Sturm und Kampf

Mezzosopraan Christianne Stotijn beleefde vorig jaar een spectaculaire doorbraak met Mahlers Rückert-lieder, onder leiding van Bernard Haitink, in Parijs en het Concertgebouw. In Rotterdam zingt ze liederen van Schumann en Sjostakovitsj. Ze stelde haar programma zelf samen.

Chritianne Stotijn: «Ik mocht zelf kiezen. Dat gebeurt natuurlijk vaak, bij recitals, maar hier was het erg fijn. De keuze voor Schumann en Sjostakovitsj lijkt ingegeven door hun ‹jubileumjaren›, maar dat was maar bijzaak. Door het thema ‹Vrijheid› kwamen ze vanzelf naar voren. Vrijheid, dat is iets waar Sjostakovitsj natuurlijk vooral mee in gevcht was, als geen ander, en Marina Tsvetajeva, de dichteres wier gedichten hij op muziek zette en die hij heel goed kende, al helemaal. Sommige van die gedichten gaan weer over Anna Achmatova, ook al zo’n vrouw die het ontzettend moeilijk heeft gehad met de beknotting van haar persoonlijke vrijheid. En daar ligt een parellel met Maria Stuart tegen koningin Elisabeth, katholiek tegen protestant.
De Maria Stuart-lieder zijn de laatste liederen van Schumann. Je hoort ze zelden. Ze zijn heel specifiek, helemaal niet ‹typisch Schumann›, zoals Dichterliebe of zo. Ze hebben een complexe harmonische structuur, helemaal niet zo makkelijk te begrijpen als je zou denken. Maar net als andere werken van Schumann, de Eichendorff-lieder, hebben ze een enorme kracht. Ik vind ze vooral zo aangrijpend omdat Schumann als ware zijn eigen testament erin beschrijft – het eindigt ook bijna als een Bachkoraal.

Jard van Nes (die Stotijn coacht – kk) had me al eens gezegd: je moet die Tsvetajeva-liederen eens proberen, die zijn heel bijzonder, en je hoort ze heel weinig. Vorig jaar zong ik in de Opéra Bastille, in Parijs, in Tsjaikovski’s Pique Dame. Daar heb ik de zangeres ontmoet voor wie Sjostakovitsj die liederen heeft geschreven, Irina Bogacheva. Ze zong de Gravin. Ze had Sjostakovitsj zelf heel goed gekend – trouwens, de hele cast was Russisch, en ook de dirigent, Gennadi Rozhdestvensky, had Sjostakovitsj van nabij meegemaakt. Dat was bijzonder, en daardoor wilde ik die liederen dus extra graag zelf zingen.

Het is een programma met een gigantische lading. De enige manier om dat over het voetlicht te brengen is te doen wat je altijd doet met liederen-recitals: proberen een verhaal te vertellen. Proberen je met de tekst te verbinden, en die naar het publiek te brengen.»

Christianne Stotijn, Joseph Breinl (piano)

Schumann, Fünf Lieder, op. 40 (1840), Gedichte der Königin Maria Stuart (1852), Sjostakovitsj, Liederen op teksten van Marina Tsvetajeva (1973)

8 september 16.45 uur, jurriaanse zaal, de doelen