Superjoden naar haifa

Omdat Ajax nu al ruime afstand van Feyenoord heeft genomen, wil ik het eens hebben over het rabbinale toezicht. Zoals bekend is Ajax de jodenclub van Nederland. Het klinkt hard, wellicht leest u liever de joodse club van Nederland, maar met ‘joodse’ doe ik de realiteit geweld aan. Ajax is namelijk geen joodse club. Nederland heeft niet een joodse voetbalclub na het opheffen van Maccabi-voetbal. Ik vraag me zelfs af of er buiten superveteraan Sjaak Swart een joodse voetballer speelt bij Ajax. En toch is Ajax de jodenclub. Dat heeft Ajax te danken aan de supporters die ongestoord vanaf hun vaste plek in het stadion zingen dat ‘wij joden, joden, superjoden’ zijn. De blauw-witte Israelische vlag is hun tweede clubsymbool.

Niet zo verwonderlijk, maar net zo ergerlijk zijn de reacties van de supporters in hun kooi tegenover het vak met Ajax-supporters. Ik wil lezers die al moeite hebben met het voorgaande niet nog meer versjteren door de kreten van supporters van PSV, Sparta, Feyenoord of FC Utrecht hier letterlijk te citeren, maar in hun ogen is Ajax de jodenclub bij uitstek. En zo uiten zij zich ook zeer regelmatig. Nu heeft Ajax in Jaap van Praag jarenlang een joodse voorzitter gehad met een hoog Potasch- en Perlemoer-gehalte. Inmiddels is zijn zoon, zoon dus van een joodse vader maar zonder de ‘jiddisjkat’ van zijn vader, voorzitter. In het bestuur van junior zat Uri Coronel. En in de Arena zitten relatief veel joden, waaronder vrienden van Coronel die destijds uit sympathie een certificaat van de Arena hebben gekocht. Daarmee houdt het jood-zijn van Ajax op.
Waarom dan die associatie? Die hebben we te danken aan de supporters van Tottenham Hotspur die tijdens de Europa Cup-wedstrijd op 16 september 1981 tegen Ajax de Israelische vlag in het Olympisch Stadion introduceerden. Van hen namen de Ajax-supporters langzaam maar zeker de davidster en de Israelische vlag over als krijgssymbool van rood en wit.
Deze week speelt Ajax een Europa Cup-wedstrijd tegen Hapoel Haifa. Ik hoop dat de Israelische toeschouwers begrijpen dat zij voor een keer niet de joden zijn.