk van WISE (World Information Service on Energy). De Rijk verwacht niet dat er een nieuwe centrale gaat komen: 'We hebben de argumenten aan onze kant. Maar om mensen te kunnen overtuigen, moet er weer veel meer discussie komen over het thema kernenergie.’ Volgens De Rijk is de indruk dat 'het al een gelopen race is’ momenteel de grootste vijand van de anti-atoombeweging. Bestaat zo'n beweging dan nog? De Rijk: 'Wat me erg positief stemt is dat er in Zeeland weer mensen actief worden, die zich hebben verzameld in het actiecomité Borssele II, Nee. Samen met hen, met milieufederaties en met Greenpeace plannen we verschillende activiteiten voor het najaar.’
Momenteel worden in West-Europa alleen in Finland en in Frankrijk nieuwe kerncentrales gebouwd. Beide vormen bepaald geen goede reclame voor de kernindustrie, volgens De Rijk: 'De Finse centrale in Olkiluoto had al in 2009 gereed moeten zijn, maar is op z'n vroegst in 2013 gereed. De kosten zijn geëxplodeerd: van een geplande drie miljard euro zijn ze naar ongeveer zes miljard euro omhooggeschoten. In het Franse Flamanville heerst hetzelfde plaatje: daar heeft de bouw een vertraging van twee jaar opgelopen en zijn de geplande kosten van vier miljard euro richting zes miljard gestegen.’
Er wordt dan wel gesproken over toekomstige, efficiëntere, zogenaamde vierde-generatiereactoren, maar die bevinden zich volgens De Rijk nog altijd op 'tekentafelniveau’. De Rijk windt zich verder op over de veiligheidssituatie rond kerncentrales. 'Het IAEA geeft aan dat Borssele van de buitenwereld moet worden afgesloten. Kan dat nou werkelijk een van onze toekomstpijlers op energiegebied zijn? Een zwaar beveiligde energietak? Bovendien weet niemand daadwerkelijk hoe veilig de centrales zijn.’ Volgens directeur Bongers van Borssele kan de huidige centrale een neerstortend passagiersvliegtuig weerstaan. De Rijk: 'Ik heb daar tegenstrijdige dingen over gehoord, de een zegt dat het kan, de ander niet. Ik vraag me af of de centrale een met kerosine volgetankte Boeing 747 uithoudt.’
De Rijk begrijpt voorts niet waarom een partij als de PVV zich zo duidelijk voor kernenergie uitspreekt: 'Ze geloven niet in klimaatverandering; om vermindering van CO2-uitstoot kan het dus niet gaan. Het is volgens mij puur revanchisme, volgens het motto: “Nou zullen we die milieu-organisaties eens terugpakken.” Dat speelt in mindere mate ook bij de VVD, hoewel daar natuurlijk wel meer inhoudelijke expertise aanwezig is.’
De Rijk twijfelt aan de aanwezige expertise bij de PVV op het gebied van kernenergie. Dat kennisniveau werd afgelopen jaar pijnlijk duidelijk tijdens een Kamerdebat waarin toenmalig PVV-milieuwoordvoerder Richard de Mos pleitte voor een tweede kerncentrale, 'met een belang van 51 procent van de Nederlandse overheid in deze centrale’. PVDA-woordvoerder Samsom geloofde zijn oren niet en was er als de kippen bij om een hakkelende De Mos erop te wijzen dat deze eis 'de beste garantie is om ervoor te zorgen dat er nooit een tweede kerncentrale in Nederland gaat komen’. De PVV was voor De Groene Amsterdammer niet bereikbaar voor commentaar, evenmin als de VVD, die eerst de regeringsverklaring van Mark Rutte wil afwachten alvorens zich inhoudelijk over het nieuwe regeerakkoord te uiten. Samsom gaat ervan uit dat de PVV niet meer aan haar overheidsdeelname-standpunt vasthoudt. 'Dat was waarschijnlijk een losse flodder.’
Een van de grote onopgeloste vraagstukken rondom kernenergie is en blijft de opslag van nucleair afval, vindt zowel Peer de Rijk als Diederik Samsom. 'De eindopslag is nog steeds niet geregeld’, volgens De Rijk. 'Laten we ophouden met de productie van iets waarvan we nog geen oplossing voor het afval hebben.’
De huidige oplossing voor het Nederlandse kernafval heet COVRA, het centrale opslagpunt voor al het Nederlandse kernafval. Op een steenworp afstand van Borssele wordt op een industrieterrein in Vlissingen al het Nederlandse kernafval voor een periode van honderd jaar opgeslagen. 'Het is de bedoeling dat daarna eindberging onder de grond volgt’, vertelt adjunct-directeur Ewoud Verhoef van het COVRA, die ruim de tijd neemt om bezoekers van de veiligheid van het opslagterrein te overtuigen.
In een oranje geschilderd gebouw met betonnen muren van 1,70 meter dikte toont Verhoef de plek waar het Nederlandse hoog-nucleair afval onder de grond in verticale buizen ligt opgeslagen. De bezoeker kan er probleemloos overheen wandelen. De grijze deksels van de vaten zien er op de rood geverfde vloer uit als een gigantisch Twister-spel. 'Onder de deksel van enkele centimeters bevindt zich het verglaasde afval in een container, die is afgedekt met een laag van dertig centimeter staal en daaronder een dikke laag beton. De straling die je hier oploopt is minder dan je krijgt tijdens een gemiddelde vlucht in een vliegtuig’, volgens Verhoef.
De opslaghal is relatief klein. 'In totaal hebben we ongeveer veertig kubieke meter zwaar radioactief afval’, volgens Verhoef. 'Dat is alles wat we in Nederland tot nu toe geproduceerd hebben.’ Dit afval komt voor tweederde uit de gesloten kerncentrale in Dodewaard en uit de centrale in Borssele. Het laatste derde komt uit de proefreactoren van de TU Delft en uit Petten. Naast de opslag van hoog-nucleair afval ligt ook laag- en midden-nucleair afval op het terrein, opgeslagen in vaten. 'We hebben in Nederland ongeveer tweehonderd producenten van nucleair afval’, volgens Verhoef. Ziekenhuizen zijn deel daarvan.
In Europa heeft elk land met een nucleair programma een eigen organisatie voor de opslag van afval. Volgens Verhoef is dit geen ideale situatie: 'We schatten dat eindberging van het Nederlandse radioactieve afval zo'n twee miljard euro gaat kosten. Dat is heel veel geld. Daarom overweegt Nederland samen met andere landen haar kernafval op te slaan. Daarvoor hebben we een werkgroep opgericht, ERDO, bestaande uit tien kleinere landen: Nederland, Oostenrijk, Ierland, Polen, Slowakije, Bulgarije, Italië, Roemenië, Litouwen en Slovenië.’
Volgens Verhoef moet het in principe mogelijk zijn om in elk deelnemend land een geschikte opslagplaats voor kernafval te vinden: 'Dat geldt ook voor Nederland. In het noorden van het land hebben we zoutlagen die in principe geschikt zijn. Elders hebben we kleilagen. Ik zou het persoonlijk een heel mooie uitdaging vinden om de eindberging van nucleair afval van deze landen in Nederland uit te voeren.’
PVDA-woordvoerder Samsom kan zich niet voorstellen dat het daar ooit van gaat komen: 'Het principe is dat iedereen zijn eigen rommel opruimt. Ik kan me niet voorstellen dat er voldoende draagvlak is om Roemeens kernafval in de Nederlandse bodem op te slaan.’ Ook Peer de Rijk ziet dit niet gebeuren: 'Bovendien: niemand kan garanderen dat eindberging onder de grond de beste variant is. Tot nu toe wordt nog steeds nergens zwaar-nucleair afval ondergronds opgeslagen, alleen Finland werkt aan een opslagplaats. In Nederland overwegen we nog altijd terughaalbare eindopslag. Ik kan me goed voorstellen dat we uiteindelijk tot de conclusie komen dat voor het al bestaande kernafval bovengrondse berging de meest optimale variant is.’
Adjunct-directeur Verhoef ziet dit volledig anders: 'Bovengrondse eindopslag is te onzeker, we hebben geen idee wie er over vijfhonderd jaar aan de macht is. Het is beter om zwaar-nucleair afval ondergronds op te slaan. Een zoutlaag bijvoorbeeld is zelfhelend, ondoordringbaar voor water. We kunnen het het beste aan de natuur overlaten.’


Renaissance van kernenergie?
In Europa zijn al tientallen jaren nauwelijks meer kerncentrales gebouwd, maar daar lijkt nu verandering in te komen. Momenteel wordt in Finland en Frankrijk gebouwd, in Oost-Europa onder meer in Slowakije, Bulgarije, Oekraïne en Rusland. Plannen voor nieuwe kerncentrales bestaan verder in Italië, Zweden, Polen, Groot-Brittannië, Litouwen en vele andere Europese landen. In Azië wordt onder meer gebouwd in Korea, India en China. President Obama stelde afgelopen jaar een garantie van acht miljard euro ter beschikking voor de bouw van nieuwe kerncentrales in de VS.
Momenteel bestaan er wereldwijd ongeveer 440 kerncentrales. Daarvan staan er ruim 140 in Europa. Ondanks de verhalen over een renaissance van de kernindustrie is de praktijk weerbarstiger. Behalve vaak voorkomende bouwvertragingen, exploderende kosten, noodzakelijke overheidsgaranties en het vraagstuk van voldoende draagvlak onder de bevolking speelt ook de geliberaliseerde energiemarkt een rol in de besluitvorming. Energieprijzen vallen moeilijk te voorspellen, terwijl dat voor een miljardeninvestering die zich pas na tientallen jaren terugverdient cruciaal is. Verder dreigt een wereldwijd tekort aan uranium. En er is natuurlijk nog het onopgeloste kernafvalvraagstuk.