25 februari 1920– 3 september 2012

Sun Myung Moon

De sekteleider van de ‘moonies’ wilde niet alleen Messias zijn. Zijn zending diende altijd een politiek doel. De anticommunistische dominee liet zijn aanhang werken in de wapenindustrie.

In de jaren zeventig doken ze voor het eerst in Nederland op: de volgelingen van de Zuid-Koreaanse predikant Moon, laatdunkend ‘moonies’ genoemd. Als sekteleider was de dominee niet de enige in zijn soort, maar zijn unique selling point waren de massahuwelijken waarmee hij wereldwijd de aandacht trok.

Zijn trouwste aanhangers hokten samen in woongemeenschappen met van hogerhand aangewezen toezichthouders. De meesten hadden zware wallen onder de ogen omdat ze maar enkele uren slaap per nacht kregen; de rest van de tijd moest er worden geworven voor de Verenigingskerk, zoals Moons Unification Church in Nederland heette. Ze werden geacht daarvoor alles opzij te zetten: hun contacten met familie en vrienden, hun werk en hun lidmaatschap van verenigingen.

Bij inbraken in zulke ‘Moon-huizen’ vonden sekte-bestrijders paperassen van de kerkleiding waarin slaaptekort en sociaal isolement werden aanbevolen als methoden om het voetvolk af te houden van opstandige gedachten. Het zijn in wezen hersenspoelingstechnieken die voor het eerst met succes door beide partijen in de Koreaanse oorlog (1950-1953) waren toegepast. En dat paste wonderwel bij andere gegevens uit die paperassen, met name het feit dat het tweede echelon van de kerk bestond uit functionarissen van de Zuid-Koreaanse inlichtingendienst kcia.

In 1975 kocht de Verenigingskerk het voormalige bio-vakantieoord in Bergen aan Zee, doopte het om tot ‘Huize Glory’ en hield er diensten en manifestaties. Niet veel later meldden zich in Nederland de eerste (doorgaans Amerikaanse) ‘deprogrammeurs’, psychologen met twee rechterhanden die tegen ruime vergoeding iemands kind uit een Moon-huis ontvoerden en hem of haar in de afzondering van een Drents vakantiepark hardhandig met beide benen op de grond probeerden te zetten.

Deskundigen hebben de Verenigingskerk altijd vergeleken met andere sekten of ‘alternatieve’ godsdiensten die in de jaren zestig en zeventig opkwamen, zoals Hare Krishna van de Indiase swami Prabhupada, Ron Hubbards Scientology-kerk en de Divine Light Mission van goeroe Maharaj Ji. De Verenigingskerk was inderdaad autoritair, messianistisch en gebaseerd op vergelijkbare wervings- en indoctrinatietechnieken. Maar er was een belangrijk verschil met de rest. De beweging van Sun Myung Moon was ten diepste politiek.

Zijn ‘theologie’ is een typisch Koreaanse, voor buitenstaanders vrijwel ondoorgrondelijke mix van taoïsme, confucianisme, christelijk verlossingsgeloof, anticommunisme en winstbejag. Het begon er al mee dat Moon in noordelijk Korea werd geboren als kind van confucianistische ouders die zich tot het presbyterianisme hadden bekeerd. Naar eigen zeggen kreeg hij op zijn zestiende een goddelijke openbaring die de aanzet was voor een eigen, synthetische leer. Na de oorlog werd het anticommunisme er letterlijk bij hem ingeslagen omdat het Noord-Koreaanse regime zijn prediking verbood en hem zwaar mishandelde.

Toen de Amerikanen in 1950 zijn strafkamp naderden, sloegen de bewakers op de vlucht. Moon maakte zich dankbaar uit de voeten naar het Zuiden waar hij zijn kerk stichtte en goede relaties opbouwde met het militaire regime. Zijn aanhang bleek zich niet enkel te lenen voor gebed, maar ook voor prozaïscher doeleinden zoals goedkope arbeid in de wapen­productie. Moon was al gauw een toonaangevende wapenfabrikant in Zuid-Korea. Het regime zag echter een andere, meer propagandistische rol voor hem weggelegd als pleitbezorger in de Verenigde Staten. Na hun verhuizing naar de VS in 1971 beleefden Moon en zijn vrouw Dr Hak Ja Han Moon hun grootste triomfen. De kerk wierf met succes volgelingen vanuit zijn centrum in het stadje Barrytown en de leiding bouwde een flink zakenimperium op. De Verenigingskerk domineerde zelfs enige tijd de markt voor tonijn via het bedrijf True World Foods Inc, nog altijd een grote leverancier van rauwe vis in de VS en Japan. Moon zelf maakte zich onmisbaar voor politici als Nixon en Reagan door grote bedragen aan hun campagnes te schenken en hun anticommunistische boodschap uit te dragen. Hij was bovendien eigenaar van het rechtse dagblad The Washington Times en het persbureau upi.

Over het intieme leven van de dominee gedurende al die jaren is vrijwel niets bekend. Hooguit kun je zeggen dat zijn leer getrouw zijn autobiografie weerspiegelde. Zijn huwelijk wordt in het kerkhandboek The Divine Principle omschreven als ‘de volmaakte vereniging’ van man en vrouw waar Christus door zijn kruisiging niet aan toe kwam; omdat Christus heeft gefaald, voltooiden de ‘Ware Ouders’ zijn missie. Moon heeft zichzelf bij herhaling tot Messias laten kronen, eenmaal zelfs in een commissiezaal van het Amerikaanse Congres, want zijn zending diende uiteindelijk altijd een politiek doel.

De wereld was volgens hem verdeeld in goed en kwaad waarbij de Sovjet-Unie als belichaming van de satan werd gezien en de VS als belichaming van het goede. De laatste 25 jaar kwam echter danig de klad in zijn Yin en Yang. Tegelijk met de Sovjet-Unie verdween de urgentie van het anticommunisme. Nadat Moon in de VS was veroordeeld wegens belastingontduiking keerde hij zich zelfs verbolgen van dat land af. In Japan werd hij ook al veroordeeld tot miljoenen schadevergoeding aan bestolen bejaarden en in Europese landen was hij persona non grata. Enig lichtpuntje in deze oprukkende duisternis was dat dominee in 2000 de anti-Nobelprijs, de zogenaamde Ignoble Nobel, kreeg. Voor economie, omdat hij de ‘massahuwelijksindustrie’ zo’n grote impuls had gegeven.

Moon zag de Sovjet-Unie als belichaming van de satan en de VS als belichaming van het goede