Hoogopgeleide ouders met vmbo-kinderen

‘Succes, wat is dat?’

Je hebt zelf een hoge opleiding genoten en je hebt een goede baan. Dan is het misschien schrikken als je kind vmbo-advies krijgt. Of is dat maar relatief? ‘Het maakt niet uit waar je begint.’

Medium doener

‘Het lijkt wel alsof iedereen naar het gymnasium gaat tegenwoordig.’ Jeanette Bakker staat in de open keuken van haar ruime appartement op een mooie locatie in Amsterdam. Zelf zat ze ook op het gymnasium. Ze was de eerste generatie binnen haar familie die ging studeren. Nu heeft ze een baan als projectmanager bij een idealistische organisatie. Haar ex-man zat op het vwo en is financieel directeur bij een grote multinational. Samen hebben ze twee kinderen. Het ene zoontje haalt alleen maar tienen. Maar Friso, de oudste, had eigenlijk vanaf het begin leerproblemen. Nu hij twaalf is heeft hij een vmbo-t/havo-advies.

Met hoog opgetrokken schouders spoelt Jeanette twee kopjes af. ‘Als je kijkt naar de kinderen met wie Friso nu in de klas zit en in de buurt en op de hockeyclub…’ Ze zucht. De kraan gaat dicht. ‘Allemaal naar het gymnasium.’ Ze maakt twee kopjes koffie met wolkjes opgeschuimde melk. Als ze naar de tafel loopt met een bord koekjes oogt ze strijdbaar. ‘Nou, Friso dus niet.’

Dit artikel gaat over vmbo-kinderen. En niet zomaar vmbo-kinderen. Vmbo-kinderen die uit een hoogopgeleid milieu komen. Dat is een bijzondere categorie. Het vmbo staat al jaren slecht bekend, als het afvoerputje van het onderwijs. Een plek waar kinderen uit de laagste sociale klassen zitten, kinderen met gedragsproblemen en een leerachterstand. Moeilijke kinderen. En dat terwijl meer dan de helft van alle kinderen naar het vmbo gaat.

Het vmbo bestaat sinds 1999 en omvat wat voorheen de mavo en het voorbereidend beroepsonderwijs waren. Het is opgebouwd uit vier niveaus, die ook wel leerwegen worden genoemd. Het hoogste niveau is vmbo-t, dat is de theoretische leerweg. Vroeger was dit de mavo. Daarna komt vmbo-g, de gemengde leerweg. Hier doen de leerlingen naast de theoretische vakken ook examen in één beroepsgericht vak. Dan komt vmbo-kader. Onderaan staat vmbo-basis. Leerlingen kunnen daar kiezen voor een leer-werktraject. De eerste drie leerwegen leiden op voor het mbo. Met vmbo-t en vmbo-g kan een scholier doorstromen naar de havo. Met vmbo-basis kun je alleen naar het mbo op niveau 2. Er is een aantal vmbo’s die alle leerwegen in één gebouw hebben. Maar het hoogste niveau, vmbo-t, wordt ook apart door scholengemeenschappen aangeboden.

Veel hoogopgeleide ouders doen er alles aan om ervoor te zorgen dat hun kind dan in ieder geval naar de havo kan. ‘Want dan ga je hogerop, voor het geluk. Wordt het vmbo-t en vervolgens mbo, dan zien ze dat als pech’, zei vertrekkend voorzitter van de MBO Raad Jan van Zijl laatst nog in Trouw. Het komt ook niet zo heel vaak voor dat kinderen van hoogopgeleide ouders naar het vmbo gaan. Het maakt dat veel hoogopgeleide ouders hun informatie over het vmbo vooral uit alle alarmerende berichten in de krant halen. Niet zo gek dus dat ze schrikken als hun eigen kind een vmbo-advies krijgt.

Journaliste Janneke Juffermans wordt soms droevig als ze het met vriendinnen over de kinderen heeft. Ze was stomverbaasd toen allebei haar dochters moeilijk bleken te leren. Zelf ging ze als dochter van twee artsen als enige van de klas naar het vwo. Haar dochter Sandrine (11) gaat volgend jaar waarschijnlijk naar een vmbo-klas. Mileyn (7) volgt speciaal basisonderwijs. De kinderen van haar vriendinnen gaan bijna allemaal naar het vwo.

‘Het is niet zo dat ik het die andere kinderen niet gun. Het is meer dat tijdens die gesprekken het verschil tussen onze kinderen zo duidelijk wordt. Dan vertellen mijn vriendinnen bijvoorbeeld dat ze net een gymnasium hebben uitgezocht. Ik vind dat ik ook gewoon interesse moet hebben voor de kinderen van mijn vriendinnen en dat heb ik ook wel echt. Maar het doet soms toch een beetje pijn. Ik had graag gewild dat het anders was. En daar word je extra mee geconfronteerd door de verhalen van je vriendinnen.’

Over Mileyn maakt Janneke zich eigenlijk geen zorgen. ‘Die kan op alle gebieden moeilijk leren. Dan weet je snel wat de oplossing is. Ik denk dat ze zich prima redt op een vmbo. En als ze straks kapster wordt, of schoonheidsspecialiste, heb ik daar geen enkel probleem mee. Als ze maar gelukkig is.’ Maar Sandrine, die is fijngevoelig, een beetje excentriek. Ze past nu al niet helemaal in haar klas, in een achterstandswijk van Nieuwegein. Laatst trapten klasgenoten voor haar neus een lieveheersbeestje dood, alleen omdat Sandrine dan moet huilen.

In de ogen van Janneke staat het incident met het lieveheersbeestje voor iets groters. ‘Misschien moet je het herleiden tot zelfstandig denken. Eigenlijk is de norm dat het normaal is om een vlieg dood te slaan als je daar last van hebt. Maar je hebt ook mensen die zich afvragen of ze het eigenlijk wel ééns zijn met die norm.’ Ze legt ongemakkelijk een hand in haar nek. ‘Dat vind je natuurlijk bij mensen in het hele spectrum van intelligentie, maar misschien dat je het iets meer aantreft bij mensen die… ja… wat hoger opgeleid zijn.’ Ze slikt. ‘Omdat die toch al worden uitgedaagd om zelf na te denken.’

Wat het extra lastig maakt, is dat Sandrine een disharmonisch intelligentieprofiel heeft. Iemands intelligentie wordt in het algemeen bepaald door het gemiddelde te nemen van twee scores: het verbale IQ en het performale IQ. De verbale intelligentie van Sandrine ligt rond de 130. Dat is dus ver boven gemiddeld. Het verbale IQ zegt vooral iets over taalvaardigheid, redeneringsvermogen en algemene ontwikkeling. Het performale IQ is een meting van hoe je praktisch omgaat met je kennis. Sandrine schommelt performaal tussen de 80 en 100 punten. Op school heeft ze vooral met rekenen erg veel moeite. Ondanks bijles rekent ze nu op groep 5-niveau. Terwijl ze in groep 7 zit. Janneke: ‘Haar toekomstige schoolniveau wordt gebaseerd op het vak waar ze het minst goed in is. Ik weet niet of dat nou een goede manier van kijken is. En ik vind het zonde van haar sterke kanten.’

Sandrine stelde volgens Janneke al jong allerlei wezenlijke vragen. ‘Ze heeft een tijd gehad dat ze heel erg met de dood bezig was. Toen was ze zeven. Maar ze heeft bijvoorbeeld ook gevraagd hoe het kan dat het heelal oneindig is. Ik vind Sandrine nogal vroeg met die dingen. Ook als baby, ze had meteen een heel wijze blik.’

‘Ze heeft ook gevraagd hoe het kan dat het heelal oneindig is. Ik vind Sandrine nogal vroeg met die dingen’

Met enige aarzeling snijdt Janneke een optie aan waar haar voorkeur heimelijk naar uit gaat. ‘Je hebt natuurlijk ook scholen voor hoogbegaafde kinderen.’ Als ik vraag of Janneke denkt dat Sandrine beter op zo’n school zou passen, zegt ze: ‘Als ik diep in mijn hart kijk denk ik dat inderdaad. Maar ze zou daar nooit worden toegelaten omdat ze in die andere vakken niet goed is.’

Janneke ziet wel wat in gedifferentieerd onderwijs. Dan kunnen scholieren hun beste vakken op een hoger niveau volgen dan de vakken waar ze minder goed in zijn. En dan krijgen kinderen ook een diploma per vak. ‘Ik denk dat we het hele idee dat we allemaal door dezelfde mal moeten beter kunnen loslaten. De maatschappij waarin onze kinderen later oud zijn is ook niet meer zoals die nu is. Laat Sandrine zich ontwikkelen in datgene waar ze goed in is. Natuurlijk, ze moet dan wel basiskennis hebben van de andere vakken, maar als ze sommige dingen op vwo- of havo-niveau zou kunnen doen en andere dingen op vmbo-niveau, dat zou echt ideaal zijn voor haar.’

Lucas, zoon van hoogleraar sterrenkunde Lex Kaper, zit in de brugklas op het Bonhoeffer College in Castricum. Hij kreeg op de basisschool vmbo-t-advies. Hij heeft pdd-nos. Daardoor heeft hij vooral moeite met begrijpend lezen. Hij neemt teksten te letterlijk. ‘Laatst vroeg hij bijvoorbeeld wanneer mijn broer kwam. Dan zeg ik: tussen half vijf en vijf. Vraagt-ie: blijven ze maar een half uur?’ Kaper en zijn vrouw hebben bewust gekozen voor een brede school. Naast het vmbo is er ook een havo en een vwo. Lucas krijgt nu voor elk vak een cijfer op mavo- en op havo-niveau.

Kaper is niet zo’n voorstander van gedifferentieerd onderwijs. ‘Ga je je alleen maar richten op datgene waar je goed in bent of probeer je juist je mindere kanten bij te schaven?’ zegt hij vanachter zijn bureau op de UvA. ‘Leren kost nou eenmaal kracht. En doet pijn. Het is juist goed om je minder goede kanten te ontwikkelen, want je hebt soms geen idee wat dat betekent voor je capaciteiten. Voor wiskunde moet je ook begrijpend kunnen lezen.’ Lucas heeft met hulp van zijn moeder al een stuk beter begrijpend leren lezen.

Communicatiedocent Marijke van der Brug wil graag een positief verhaal vertellen over het vmbo. ‘Laat ik bij het begin beginnen’, zegt ze op een vrije middag aan haar keukentafel in Amstelveen. ‘Ik heb drie kinderen. Kim heb je net gezien, die ging eerst naar het vwo en uiteindelijk naar de havo. Sjors ging automatisch naar de havo. En Rutger had al meteen in groep 3 problemen. Hij kon niet meekomen met de rest. Hij kreeg er buikpijn van, wilde niet meer naar school.’

Toen ze Rutger lieten testen, bleek daaruit dat hij een normale intelligentie heeft. ‘Gek genoeg ben je daar als ouder toch heel blij mee.’ Hij bleek alleen dyslectisch te zijn en moeite te hebben met informatieverwerking. ‘Als je hem een filmpje laat zien, haalt hij daar feilloos uit waar het om gaat. Maar als hij moet lezen is het tempo voor hem lastig bij te houden en vindt hij het moeilijk om er betekenis uit te halen.’ De citotoetsen die Rutger op de basisschool aflegde lieten consequent zien: vmbo-kader-niveau.

Toen ze een school moesten uitkiezen was Marijke bezorgd. ‘Hier in Amstelveen zijn drie scholen voor mavo-havo-vwo en je kunt in principe natuurlijk naar al die drie scholen gaan. Maar het vmbo is al onderverdeeld in sectoren.’ Rutger wilde per se iets met autotechniek, maar het enige vmbo in Amstelveen waar autotechniek werd gedoceerd was een school die regelmatig slecht in het nieuws kwam. ‘Vechtpartijen en toestanden. Mijn andere zoon zei: ik wil niet dat Rutger naar die school gaat, want dan wordt hij in elkaar geslagen.’ Nu zit Rutger op Thamen, een vmbo-scholengemeenschap in Uithoorn. En het gaat erg goed met hem.

Omdat de leerlingen na het tweede jaar een specialisatie moeten kiezen, krijgen ze tijdens het tweede jaar elke vier weken een voorproefje. Rutger koos voor licht en geluid, in zijn vrije tijd is hij namelijk deejay. Marijke: ‘Nou, de docent had vrij snel in de gaten dat Rutger daar echt wel verstand van heeft. Dus toen vroeg hij of Rutger niet bij het licht- en geluidteam van de school wilde. Sindsdien is Rutger daar zo’n twee middagen in de week na lestijd mee bezig. Bij alle evenementen, de open dagen, de musical en de talentenjachten verzorgt dat team het licht en het geluid. Rutger vindt het echt geweldig. Laatst had ik een ouderavond en Rutger stond daar in z’n eentje achter in de zaal het geluid te regelen. En dan staat hij daar zo zelfverzekerd. Zijn talent wordt erkend. Rutger is nu zelfs geswitcht van autotechniek naar licht en geluid. We zijn al bij een mbo gaan kijken.’

Op de basisschool was Rutger erg onzeker over zijn intelligentie. ‘De directeur van de basisschool zei altijd dat Rutger zo’n fijn, open kind was’, zegt Marijke. ‘Maar op school gaat het er natuurlijk vooral om dat je goed moet kunnen meekomen.’ Rutger moest aan een apart instructietafeltje zitten en werd wel eens uit de les geplukt door een remedial teacher. ‘Hij heeft altijd gedacht dat hij dom was. En zo’n Citotoets geeft natuurlijk heel goed aan: die scoort hoog en die scoort laag. Alles is zo hiërarchisch hè. Ik vind dat je veel meer moet kijken naar: waar ben jij op je plek? Ik heb Rutger steeds proberen te vertellen, en zijn vader ook, dat hij helemaal niet dom is. Dat hij heel veel kwaliteiten heeft.’

Marijke is door Rutger anders gaan denken over intelligentie. ‘Ik kom uit een nest waarin de mavo not done was. Je gaat daardoor zelf ook hiërarchisch denken. Maar leren uit boeken is niet de enige weg. Hoe Rutger leert, door vooral te kijken en na te doen, dat is ook een manier. Hij is eigenlijk de enige van de drie die altijd voor ogen heeft gehad wat hij wilde en ik ben er bij hem van overtuigd dat hij komt waar hij wil zijn. Juist doordat hij veel ambitie heeft. Dan denk ik: het maakt helemaal niet uit waar je begint. Ah… daar zul je hem hebben.’

Door de achtertuin loopt een lange gestalte. Bij binnenkomst geeft hij een knikje naar zijn moeder. Zijn blonde haar is met wat gel achterover gekamd. Marijke vraagt hoe hij eigenlijk tegen de verschillende niveaus aankijkt.

‘Leren uit boeken is niet de enige weg. Hoe Rutger leert, door vooral te kijken en na te doen, dat is ook een manier’

Rutger leunt tegen de rugleuning van een stoel. ‘Qua?’

Marijke: ‘Nou, zie je dat echt als hoger en lager of beter…?’

Rutger kijkt haar vriendelijk aan. ‘Ik zie het wel als beter. Ze zijn slimmer. Ze weten meer, je leert er ook meer dan wij…’

Marijke: ‘Ja, is dat zo? Is dat slimmer?’

Hij haalt zijn neus op. ‘Als je gymnasium doet ben je echt wel slimmer dan dat ik ben. Maar ik vind het niet erg of zo. Ik weet dat ik niet dom ben.’

Toen Rutger net op Thamen zat, haalde hij zulke hoge cijfers dat hij misschien een niveau omhoog mocht: naar vmbo-t. Maar dat wilde hij niet. Marijke: ‘Ik denk dat Rutger doodongelukkig zou worden op het vmbo-t of de havo. Hij is veel meer een doener dan iemand die uit boeken moet leren.’

Jeanette Bakker is zich inmiddels samen met Friso op scholen aan het oriënteren. ‘Ik vind het belangrijk dat hij in een omgeving terechtkomt waar hij op een positieve manier wordt uitgedaagd om zich te ontwikkelen. Friso is iemand die zich makkelijk laat beïnvloeden en als hij dan de verkeerde vrienden krijgt, kan het ook helemaal fout gaan. Het is natuurlijk toch een soort sociale segregatie.’ Daarom wil Jeanette graag dat Friso naar een brede school gaat. En ze hoopt dat hij naar de havo kan. ‘Ik vind het moeilijk, want ik ben heel anders dan Friso. We gingen bij de Montessorischool kijken. De directeur hield een heel respectvol verhaal over de ontwikkeling van kinderen. Je hebt vrijheid maar ook verantwoordelijkheid, geen regels maar gesprekken, alles moet redelijk zijn. Mijn ex en ik waren heel enthousiast, Friso niet. “Nee, nee, nee”, zei hij, “die echt niet, dan moet ik zeker de hele tijd luisteren.”’ Jeanette stikt bijna van de lach. ‘Laat hem maar gewoon iets doen, geen gezeur.’

Ook zij is anders over intelligentie gaan denken. ‘Wat is intelligentie? Ik kan daar best filosofisch over zijn. Het is niet zo dat ik bij mijn andere zoon denk: die haalt goede cijfers dus daar hoeven we verder geen aandacht meer aan te besteden. Ties is dan wel goed met cognitieve dingen, maar hij heeft veel meer moeite met tegenslag dan Friso. Ties heeft soms nog emotionele uitbarstingen alsof hij op de crèche zit. Friso heeft bovendien een betere werkhouding.’

Sterrenkundige Lex Kaper dacht altijd al genuanceerd over intelligentie. ‘Er zijn verschillende kanten van intelligentie, en dan bedoel ik niet eens het sociaal-emotionele stuk. Ik ken mensen die misschien wel niet zo’n hoog IQ hebben, maar wel de gave hebben om snel tot de kern van een probleem door te dringen. Ik merk dat bijvoorbeeld met het korfbalbestuur waar ik bij zit. Andere bestuursleden werken dan bijvoorbeeld in de bouw, en hebben veel meer dan ik een helikopterview.’

Jeanette gelooft niet dat een academische studie nog steeds automatisch een ticket to succes is. ‘Je ziet in landen als Spanje en Griekenland ook heel veel werkloze academici. Je moet iets doen wat bij je past en je daarmee onderscheiden. Succes, wat is dat? Wanneer ben je succesvol? Daar ben ik misschien ook wel bewuster naar gaan kijken. Je kunt succesvol zijn op twee manieren. De ene manier is dat je doet waar je energie van krijgt. De andere kant van succes is maatschappelijke status. Maar sommige mensen moeten veel voor die maatschappelijke status opofferen. En dan is het misschien wel succes aan de buitenkant, maar niet van binnen.’

Friso wil later graag veel geld verdienen. Hij kijkt erg op naar de baan van zijn vader. ‘Friso zei een keer tegen me: “Als ik naar het vmbo moet, dan word ik dus vuilnisman. En mijn vader is directeur. Dat kan toch niet?”’ Ergens vond Jeanette dat toen zielig voor hem. Aan de andere kant denkt ze dat het juist goed voor hem is. ‘Omdat hij nu naar het vmbo moet, is het lastiger voor hem om alleen maatschappelijk succes na te streven. Gymnasium, studie, topbaan in het bedrijfsleven, die route zit er niet in voor Friso. Hij zal echt zijn eigen pad moeten gaan volgen.’

Lex Kaper zegt: ‘Opleiding is natuurlijk niet hetzelfde als gelukkig worden of je weg vinden in de maatschappij. Het enige voordeel van een zo hoog mogelijke opleiding is dat je de meeste mogelijkheden hebt om te ontdekken wat je leuk vindt. Maar de dingen die je leuk vindt en waar je goed in bent zijn niet per se dezelfde. Uiteindelijk moet je toch vooral terecht zien te komen in een positie waarin je doet waar je goed in bent.’


De namen van Lucas, Jeanette, Friso en Ties zijn om privacyredenen gefingeerd