Suggestie van een personage

Niet zo lang geleden zat ik in een forumdiscussie met een van huis uit Roemeense schrijfster die zich de Nederlandse taal had eigengemaakt en zich klaarmaakte voor haar Nederlandse debuut. Ze was opgewekt en scherp, droeg een knalgeel mantelpakje en verbaasde zich over de neerslachtigheid in de Nederlandse literatuur, de passiviteit van de personages en de timide omvang van de dramatische verwikkelingen.

Elvis Peeters, Dinsdag, 17,50

Medium 9789057595158 elvis peeters nicole van bael dinsdag 178

‘Kijk naar de titels: Niemand in de stad, Boven is het stil, Alleen maar nette mensen, er gebeurt blijkbaar niets!’
Bij de eindejaarsoverzichten rond Kerst merkte een Volkskrant-critica al de opmars van de zwijgzame man op, het ruwe-bolster-blanke-pit-personage dat een hele berg emotionele bagage met zich mee torst, maar daar zo min mogelijk woorden aan vuil maakt. Ze noemde hoofdzakelijk Jan van Mersbergen bij naam, die met Naar de overkant van de nacht een van de best besproken boeken van 2011 schreef, een roman waarin de hoofdpersoon zo consequent zijn emoties probeert weg te drukken dat voor de lezer zijn weggestopte pijn steeds helderder in beeld komt. Veel zeggen met zo weinig mogelijk woorden, meende de critica, dat is toch zeker de grootste kunst? Je kunt ook de andere kant op redeneren. Dat iemand zwijgt kan soms ook gewoon betekenen dat hij niets te melden heeft. Soms kan de bedaagdheid ook een uitvlucht zijn van een schrijver die geen raad weet met uitzinnigheid, gekte, idiosyncrasie of welbespraaktheid (want laten we eerlijk zijn; vormen zwijgzame personages niet al decennia de - pardon - silent majority van de Nederlandse letteren?). Dat iemand ergens weinig woorden aan vuil maakt, wekt vaak juist de indruk enkel een maniertje te zijn. Bijvoorbeeld in dit soort zinnen, in Dinsdag, de nieuwe roman van Elvis Peeters: 'Hij herinnert zich hoe ze eerst geloofden dat ze van elkaar konden houden, hoe ze daarna geloofden dat ze echt van elkaar hielden, en hoe ze uiteindelijk werkelijk van elkaar hielden.’
Het moet in een notendop een hele liefdesgeschiedenis aftekenen. De 'hij’ (een oude man die vanuit zijn zolderkamer terugblikt op zijn leven, zijn naam wordt niet genoemd) staat cynisch tegenover de liefde met Erna, zijn voormalige lievelingsprostituee, maar langzaam vervaagt dat cynisme en blijkt de liefde ineens the real thing. Het bezwaar is dat deze gang van zaken gesuggereerd wordt, maar niet ingevuld. Als je verwacht dat de lezer iets moet gaan voelen voor het liefdespaar, dan zul je toch ook moeten laten zien hoe ze op elkaar reageren, naar elkaar toe groeien, hoe de een voor de ander onmisbaar wordt - nu krijgt Erna vijf bladzijden later kanker en nog eens drie later is ze overleden, een gebeurtenis die je als lezer nauwelijks aangrijpt, want Erna was niet een personage maar de suggestie van een personage.
Nu is Elvis Peeters qua thematiek een bijzonder geval (Elvis Peeters is overigens een duo, soort van, bestaande uit Elvis Peeters, performer & toneelschrijver, en Nicole van Bael). Apathie, tegenover liefde en geweld, is een terugkerend thema in zijn werk; een dergelijke stijl sluit daarbij aan. In 2009 publiceerde hij Wij, een heftige roman over het gebrek aan moraal van een groep adolescenten; in Dinsdag diept hij dat thema verder uit. Zijn hoofdpersoon heeft verkracht, een boerenmeisje op het Vlaamse platteland, later een non in Congo: 'Dat ik het was die haar kuisheid om zeep hielp, haar belofte’, hij heeft malafide handeltjes gepleegd ten koste van de mensen die hem een baan en een kans gaven, heeft in Congo gehoerd en gesnoerd, alles afgeschoten dat bewoog, van antilopen tot apen, en uiteindelijk ('Toen ik eenmaal een geweer had opgenomen, was het moeilijk het weer neer te leggen’) ook mensen, toen hij zich met overgave mengde in de uitbrekende burgeroorlog. Nergens geeft hij blijk van enige moraal, alsof hij het steeds niet gedaan heeft, maar een vreemde. 'Soms heeft hij het gevoel dat hij zichzelf bezig kan zien, dat hij zich uit zijn handelingen kan terugtrekken en van een afstand gadeslaan hoe alles verdergaat. Dat hij ziet hoe hij de tafel dekt, alles voor zich uit schikt.’
Dat gevoel had ik tijdens het lezen van Dinsdag ook; dat ik mezelf op de bank zag zitten, het boek voor mijn neus en van een afstandje dacht: jongeman, waarom lees je dit toch? Want hoe gecontroleerd Peeters ook schrijft, op een aangename losse, vlotte manier, je vraagt jezelf toch af waarom je je moet interesseren voor een boek waar nauwelijks een plot in zit die meer is dan een opsomming van toevallige gebeurtenissen, beleefd door een personage dat geen motivatie heeft voor zijn handelen en geen angst, geen berouw en geen euforie voelt.

ELVIS PEETERS
Dinsdag
Podium, 171 blz., € 17,50