‘De Correspondent’ in Amerika

Stroopwafels voor Obama

Begin 2018 wonen Rob Wijnberg en Ernst-Jan Pfauth in New York om ambassadeurs te werven voor hun crowdfundingcampagne voor The Correspondent. Het blijkt moeilijker dan gedacht om het merk Rob Wijnberg ‘te laden’ in Amerika, waar Trump het nieuws beheerst.

Rob Wijnberg kan het bijna niet geloven. Samen met zijn compagnon Ernst-Jan Pfauth zit hij tegenover Roy Wood Jr., een van de comedians van zijn favoriete televisieprogramma The Daily Show. Dat kijkt hij vrijwel dagelijks.

Buiten haasten New Yorkers zich diep in hun jassen naar de metro. Het is januari 2018 en vreselijk koud. Rob en Ernst-Jan zijn twee maanden eerder hierheen verhuisd om de crowdfundingcampagne voor hun internationale platform voor te bereiden. Cruciaal daarbij is dat ze ambassadeurs vinden, bekende Amerikaanse koppen die hun vertrouwen willen uitspreken in het journalistieke ondernemersavontuur van de Nederlanders. Het is dus niet zomaar een ontmoeting, hier in café Sugarburg in Brooklyn. De vraag die op tafel ligt is of The Daily Show misschien kan helpen bij het lanceren van The Correspondent.

Binnen zegt Wood dat hij de Nederlandse start-up die de wereld wil veroveren een prima onderwerp vindt voor de show. Hij gaat het in de redactievergadering pitchen.

Robs hoofd tolt. The Daily Show zou hun DWDD kunnen zijn. Het wordt elke avond door meer dan een miljoen Amerikanen bekeken en wordt uitgezonden in andere landen, waaronder Nederland. Het bereikt bovendien via YouTube nog miljoenen anderen, vooral een relatief jong en hoogopgeleid publiek. Voor veel kijkers is het satirische programma zelfs een van hun voornaamste nieuwsbronnen.

Als Rob zenuwachtig is, dan praat hij veel. Zojuist heeft hij Wood verteld dat hij groot fan is, dat de show hem heeft geleerd kritisch naar de media te kijken, dat wat hij met The Correspondent wil doen eigenlijk een soort Daily Show is, maar dan zonder satire. Toch is dit meer dan gewauwel van een starstruck fan.

Rob, die ooit naar de toneelschool ging om cabaretier te worden, noemde presentator Jon Stewart in 2013 in zijn boek De nieuwsfabriek ‘mijn eigen inspiratiebron op journalistiek gebied’. The Daily Show vermengt journalistiek, satire en mediakritiek en is volgens Rob ‘naast ontzettend grappig feitelijker, kritischer en informatiever (…) dan de meeste serieuze nieuwsprogramma’s op de Amerikaanse televisie’.

Dus op zijn wensenlijstje van ambassadeurs staat natuurlijk Jon Stewart, maar ook de huidige presentator Trevor Noah en ex-medewerker John Oliver. Nu zitten Rob en Ernst-Jan hier met Roy Wood Jr. in het café, één handshake verwijderd van een van hun belangrijkste campagnedoelen: bij The Daily Show komen.

En alsof Robs hoofd nog niet genoeg op hol is, begint Wood voor zijn ogen een mogelijke sketch rondom zijn bloedeigen platform te bedenken. De comic angle zou simpel zijn. Wood zou langs gaan bij de Amsterdamse redactie en het Amerikaanse publiek vertellen: ‘Hier in Nederland is ook journalistiek. Het wordt verkocht zonder advertenties. Mensen betalen er gewoon voor. Ze betalen er zelfs voor om hun kennis te mogen bijdragen. Bij The Correspondent schrijven journalisten belachelijk lange stukken en die worden nog gelezen ook.’ In het dystopische sentiment van fake news en mediahypes zou dat voor de progressieve Amerikaanse kijkers hilarisch klinken. En begeerlijk.

Na het gesprek blijven de twee Nederlanders opgewonden achter. Voor Rob is deze ontmoeting al bijna de hele verhuizing naar Amerika waard. Maar hij weet ook dat de kans nog altijd klein is. De uiteindelijke beslissing is aan presentator Trevor Noah, heeft Wood uitgelegd. Bovendien hebben ze er eigenlijk pas over een paar maanden iets aan. Het is pas januari, media-aandacht hebben ze nu nog niet nodig. Ze willen ‘nog niet te veel bestaan’, zoals ze dat noemen. Bewust vertalen ze dan ook geen stukken van De Correspondent, ze voeren campagne met een belofte, met wat The Correspondent kan zijn. Moet zijn. Een advertentievrij platform voor ‘radicaal ander nieuws’.

Tegelijkertijd is het ál januari. Ze willen de crowdfundingcampagne in mei starten. Ze werken onder hoogspanning. Op een gemiddelde dag hebben Rob en Ernst-Jan zo’n vier of vijf afspraken.

Ze gaan langs op de ambassade, spreken met bestsellerauteurs, ondernemers en slimme denkers. Mensen die ze proberen over te halen om straks publiekelijk hun vertrouwen uit te spreken tijdens de campagne. Ernst-Jan benut zijn enorme lijst aan contacten in de wereld van bloggers, tech- en mediakenners. Jay Rosen, de prominente Amerikaanse persprofessor die The Correspondent steunt als zelfbenoemd Chef Vertrouwen, introduceert hen bij de hogere functies binnen de Amerikaanse journalistiek. Als het een hoge pief is, de ceo van The New York Times bijvoorbeeld, duurt zo’n gesprek hoogstens twintig minuten. De gesprekken die ze voeren zijn doorgaans transactioneel, precies zoals ze New York hebben leren kennen. Oké, wat heb je nodig en wat kun je mij bieden? Ze praten zich de tongen blauw, ze horen zichzelf tientallen keren hetzelfde zeggen. ‘We are fiercely ad-free.’ ‘We want to shift the focus from the sensational to the foundational.’ ‘From news to new.’

De oude media, de grote kranten, zien hen niet als concurrentie, zegt Rob. ‘Nee joh. Maar misschien straks wel. We stellen nu geen klap voor, maar we zijn wel relevant genoeg om tijd aan te besteden. Wij hopen natuurlijk dat zij hun eigen monster helpen creëren. Dat ze over tien jaar spijt hebben als The New York Times wordt overgenomen door De Correspondent, hahaha.’

Halverwege februari komen ook Harald Dunnink en Sebastian Kersten voor een week naar New York. Ze zijn de bazen van ontwerpstudio Momkai waarmee De Correspondent intensief samenwerkt, en co-founders van The Correspondent. Een week lang houden ze brainstormsessies die doorgaan onder het eten en in de kroeg. Tijdens een van die sessies dagen ze elkaar uit om zo helder mogelijk te beschrijven waar The Correspondent voor staat. In alle vier de Engelstalige omschrijvingen valt het woord global.

Tot nu toe hadden ze nooit helder uitgesproken of ze nou voor Amerika gingen of voor de hele wereld. Nu besluiten ze: de wereld, maar met het hoofdkantoor in de Verenigde Staten. In het document waarin Harald na deze week de plannen, ambities, bedragen en data samenvat, de ‘Global Campaign Briefing’, staat het zo: ‘Initially, The Correspondent’s global headquarters will be in the United States, and America represents our biggest English language market. (…) Bear in mind that we will work with correspondents based around the world (…) and hope to found offices in other countries in years to come.’

Het doel is om vijftigduizend leden te werven, die zelf kunnen bepalen hoeveel ze bijdragen, hopend op een gemiddelde van honderd dollar per lid. Het streefbedrag van vijf miljoen dollar is nodig voor een ‘minimale operatie’ van zo’n tien journalisten.

Eigenlijk reiken de ambities nog veel verder. Rob heeft een visie voor The Correspondent over vijf jaar. ‘Je hebt Facebook voor je sociale contacten, Twitter voor je mening en LinkedIn voor je professionele netwerk, in die rij mist nog een kennisnetwerk.’ Wikipedia kan dat gat volgens hem niet vullen, want die gaan uit van een objectieve waarheid, een idee waar Rob zich juist tegen verzet. Nee, The Correspondent zou dat kennisplatform moeten zijn. Als het aan Rob ligt, staat er over vijf jaar een clubje journalisten in het rijtje van de belangrijkste sociale media wereldwijd.

Maar dan moeten ze de komende maanden wel voldoende ambassadeurs vinden. Klinkende namen. Daarom heeft Harald iets gemaakt. Het is diepblauw, bijna zwart, met rode letters op stevig maar zacht papier. De rug is gestikt met een rode draad. En het heeft precies de afmetingen van een paspoort.

Het boekje waarin de founding principles van The Correspondent staan – gebaseerd op het manifest uit 2013 – is Haralds manier om het online platform tastbaar te maken. Hij heeft de kernwaarden gevangen in een kleinood dat Rob, Ernst-Jan en Jay Rosen aan hun gesprekspartners kunnen geven. Achterin zit een uitsparing voor een visitekaartje, maar belangrijker nog is de symbolische overdracht. ‘Als je dit geeft, is het een soort klein ritueel’, licht Harald toe. ‘Je krijgt letterlijk onze principes overgedragen. Het formaat en de afwerking geven het gevoel van waarde, een mooi boekje waaruit kwaliteit blijkt.’

Overal is over nagedacht. Het paspoort opent met een missie en een founding story. Het zet Rob in de spotlight, als ‘de vader van het gedachtegoed, de zanger van de band’, zoals Harald het noemt. Ook Ernst-Jan, de verbinder, heeft als ‘Co-founder & ceo’ een eigen pagina. Samen zijn ze de twee pioniers, maanwandelaars. ‘Eigenlijk mega-Amerikaans. Die zijn founder-obsessed door hun eigen geschiedenis.’

Het Correspondent-paspoort opent met een founding story. Het zet Rob in de spotlight, als ‘de zanger van de band’. ‘Eigenlijk mega-Amerikaans. Die zijn founder-­obsessed door hun eigen geschiedenis’

Het paspoort wekt vertrouwen en moet The Correspondent meer ambassadeurs gaan opleveren. Het liefst van het kaliber van de enige ambassadeur die Harald zelf heeft weten te strikken. Een A-list ambassador noemen ze die.

Onlangs had hij een mailtje gekregen met als afzender Jimmy Wales, de oprichter van Wikipedia, de grootste encyclopedie ter wereld, een man die hij bewondert. Misschien weer zo’n algemene vraag om donaties, had hij eerst gedacht, want hij geeft regelmatig. Maar tot zijn stomme verbazing was het echt van Wales zelf, gericht aan Momkai. De man die als geen ander weet wat de kracht van kennis delen is, wilde graag eens praten over De Correspondent.

Harald, Rob en Ernst-Jan waren allemaal bekend met de biografieën van beroemde internetondernemers. Die begonnen met idealen en eindigden als principeloze miljardairs of gekken. Maar Wales was de uitzondering, hij had zijn bedrijf – de vijfde meest geraadpleegde site ter wereld – tot een non-profit stichting gemaakt. Wales was een held voor de founders.

De internetondernemer liet weten dat hij bezig was met het opzetten van WikiTribune, een gratis experimentele site waarop hij nieuws op een Wiki-manier wilde brengen. Gebruikers zouden het werk van journalisten kunnen checken, aanvullen en verrijken. Het leek wel wat op The Correspondent eigenlijk, zeker met de platformambities die ze hadden.

Heel kort hadden de founders dan ook getwijfeld of ze hun kennis wel moesten delen. Maar na een video call met Wales was Harald vol vertrouwen. Wales had hem uitgenodigd in zijn kantoor in Londen, in de iconische wolkenkrabber The Shard, en ze zouden in de maanden die volgden nog regelmatig contact hebben. Ze werden sparringpartners, wisselden ideeën uit over hoe je een platform bouwt waarop wereldwijd kennis wordt gedeeld. Op een eerste versie van WikiTribune noemde Wales begin 2018 De Correspondent en Jay Rosen als zijn voornaamste voorbeelden.

Zulke namen hebben ze nodig en dat is niet zo onmogelijk als het lijkt. Rob zal die komende maand het hele land door vliegen, op een professionele netwerkreis. Hij is geselecteerd voor het Eisenhower Fellowship, een prestigieuze organisatie die elk jaar twintig niet-Amerikanen in staat stelt om ‘innovatieve leiders’ te ontmoeten op een tour door Amerika. De vorige Nederlander die daarvoor werd geselecteerd was prins Constantijn in 2015.

Om het in de wacht te slepen had Rob samen met Jay een lijst namen opgesteld van wie hij wilde ontmoeten en waarom. Een van de redenen die hij had gegeven was dat hij inzicht wilde krijgen in grassroot campaigning en ‘het bouwen van een diverse organisatie, in plaats van daar later voor te corrigeren’.

Het had de organisatie overtuigd, maar er moest de Eisenhower-medewerker die Rob zou begeleiden wel één ding van het hart: het was het meest ambitieuze lijstje dat hij had gezien sinds hij er werkte. Rob had 34 namen doorgegeven, waaronder Michelle en Barack Obama, Oprah Winfrey, Alicia Keys, Bernie Sanders en Elon Musk. De Eisenhower-medewerker beloofde zijn best te gaan doen, maar misschien was het verstandig om ietsje lager te richten?

Rob ziet daar weinig reden voor.

Met een tas vol blauw-rode paspoortjes begint Rob aan de tour dwars door de Verenigde Staten. Van New York naar Saint Louis, Chicago, Los Angeles, San Francisco, Atlanta, Boston en Philadelphia. Elke dag heeft hij minstens vier afspraken en moet hij steeds opnieuw in een half uur zijn verhaal presenteren alsof het voor het eerst is. Vaak weet hij pas kort van tevoren wie hij gaat ontmoeten.

Na twee weken en vijftig intensieve ontmoetingen heeft hij even pauze bij de Grand Canyon. Gesloopt zit hij achter de laptop in zijn hotelkamer. ‘In dit tempo zou je dit nooit zelf kunnen doen. Wat dat betreft is het echt geweldig.’ Je zult Rob niet snel chagrijnig zien, toch is hij niet zo enthousiast als gewoonlijk. Het Fellowship heeft voorlopig geen A-listers opgeleverd, de Obama’s en Alicia Keys’ van deze wereld blijven nog ver weg. Wel heeft hij interessante ontmoetingen met activisten en academici. Ze geven hem waardevolle adviezen, maar het zijn niet de namen die Amerikaanse leden gaan opleveren.

Als hij twee weken later in Philadelphia op de afsluiting van het Fellowship naast de scheidend voorzitter Colin Powell staat, is Oprah niet gelukt en de andere grote namen ook niet. Nu de campagnedatum nadert, wordt Rob strategischer in wat hij zegt en doet. Wanneer alle fellows met Powell op de foto gaan, is Rob de enige die niet wil. Het was Powell die in 2003 als minister van Buitenlandse Zaken fake news avant la lettre verspreidde door te verklaren dat Amerika bewijs had voor de aanwezigheid van massavernietigingswapens in Irak, en daarmee de oorlog afdwong.

Vanaf het diner appt Rob voor de grap naar Ernst-Jan dat hij liever met Joe Biden op de foto gaat. De vicepresident van Obama is immers ook aanwezig. ‘Doe maar niet’, appt Ernst-Jan terug met de informatie dat Biden destijds ook voor de Irak-oorlog was. Met Barack Obama zelf op de foto zou veiliger zijn, hoewel er dan nog altijd mensen over drone-oorlogen kunnen beginnen.

Ze maken er geintjes over, maar als Rob een maand later reageert op een tweet van Tesla-ondernemer Elon Musk, blijkt hoe snel principes en al te gretig campagnevoeren elkaar bijten. Musk tweet dat hij een site gaat bouwen waarop hij journalisten kan rangschikken op betrouwbaarheid. Hij is boos op journalisten die negatief over hem en Tesla berichten. Naming and shaming is zijn remedie tegen kritische pers.

Rob staat op dat moment in het café met zijn tweede Aperol Spritz in zijn handen en ziet de tweet over de journalistenlijst zonder de precieze achtergrond te kennen. Het lijkt een uitgelezen moment om bij een mogelijke A-list-ambassadeur in het gevlij te komen. Hij tweet: ‘We solved that problem in The Netherlands @elonmusk! We started with a world record in crowdfunding in 2013 and are now the largest ad free, no clickbait, member funded journalism platform in Europe, on the verge of launching in the US. As the founder, always up for coffee :)’

Zijn gretigheid komt als een boemerang terug. Nederlandse twitteraars zien hier Rob de campaigner, die in zijn mediakritiek even het belang van de persvrijheid uit het oog verliest. Wie te opzichtig hengelt naar vertrouwen, wekt al gauw wantrouwen. Later zal hij het bericht verwijderen.

Al pratende met onder meer Blue State Digital, dat onder andere de online campagne voor Obama deed, zijn ze erachter gekomen dat de familiegeschiedenis van Rob weleens heel goed zou kunnen aanslaan in de VS. Rob heeft een Amerikaans paspoort en zijn opa Hans Wijnberg was als joodse vluchteling in Amerika opgeleid tot geheim agent. Op diens oorlogsmissie baseerde filmregisseur Quentin Tarantino zijn moderne klassieker Inglourious Basterds. ‘Als je ernaar kijkt als een presidential campaign, dan ben ik nog niet eens een heel slecht uithangbord. Er is een connectie met Amerika. Ik ben Amerikaan. Met mij kunnen we wel iets.’

Ook Harald ziet dat het verhaal van Robs opa fantastisch materiaal is, de Amerikaanse oorlogsheld die in nazi-gebied werd gedropt. ‘Het is ook een goed verhaal van strijden voor de vrijheid en voor je idealen. En dan met die details van Brad Pitt en Quentin Tarantino; het is eigenlijk goud.’

Harald had nog gezegd dat dit ‘het grootste is dat we ooit gaan doen’. Hij noemde het ‘een militaire operatie’. Maar het maakte geen indruk op de Nederlandse redactie

De komende maanden moet ‘het merk Rob Wijnberg’ worden ‘geladen’. Onder de hashtag #unbreakingnews moet hij profiel krijgen, hij moet worden uitgenodigd in talkshows, geïnterviewd in kranten, als de frisse filosoof die journalist en ondernemer werd, als de mediacriticus. En om dat voor elkaar te krijgen zal hij stukken over de filosofie achter The Correspondent op het openbare publicatieplatform medium.com gaan plaatsen. Niet op thecorrespondent.com, want de strategie blijft tot aan de werkelijke campagne nog altijd: ‘niet te veel bestaan’.

Het probleem is alleen dat Rob totaal onbekend is in Amerika. Hij heeft niet eens een Engelse Wikipedia-site. Ze hebben geprobeerd die aan te maken, maar die wordt geweigerd door Wikipedia-redacteuren. Zelfs een vriendschap met de founder van de site kan daar niets aan veranderen. Jimmy Wales zegt zich niet te bemoeien met de inhoud van zijn online encyclopedie.

Rob, Ernst-Jan en Harald komen nu volledig in ‘campagnemodus’ en alle drie vinden ze het heerlijk. Ze maken lange dagen, van soms achttien of negentien uur. De streefdatum voor de crowdfundingcampagne wordt 14 november 2018, kort na de midterm elections. Ze verwachten dat Amerika tegen die tijd helemaal moe is van de wedstrijdverslaggeving rond de tussentijdse verkiezingen en wel toe is aan een ‘medicijn tegen de waan van de dag’, zoals De Correspondent zich profileert.

Nu er een helder tijdpad is, installeert Ernst-Jan een teller op zijn laptop. Elke keer als hij zijn browser opent, ziet hij hoeveel dagen het nog duurt. Half september staat de teller op zestig. Het motiveert hem. Vol campaigners-energie schrijft hij zijn e-mails en wervende stukken vanuit zijn koffietentje café Sugarburg met de soundtrack van Succession op zijn oren, een serie van zender hbo over een familie van mediamagnaten die voor niets minder dan werelddominantie gaan.

Om fit te blijven loopt Rob hard, elke dag twintig rondjes om Gramercy Park en ’s avonds vaak nog naar de sportschool, gewichtheffen, want daarbij kun je even niet nadenken. Dan oefent hij zijn campagneslogans die hij de komende weken zal verfijnen tijdens mediatrainingen.

Hij leert om in de ongeduldige interviewstijl van Amerika elke vraag om te buigen naar de centrale boodschap. ‘Zo’n interview is eigenlijk geen gesprek’, zegt Rob daarover, ‘het is een toneelstuk. De interviewer doet alsof hij iets wil weten en ik doe alsof ik daar antwoord op geef.’ Maar alles wat hij zegt draait uiteindelijk om één heldere boodschap: ‘Nieuws leidt ons af van wat er echt toe doet en wij bouwen een beweging om dat te veranderen.’

Daar zijn variaties op te verzinnen.

Van het sensationele naar het fundamentele.
Niet het weer maar het klimaat.
Je kunt breaking news beter broken news noemen.
Nieuws maakt ons verdeeld en cynisch en The Correspondent wil het anders doen.
The Correspondent wordt een beweging voor radicaal ander nieuws.

Wat de ambassadeurs betreft gaat het lekker. Niet alleen ontmoeten ze invloedrijke personen, het zijn ook nog eens hun persoonlijke voorbeelden. Met psycholoog Steven Pinker, goed voor een half miljoen volgers op Twitter, kon Rob – zoon van twee psychologen – makkelijk praten omdat hij zijn werk goed kent. Ernst-Jan had gisteren een gesprek met Ev Williams, de oprichter van Twitter en Blogger, een van de tech-vernieuwers uit Silicon Valley tegen wie hij opkijkt. En er is een afspraak in de maak met David Simon, de ex-journalist die nu vooral bekend is als bedenker van misdaadserie The Wire.

Als Harald dat hoort tijdens een vergadering in een koffietentje onder het New Yorkse kantoor gooit hij bijna zijn cold brew met oat milk om. ‘Wauw! Die gast is de godfather van de intelligente televisieseries.’

Maar als de houding van de Nederlandse redactie ter sprake komt, zucht Harald diep. Al vanaf de eerste plannen voor de internationale uitbreiding is er weerstand bij een groep medewerkers in Nederland, vooral onder de journalisten. En die houding blijkt een maand voor de campagne nog niet verbeterd. Tijdens een bezoek van Harald en Rob aan Amsterdam had hij gepleit voor het vrijmaken van mensen voor de campagne, maar de hoofdredactie (Sterre Sprengers en Rosan Smits) waren pal voor de Nederlandse belangen blijven staan. Daar draaiden al mensen onbetaald dubbele diensten om het extra werk op te vangen. ‘De campagne moet ons geen ledengeld of nog meer tijd gaan kosten’, had Rosan gezegd. ‘Dus nee, we maken geen extra mensen vrij.’

Harald had nog gezegd dat dit ‘het grootste is dat we ooit gaan doen’. Dat hij een planning heeft waarbij er 24 uur per dag iemand stand-by moet staan om tijdens de campagne in te springen op reacties, op alle gekke dingen die kunnen gebeuren. Er zal een strakke chain of command zijn, hij noemde het ‘een militaire operatie’. ‘Er komt een storm aan.’ Maar het maakte geen indruk. Sterre en Rosan hielden de gelederen gesloten.

‘Ik vind het een management flaw van de hoofdredactie’, zucht Harald nu. ‘Op elke concrete vraag hoor ik terug: kan niet. Daar heb ik niets aan.’
Rob: ‘Zij snappen de campagne niet. Hun reflex is: Nederland laten draaien.’

Harald snapt op zijn beurt de journalisten niet. Soms frustreren ze hem. Nooit zijn ze eens enthousiast. En dat terwijl ze vijf jaar geleden allemaal zijn begonnen bij een onzeker bedrijf, een start-up, waarvan het plan altijd al was om naar het buitenland te gaan.

En Ernst-Jan heeft nog een teleurstellende mededeling deze vergadering: ‘Nog steeds niets gehoord van The Daily Show.’ Dat is al maanden zo. Ernst-Jan verlegt nu de focus naar de show van comedian Bill Maher, maar ook dat lijkt niet heel kansrijk.

Amerika blijkt deze weken, in aanloop naar de midterm elections, veel te druk met een constante stroom van eigen breaking news-schandalen om aandacht te hebben voor een niet-bestaand platform dat het over #unbreakingnews heeft.

Eind 2016 had de verkiezing van Trump en de bijbehorende polarisatie The Correspondent een opening geboden – toen had Jay Rosen aangevoeld dat er na de ‘Facebook-verkiezingen’ behoefte was aan een nieuw soort journalistiek – maar nu ze er midden in zitten, blijkt hoe diezelfde Trump alle zuurstof uit het debat zuigt.

Ook in de weken daarna lukt het maar niet om ‘het merk Rob Wijnberg te laden’, ondanks de provocerende mediakritiek die hij publiceert. Ernst-Jan heeft de afgelopen weken zijn grote netwerk van Amerikaanse journalisten aangesproken. Hij belooft hun dat ze exclusief mogen meekijken achter de schermen van de lancering van een nieuw platform, waarbij ze het heroïsche familieverhaal van de founder kunnen vertellen. Plus het verhaal van een start-up met inmiddels een stevige reeks beroemde ambassadeurs erachter, onder wie tech-ondernemers (Wales van Wikipedia, Steve Wozniak van Apple), hoofdredacteuren (Alan Rusbridger, ex-The Guardian), popsterren (Rosanne Cash), activisten (DeRay Mckesson van Black Lives Matter), auteurs (Molly Crabapple), comedians (Baratunde Thurston) en producers en scenaristen van de bekendste series (Judd Apatow van Girls, Beau Willimon van House of Cards). Maar geen respons.

Het kan nog steeds, in Robs keukenkastje staat nog altijd een pakje stroopwafels dat hij bewaart voor Obama, maar inmiddels is de tijd gekomen om te roeien met de riemen die ze hebben. Op 2 november stuurt Rob een Engelstalige nieuwsbrief rond met de titel Not Long to Go! De precieze datum houdt hij nog altijd geheim, maar hij sluit de wervende aankondiging af met ‘we can’t wait to build this movement with you’ en een emoji van een confettikanon.


Dit is een ingekort hoofdstuk uit De Correspondent in Amerika van Leendert van der Valk, vanaf 6 februari in de winkel. Mede mogelijk gemaakt door Fonds 1877 van De Groene Amsterdammer