Rudolf Lorenzen, Allesbehalve een held

Studie in ressentiment

Rudolf Lorenzen, Allesbehalve een held
Uit het Duits (Alles andere als ein Held, 1959) vertaald door Wil Boesten
Arbeiderspers, 507 blz., € 34,95

Er is één wens die Robert Mohwinkel het oostfront en Russische gevangenschap doet doorstaan: het verlangen dat Duitsland de oorlog zal verliezen; en er is één deugd waarvan de radiotelegrafist het moet hebben: kruiperigheid. Verwacht geen soldaat Schwejk in deze herontdekte roman uit 1959, waarvan de flap in navolging van de Duitse kritiek beweert dat nooit iemand zo goed beschreven heeft hoe «de gemiddelde Duitser» de oorlog is doorgekomen en met zijn neus in de boter van het Wirtschaftswunder viel. Evenmin doorziet Mohwinkel de heersende macht, hij is niet eens een perfecte opportunist, zoals wordt beweerd. De kneus constateert dat de echte vijand van de Duitse soldaat zijn krankzinnige superieuren waren, Pruisische dienstkloppers. De Duitse soldaten waren getreiterde mensen die pech hadden gehad. Is dat een ontmaskering van de macht? Antinazisme? Hooguit beseft de pion zijn volkomen overbodigheid, waar dan ook. Maar dat wist hij al op zijn tiende, toen zijn vader hem van het gymnasium haalde om hem in de leer te doen bij een scheepsagent in Bremen. Het lidmaatschap van het Jungvolk wordt dat van de Hitler Jugend, vanzelf, want van harte doet de antiheld niets, behalve dansen en zuipen. Na terugkeer in 1945 lijkt alles even beter te gaan: in zijn oude werkkring, met een lelijke verloofde maar van goede komaf, en een oude geliefde binnen handbereik.
Dan wordt hij weggepromoveerd naar Frankrijk, gedegradeerd, want in Bordeaux en Marseille is hij niet meer dan havenarbeider, barstensvol wrok. Hij is altijd te eerlijk geweest, besluit hij, en met wat louche zaakjes verdient hij veel geld; hij koopt een schip en wordt reder in Lübeck. Maar als zijn ouders de parvenu bezoeken, weet zijn moeder, altijd al behept met milieuangst en een onderdanenhorizon, hem te vertellen dat iedereen in Bremen van zijn treurige carrière in Frankrijk weet. Ook als hij slaagt blijft hij een mislukkeling, zo is hij nu eenmaal – en zo is ook de toon en teneur van de roman: één eindeloze invuloefening.
Een herontdekking? Met een andere samenvatting kan Lorenzen (1922) met Böll en Grass vergeleken worden, zoals gebeurt. Maar een flaptekst is nog geen roman, en een grijze prozabrij is nog geen realistisch portret van een grijs personage, laat staan een goedgelijkend portret van de gemiddelde Duitser die mits behept met een tefalkarakter ongemankeerd de oorlog doorkwam. Met wat goede wil kun je het boek lezen als een studie in ressentiment.