Struikelend ten strijde

DE MANIER waarop wij in 1991 bijna ongemerkt verzeild raakten in een oorlog met Irak, zo moest het toch eigenlijk nooit meer. De PvdA-ministers Jan Pronk en Relus ter Beek hebben dat later openlijk betreurd: de diplomatieke middelen waren nog niet uitgeput toen het ultimatum verstreek. De Eerste Amerikaanse Golfoorlog werd gelukkig niet de Derde Wereldoorlog. Voor het Westen liep het allemaal goed af, Israel kwam na een groot aantal slecht gerichte Iraakse scud-aanvallen met de angst weg. Vooral de Iraakse bevolking betaalde de tol.

Nu kunnen wij binnen enkele weken heel goed in een Tweede Amerikaanse Golfoorlog zitten. In Nederland is daar vorige week woensdag wel een kamerdebat over gevoerd, maar dat ging uitsluitend over de vraag of staatssecretaris Gmelich Meijling van Defensie in Washington zijn mond voorbij had gepraat toen hij tegen Nederlandse correspondenten zei dat ons land de Verenigde Staten zou steunen door een fregat naar de Golf te sturen. Het is alsof we de grote problemen via de dorpspolitiek voor ons uit schuiven.
Dat deed ook het kabinet. Dat besloot afgelopen vrijdag wel het fregat Hr. Ms. Abraham van der Hulst op te dragen naar de Golf te varen, maar: ‘Het fregat zal niet eerder bij een militaire operatie tegen Irak worden betrokken dan nadat naar het oordeel van de regering vaststaat dat alle diplomatieke inspanningen hebben gefaald.’
Voor- en tegenstanders van militair optreden hebben op die manier hun gezicht gered: we voldoen aan het verzoek van de Verenigde Staten en sturen een fregat, maar de tegenstanders in het kabinet mogen nog een keer meebeslissen of het echt aan gevechtshandelingen gaat deelnemen. Het lijkt echter onwaarschijnlijk dat het fregat als het erop aankomt rechtsomkeert zal maken. Nederland zal dus meedoen aan een nieuwe Amerikaanse aanval op Irak. Ondanks de tegenstand van op zijn minst een deel van de PvdA.
DE MANIER waarop Nederland nu weer in een oorlog gestrompeld lijkt, doet aan als een parodie op de vorige keer. Toen was er in het geheel geen discussie, nu ging het debat over onbelangrijke zaken. De fundamentele kwesties blijven weer liggen.
Toch lijken de gevaren nog groter dan in 1991. Toen was er een sterke Westers-Arabische coalitie tegen Irak, dat immers een soevereine buurstaat, Koeweit, was binnengevallen. Nu geven de Arabische landen niet thuis als de Verenigde Staten om steun vragen. Daardoor is het verloop van een eventuele oorlog veel onvoorspelbaarder geworden. Het is nu een open vraag wat Israel zal doen als het door Irak wordt aangevallen. In PvdA Vlugschrift zegt NOS-journaalcorrespondent Eddo Rosenthal dat Israel zeker zal terugslaan als het met biologische wapens wordt aangevallen en dat het gebruik van nucleaire wapens dan niet is uitgesloten.
En ook de Verenigde Staten houden alle opties open. Op een persconferentie van het Pentagon op 27 januari sloot woordvoerder Kenneth Bacon het gebruik van nucleaire wapens uitdrukkelijk niet uit; ernaar gevraagd zei hij dat de Verenigde Staten met allesvernietigende kracht zullen reageren als Saddam Hoessein massavernietingswapens gebruikt, en dat er zeer agressief zal worden opgetreden als het erom gaat ondergrondse doelwitten te raken.
JOSEPHINE VERSPAGET is in deze zaak woordvoerder van de PvdA in de Tweede Kamer. Zij vond oorspronkelijk dat Nederland zich moest aansluiten bij Frankrijk en moest zoeken naar een diplomatieke oplossing. In haar fractie werd zij vervolgens teruggefloten en gedwongen militaire actie als uiterst middel te aanvaarden om de diplomatieke druk maximaal op te voeren, zoals minister-president Kok het slim had geformuleerd. Haar collega’s Koenders en Valk, die minder afwijzend staan tegenover een militaire optie, stonden al klaar om haar te vervangen.
Verspaget houdt ook nu nog vol dat er nog altijd geen besluit is genomen om aan een eventuele oorlog deel te nemen: 'Dat wordt pas later genomen. Het enige wat er nu gebeurt, is dat er een schip naar de Golf vaart. Nou ja, dat schip moet toch ergens varen. Eerst lag het in de Middellandse Zee, nu vaart het naar de Golf, daar heb ik geen moeite mee. Stel dat op 23 februari, als de Olympische Spelen klaar zijn, inderdaad de aanval geopend wordt en je zou dan alsnog besluiten mee te doen, dan kom je gewoon te laat als je er nu niet heen vaart.
De PvdA-fractie hoopt nog altijd dat het niet tot een gewelddadige actie komt, maar we sluiten deelname niet uit. Dat geldt ook voor de Fransen, maar die zijn wel heel actief met het aandragen van diplomatieke oplossingen. We hebben Van Mierlo gevraagd nu ook eens in de benen te komen. De risico’s van een oorlog zijn heel groot, maar toch kan je geweld niet uitsluiten, want je kunt niet tolereren dat Saddam Hoessein een nieuwe capaciteit aan chemische en biologische wapens opbouwt. Maar misschien dat er van de kant van de Amerikanen nog een diplomatieke initiatief komt. Daar zie je ook dat de opstelling verschilt, afhankelijk van de woordvoerders.’
Maxime Verhagen van het CDA is blij dat er nu op een aantal punten eindelijk duidelijkheid is, door het kabinetsbesluit en de brief van Van Mierlo. Hij had daar al op 29 januari om gevraagd en de eerste brief van Van Mierlo, van 5 februari, vond hij maar vaag. Natuurlijk heeft ook het CDA een voorkeur voor diplomatieke druk, maar je kunt niet ten eeuwigen dage blijven accepteren dat VN-resoluties niet worden uitgevoerd. Hij is blij dat het kabinet nu onomwonden achter de Verenigde Staten is gaan staan, maar vraagt zich wel af of er straks nog gelegenheid is te beoordelen of deelname aan een militaire actie past in het toetsingskader dat sinds de ramp in Srebrenica is opgesteld. Liever wil hij dus dat daar nu al naar wordt gekeken.
Verhagen: 'Het is een rommelig besluitvormingsproces geweest. De regie van de minister-president is duidelijk tekortgeschoten. Het ontbreken van eensgezindheid in de coalitie heeft tot onduidelijke standpunten geleid. Pas verleden week, in het door mij aangevraagde debat en in de brief van Van Mierlo, is er eindelijk duidelijkheid gekomen. Toch is het ook een voor je uit schuiven van een besluit. Naar mijn idee loopt de regering nog altijd om de hete brij heen. Dat is een van de punten waar ik meer duidelijkheid over wil hebben.’
IN HET TWEEDE-Kamerdebat van vorige week woensdag voerde voor GroenLinks niet buitenland-specialiste Leonie Sipkes het woord, maar fractievoorzitter Paul Rosenmöller. Volgens Sipkes betekent dat niet dat zij het oneens zijn over de koers die Nederland moet varen: 'We vonden dat dit onderwerp zo belangrijk was dat het een debat van de fractievoorzitters moest zijn. Het is nogal een besluit waar het om gaat. Het gaat om deelname aan een oorlog. Het is vreselijk. Je ziet zo'n beetje een herhaling van de vorige keer. Er wordt een deadline gesteld en dan gebeurt het. En het lijkt wel of het er nu nog veel harder aan toe zal gaan.
Natuurlijk vind ik ook dat die chemische en biologische wapens van Saddam Hoessein weg moeten, maar ik weet niet wat ze met al dit geweld willen bereiken. Er is een complete tweespalt tussen het Westen en de Arabische wereld. Het is nu een prestigezaak geworden en dat kan nooit goed zijn als de inzet oorlog is. De Verenigde Naties zijn wederom buiten spel gezet.
We laten nu een fregat opstomen, maar houden het besluit tot deelname nog even op. Dat lijkt me echt een zoethoudertje in de richting van de kritische geluiden in de PvdA, van mensen als Jan Pronk en Josephine Verspaget. Alles is nu gericht op militair ingrijpen. Diplomatieke initiatieven zijn er van de kant van Nederland niet geweest. In zijn eerste brief hierover, die van 5 februari, schreef Van Mierlo dat we de maatregelen in Europese Unie-verband afwachten. Er heerst in de EU een complete verdeeldheid, dus dan kun je lang wachten. De regering is even geschrokken van de commotie rond de voorbarige uitspraken van staatssecretaris Gmelich Meijling, maar wat die zei was gewoon waar; er was al informeel door Voorhoeve en Kok met de Amerikanen gesproken over het sturen van een fregat. Ik vermoed dat dat ook gewoon het kabinetsbeleid was. Voorhoeve kon in de Kamer precies alle details uitleggen, dus daar was al lang over nagedacht. Maar blijkbaar is er nu een vrij solide steun in de Kamer om de Verenigde Staten te steunen en deel te nemen aan de Golfoorlog.
GroenLinks vindt dat er diplomatieke middelen moeten worden ingezet, daar zijn we heel helder in. Dat wij misschien op de lange duur militaire middelen niet uitsluiten, is iets anders. Wij vinden dat er eerst een resolutie van de Veiligheidsraad moet komen. Maar in de brief van Van Mierlo wordt geconstateerd dat dat niet haalbaar is, vanwege de verdeeldheid in de Veiligheidsraad. Dus doen ze het maar zonder resolutie. Dat vind ik ook voor de toekomst een heel slechte zaak.’
ECHT TEVREDEN is alleen Frans Weisglas van de VVD. Hij is oprecht blij dat dat fregat op weg is gestuurd naar de Golf. Een aparte beoordeling door Nederland voordat dat echt zal worden ingezet lijkt hem 'nogal theoretisch’: 'Als het fregat daar eenmaal is, lijkt het me nogal onwaarschijnlijk dat het nog rechtsomkeert maakt. Het hele debat van vorige week vond ik dan ook wat overdreven. Misschien heeft Gmelich Meijling enigszins voor zijn beurt gesproken, maar na drie dagen bleek toch dat hij gelijk had gehad. Natuurlijk zijn er ook gevaren verbonden aan een militaire actie, maar die gevaren zijn nog groter als je Saddam Hoessein zijn gang laat gaan.
Ik zit ook niet te springen om militair ingrijpen, maar de VVD denkt wel eerder dan anderen in de Nederlandse politiek dat er niets anders op zit om op langere termijn erger te voorkomen. Je moet Saddam Hoessein indammen, het is iemand die zich nergens aan houdt. Maar ik ben niet degene die beslist wanneer de diplomatieke middelen zijn uitgeput. Dat doet Clinton. En dat is maar goed ook.’
TEN SLOTTE de wetenschap. Dick Leurdijk van het Instituut voor Internationale Betrekkingen Clingendael ziet in zijn analyse van het conflict gewapend optreden tegen Saddam Hoessein als onvermijdelijk. De beslissing die nu genomen is - wel een fregat sturen, maar later beslissen of dat meedoet - is volgens hem een weerspiegeling van de onenigheid binnen het kabinet, een onenigheid die dwars door de partijen heen loopt. Met name de PvdA was verdeeld, maar heeft zich uiteindelijk loyaal opgesteld achter partijleider Kok. Deze had blijkbaar vorige week zondag in zijn telefoongesprek met Clinton al toezeggingen gedaan die aansloten op het gesprek dat minister Voorhoeve de dag daarvoor in München met de Amerikaanse minister van Defensie Cohen had gehad.
Leurdijk: 'Kok reageerde heel geïrriteerd toen Bolkestein hem opriep zich achter de Amerikanen te scharen, maar het is geen verschil in richting, alleen in tempo. Kok moest eerst het formele besluit van het kabinet afwachten. Daarom waren de uitspraken van Gmelich Meijling in Washington ook zo stom. Hij doorkruiste daarmee het hele traject dat Kok had uitgestippeld. Hij had er blijkbaar geen idee van hoe gevoelig het allemaal lag. Er werden nu publiekelijk posities betrokken. Pronk zei dat eerst een nieuwe resolutie van de Veiligheidsraad nodig was, maar volgens mij is dat niet juist. Het kan heel goed op basis van de resolutie van 3 april 1991 gebeuren.
Maar het is wel te betreuren dat het debat in Nederland zich heeft beperkt tot de gevolgde procedure door het onhandige manoeuvreren van het kabinet. De inhoudelijke kanten van de zaak, de volkenrechtelijke, politieke en militaire merites zijn in dat debat nog nauwelijks aan de orde geweest. We kunnen wel schamper doen over de uitspraken van Jeltsin over het gevaar van een Derde Wereldoorlog, maar in potentie staat er inderdaad heel wat op het spel. Als het tot een militaire actie komt, kan niemand weten hoe het regime in Bagdad reageert. Als Irak een raket op Israel afvuurt, ben ik er zeker van dat Israel terug zal slaan en dan zal elke vorm van aarzeling in Washington wegvallen. Dat hoeft nog niet te betekenen dat het conflict zal overslaan naar de andere Arabische landen. Maar je zou wel, ook in Nederland, een debat moeten voeren over wat er op het spel staat. Daar daar zie je nu nauwelijks iets van. Vroeger zou er direct een teach-in over worden georganiseerd. Een universiteit zou dat initiatief kunnen nemen, of een omroep: waarom zou je niet een hele avond over de consequenties van een militair ingrijpen tegen Irak debatteren? We hebben nog steeds niet de morele moed om de consequenties van een militaire actie onder ogen te zien. Ook de militairen die je uitstuurt moet je toch duidelijk kunnen maken wat de gevaren zijn waaraan je ze blootstelt. Maar dat geldt ook voor de politici. Die zouden zich eens goed moeten realiseren waar ze eigenlijk precies mee bezig zijn.’