Andreas Maier, Kirillov of de zin van het bestaan

Studentikoze kletsika

Andreas Maier
Kirillov of de zin van het bestaan
Uit het Duits (Kirillow, 2005) vertaald door Annemarie Vlaming
Ambo, 279 blz., 19,95

In de Kellerstrasse 17 in een buitenwijk van Frankfurt vragen de bewoners zich af wat Frank Kober voor een vreemde snuiter is: vijf jaar woonde hij daar, verdween toen voor een jaar en opeens is hij terug en heeft hij druk bezoek van een stelletje Russen. De auteur noemt het protocol van dit geroddel «proloog in de hel»: het had eindeloos door kunnen gaan, maar dan wist je wel ongeveer hoe de wereld in elkaar steekt. Het zijn grote woorden in de geest van zijn personages. Kober lijkt de hoofdpersoon van de roman te worden, zeker wanneer een stel Russen dat in Frankfurt neerstrijkt een sterke gelijkenis ziet tussen hem en een zekere Andrej Kirillow, die in hun plaats van herkomst, Chabarovsk, een mythische figuur is. Van deze Kirillow heeft een van de Russen een manuscript meegebracht, «Tractaat van de wereldtoestand». Daaruit wordt de Wet van Kirillow gedestilleerd, dat welk individu dan ook tot de massa behoort die doordat ze naar geluk streeft in collectieve waanzin geraakt, te vergelijken is met een kankergezwel. Maar niet Kober wordt de Duitse Kirillow – naar het model van de zelfmoordenaar met de absurd doorgevoerde maatschappijtheorie in Demonen van Dostojevski – maar zijn jongere vriend Julian, zoon van een hogere politicus in Hessen. De Russische en Duitse jongelui vormen samen een opgewonden kakelend gezelschap. Julian is de provocateur die al naar het hem blieft iedereen sart of uitdaagt, en niemand weet of het spel is of ernst, hijzelf ook niet, zijn filosofische kernidee is immers dat alle gedachten zinloos en verwisselbaar zijn. Toch wordt van hem gezegd dat hij bij de theorie van Kirillow een praktijk zoekt. De enige manier om niet mee te doen is zelfmoord, verklaart Julian en zet die gedachte in daden om door in Gorleben, waar een transport van atoomafval arriveert, met een tractor op het konvooi in te rijden.

Het is niet duidelijk of Maier (1967) met zijn derde roman een politiek of antipolitiek boek heeft willen schrijven. Net als dat van Uwe Timm gaat het over politieke romantiek, dus over frasen. Het verhaal dat bestaat uit oeverloze studentikoze kletsika en pseudodiepzinnigheden wordt besloten met een rituele najaarsactie in Gorleben, een feestje dat mede dankzij vijftienduizend agenten op een slachtpartij uitloopt. Met de grote politieke roman Demonen van Dostojevski heeft het boek alleen de naam Kirilov gemeen.