Suezkanaal

Van oude stempel zijnde hou ik van het zitten in vliegmachines en niet van vis. Des te begrijpelijker is het dat ik mij van zekere vliegtocht in oostelijke richting als enige het uitzicht op kaarsrecht Suezkanaal in de schemering tijdens het eten van een moot Red Snapper kan herinneren. Onbekende vis van huis uit. Maar zoals dat al het onbekende voorbeschikt is, voor wie de weg weet inmiddels gemeengoed.

Red Snapper is de vis voor wie geen vis lust. Almachtige heeft de vissmaak vergeten. Maar hij smaakt wel heel lekker naar Red Snapper. Op de markt ligt hij meestal niet ver van de roodbaars. Red rood, wie doet je wat. De roodbaars, die vaak IJslands krijgt toegevoegd, is bewoner van de koude zee en daarom vers, de Rozige Snapper komt uit warmere wateren en ligt dus bevroren in de kraam. Foets is wat we willen. Deze laatste vijf woorden overvallen mij een beetje, drie dagen geleden wist ik wat ik daarmee bedoelde. Nu niet meer. Waarschijnlijk dat de roodbaars die desondanks bij eerdere confrontatie blijk gaf van eerlijke smaak, het moet afleggen tegen zijn warme neef. Lust in een stuk warme Surinaamse bloedworst drijft mij intussen de winkel van een Chinees echtpaar binnen. Bloedworst gaat als zilver over de toonbank, als goud in de mond.
Soms tref je ontdooide filet van R.S. Het moment om toe te slaan. Kans is groot dat daar nog het echte vel aan zit en daar wordt hij dan op gebakken: à la antiboise. Betekent dat ze het zo doen in Antibes. Drie sjalotten in ringen bakken in olijfolie. Glas Noilly Prat erbij. Scheut azijn. Inkoken. Peper en zout. Kop kippebouillon. Inkoken. In schilfers gesneden olijven (soort Calamata) en die ene zwart geroosterde en van schil ontdane paprika, die daardoor ook tersluiks iets eetbaars heeft gekregen, in dunne repen. Erbij. Crème fraîche erover, als u het al niet dacht. Inkoken. Vel van vis van enkele forse sneden voorzien. Peper en zout op de vis. Bakken in olijfolie en boter. Saus over vis. Vis links naast aardappel.
Ansicht van Suezkanaal rechts.