Sudokuën met Hitler

HANS MÜNSTERMANN
LAND ZONDER SARAH
Nieuw-Amsterdam, 192 blz., € 14,95

Een man zit in de trein en droomt. Eenmaal wakker geschrokken is hij volledig van slag. Hij heeft het idee dat geheimzinnige krachten hem bestoken met geheime boodschappen. Sterker nog: dat hem een messcherp visioen is geboden van de toekomstige wereld. Er is maar één iemand met wie hij zijn verwarring onmiddellijk wil delen, en al is het midden in de nacht, hij belt haar. Er ontspint zich een dialoog tussen dromer Wolf en zijn Eva, waarin de hele droom uit en te na wordt verteld. Wolf heeft het over een moord die wordt gepleegd in Holland, een moord waarvan hij wordt verdacht, maar Eva is vooral geïnteresseerd in de geheimzinnige vrouw die een belangrijke rol speelt in zijn droom. Waarom droomt hij niet gewoon van háár?
In het acht bladzijden tellende eerste hoofdstuk van zijn nieuwe roman Land zonder Sarah zet Hans Münstermann een wereld neer waarin Cees Nooteboom onverhoeds Hubert Lampo tegen het lijf loopt. De droomachtige, intellectuele atmosfeer van de kleinere romans van Nooteboom – herlees bijvoorbeeld de proloog van Paradijs verloren, waarin de hoofdpersoon in het vliegtuig een lezende medereizigster bestudeert en peinst: ‘Ik weet dat er een verhaal is, en ik weet dat ik het niet zal kennen’, en hij zucht er nog maar eens diep bij – krijgt zo gauw Münstermann korte metten maakt met begrenzingen van tijd en personage een magisch-realistisch lampoësk tintje. Gevaarlijk, dat laatste. Natuurlijk, De komst van Joachim Stiller was een indrukwekkende roman. Maar om een roman lang de lezer ervan te blijven doordringen dat datgene wat hij leest eigenlijk allemaal een droom is – zonder dat die lezer zelf heel erg gaat verlangen naar dromenland – is érg hoog gegrepen. En misschien niet iedere schrijver gegeven.
Wolf is eigenlijk Hitler. Eva is Eva Braun. Ik denk niet dat ik veel leesplezier bederf als ik dat alvast verklap. Wolf is ook een man in het hier en nu, die getrouwd is met Eva, een dochter heeft, en die in ene Sarah zijn femme fatale ontmoet. Zij leidt hem naar de ondergang; niet alleen leent hij haar al zijn spaargeld, opdat zij op een veiling zogenaamd de kies van Napoleon kan kopen, ook betekent zij het einde van zijn gelukkige huwelijksleven. Pikant detail: Hitler-Wolf verraadt zijn vrouw voor een joodse. Nog een pikant detail: Hitler-Wolf droomt van het monument op de Dam. Zijn plannen zijn nog niet uitgevoerd, maar het effect ervan is wel al zichtbaar, en niet als zodanig te begrijpen voor hemzelf.
Wat Münstermann precies voor ogen had met het horterige verspringen in de tijd, en met zijn dromende Hitler, laat zich een roman lang raden, en misschien moet je daar maar net zin in hebben. Op zich ontrolt de handeling zich volgens beproefd thrillerrecept. Hedendaagse Wolf keert terug van een reisje naar China en wordt verdacht van een moord. Een bekende televisiepersoonlijkheid is neergestoken, en vele sporen leiden naar hem. Hij kan niet terugkeren naar huis, want zijn vrouw heeft het slot veranderd. Langzaam wordt duidelijk dat hij zich heeft laten verleiden door de goddelijke Sarah, steeds driestere escapades met haar ondernam en uiteindelijk door zijn vrouw Eva werd betrapt. En eruit gegooid. De passages waarin Münstermann beschrijft hoe zijn protagonist niet anders kon dan zich uit te leveren aan deze Sarah behoren tot de meest geslaagde van het boek. Sensueel en overtuigend. Net als de passages waarin hij beschrijft hoe Wolf ontgoocheld en berooid wordt achtergelaten: ‘Om hem heen zijn mensen, geluiden, materialen, eindeloos veel details waarin hij zich zou kunnen verdiepen. Hoopvol. Maar het zijn signalen uit een geordende wereld die hem uitlacht: die meneer is gek geworden.’
Sowieso heeft Münstermann een sterke vertelstijl. Absoluut helder, op het telegrammerige af, en tegelijkertijd niet beducht voor een onverwacht lyrische uitspatting. ‘Hij mist haar gebit, het mooiste wat er bestaat. Hij mist het ogenblik dat haar lippen opengaan en het licht doorbreekt: haar stralende hemelse tanden, beloftevol, verrukkelijk, blij makend.’ Het probleem met deze roman schuilt dan ook vooral in het hoge puzzelgehalte. De lezer moet bij wijze van spreken slimmer zijn dan de schrijver, en zelf alle eindjes aan elkaar zien te knopen. Om hem te helpen zou de criticus misschien idealiter moeten uitleggen hoe het allemaal zit. Wat de schrijver bijvoorbeeld bedoelt met telkens die gesprekjes tussen Hitler-Wolf en zijn Eva, die op een bepaald moment vooral gewoon stomvervelend worden. En hoe het vast allemaal te maken heeft met een diepere maatschappelijke boodschap. Pim Fortuyn heeft in deze roman ongetwijfeld niet voor niets de moordaanslag overleefd. Hitler, Fortuyn, tel uit je winst. Wie weet is dit wel een geëngageerde roman die Münstermann heeft geschreven. In ieder geval een roman die erom schreeuwt het predikaat ‘ingenieus geconstrueerd’ te krijgen. Net iets te luid, wat mij betreft.