Studenten sluiten de rijen met volksgenoten

Op 14 november sloot de Landelijke Kamer van Verenigingen (LKvV), een overkoepelende organisatie van Nederlandse studentenverenigingen, het ‘Verdrag van Maastricht’. Dat verdrag houdt een intentieverklaring in tot samenwerking met het Katholiek Vlaams Hoogstudenten Verbond (KVHV). Doel was integratie met studentenorganisaties in Europees verband.

Onder de kop ‘Corpora trekken banden aan met Vlaamse nationalisten’ beweerde het Amsterdamse universiteitsblad Folia dat het Vlaamse verbond dezelfde uitgangspunten heeft als het Vlaams Blok. Geen enkel studentencorps bleek daarvan op de hoogte. Bij het Leidse Minerva bleek niemand te hebben gehoord van radicale opvattingen bij de Vlaamse vereniging. Het Amsterdams studentencorps distantieerde zich al bij voorbaat van zulke ideeën en voegde daar aan toe dat Folia ten onrechte bijdroeg aan 'het beeld dat sommigen toch al van corpora hebben’.
Het KVHV is in ieder geval zeer ingenomen met het verdrag met de Noord-Nederlanders en juicht de intentieverklaring toe op hun website en in hun tijdschrift Ons Leven. In het jubileumnummer van dat blad wordt trots geconstateerd dat het KVHV onder impuls van een verjongde en geradicaliseerde Vlaamse Volksbeweging opnieuw een volwaardige plaats onder de Vlaams-nationalistische verenigingen inneemt. In hetzelfde nummer licht prof. dr. Storme toe waar het KVHV voor staat: 'Wanneer wij een welbegrepen nationalisme verdedigen tegen het fundamentalisme van de non-diskriminatieridders, dan is het vooral voor hen die niet meekunnen met de kosmopolitische, geglobalizeerde, “multikulturele” maatschappij, voor de slachtoffers van het a-nationale wereldkapitalisme.’
De rector van de Universiteit Maastricht, prof. dr. Nieuwenhuyzen-Kruseman, hield een rede bij de intentieverklaring en zal ook aanwezig zijn bij de officiële bekrachtiging, komend voorjaar. Zelfs hij was niet op de hoogte van het politieke karakter van het KVHV. Vindt hij dat het verdrag nog door moet gaan? 'Daar moet ik nog eens over nadenken.’