Superkatholiek

Wordt Wim Eijk de eerste Opus Dei-(bisschop van Nederland? Met zijn recente benoeming tot bisschop van Groningen staat de uiterst conservatieve organisatie weer volop in de belangstelling. Een( kerk in de kerk, met boetegordel en gesel.

IN DE GANG van het bezoekerscentrum naast de Onze Lieve Vrouwekerk aan de Amsterdamse Keizersgracht. Priester Graas opent de deur aan gene zijde van het op één plek geperforeerde tussenschot. ‘En dan hebben we hier het priestergedeelte. Uitgerust met luxe kuipstoel.’ Aan de wand achter het simpele met zwart nepleder beklede draaistoeltje hangt een vroom wandkleed, vervaardigd door nijvere kerkgangers ('Lam Gods, Heilige Geest’). De ruimte is niet groter dan drie vierkante meter. Aan de andere kant van het geperforeerde schot toonde hij even tevoren een gelijksoortige ruimte. Bestemd voor de leek, via een aparte deur toegankelijk. Hier geen zachtzittende draaistoel, maar een degelijk vierpotig exemplaar van hard plastic. Wel een wandkleed (bebaarde herder omhelst schaap) met een geborduurde tekst over zondigen in de ogen van de Heer.
Dit is niet zomaar een in tweeën gedeelde gangkast, dit is een biechtstoel. 'En niet zomaar een biechtstoel’, zegt priester Graas, 'maar een moderne biechtstoel.’ Beschilderd in frisse, heldere kleuren. Waarom zou je moeten biechten in een troosteloos, donker hok?
'Biechten is uit’, zegt priester Graas. Een slechte ontwikkeling, vindt hij, want het sacrament van boete en verzoening is uiterst belangrijk. Het inzien van je zondigheid en het vragen om vergeving zijn essentieel in het rooms-katholicisme. 'Dus zijn we in onze kerk een project begonnen om de biecht weer onder de aandacht van de gelovigen te brengen. Biechten 2000 hebben we het genoemd. Aan het eind van het millennium hopen we tweeduizend biechten te hebben afgenomen. Als het zover is, bieden we de paus tweeduizend rozen aan en een bedrag voor een door hem te kiezen armenproject.’ Hij overhandigt een foldertje met uitleg over hoe te biechten (eerst berouw tonen, dan je zonden belijden) en een gironummer voor de onvermijdelijke gift.
Priester Graas vervolgt de rondleiding door de kerkgebouwen. Vijftien jaar geleden huisden hier nog remonstrantse monniken. De paters zagen met lede ogen aan hoe het kerkbezoek terugliep, besloten zich niet aan te passen en moesten uiteindelijk wijken voor het antiklerikale geweld. Klooster en kerk - één van de eerste in neogotische stijl - werden verkocht aan Syrisch-orthodoxe christenen uit Turkije. Die verhuren de kerk tegenwoordig deels aan de katholieken. Graas: 'Over het algemeen kan ik hier aardig functioneren, al is het contact soms wat moeizaam. Wij zijn gewend in geval van lekkage of een haperende geluidsinstallatie snel actie te ondernemen. Daar denken zij wat anders over. En we kunnen niet alles inrichten zoals we het het liefst zouden willen.’ Graas wijst op het Syrische schrift dat hier en daar - overigens geflankeerd door degelijk kerklatijn - de bogen siert.
Achter in de Onze Lieve Vrouwekerk staat een tweede biechtstoel. Een ouderwetse, opgetrokken uit donker hout en doordesemd van mistroostigheid. 'Weet je wat van muziek, van rap enzo? Dan ken je E-life misschien. Die heeft rond deze biechtstoel een clip opgenomen. Die wordt uitgezonden door The Musicfactory’, zegt priester Graas trots. 'Ik had aanvankelijk mijn twijfels. Maar die jongens wilden zo graag. “Dit ís hem”, zeiden ze toen ze de biechtstoel zagen. En de producent beloofde me plechtig dat er tijdens de opnames geen wulpse dames door de kerk zouden dansen. Toen heb ik toestemming gegeven. En ik moet zeggen, ze hebben zich keurig gedragen. Geen dansende dames gezien.’
MUSICFACTORY, E-life, Biechten 2000. Al loopt hij rond in een traditioneel zwart priesterpak, hier is een priester aan het woord die klaar lijkt voor het derde millennium. En hij ís klaar, want de vriendelijke, zwartgerokte rector van de Onze Lieve Vrouwekerk in het Sodom van het Noorden behoort tot de voorhoede der pauselijke stoottroepen. Graas is priester van het Opus Dei, een organisatie binnen de rooms-katholieke kerk die naar Nederlandse maatstaven zo conservatief is, dat ze haast progressief is te noemen. Het Opus Dei ('Werk van God’) roeit koppig tegen de liberaal-katholieke stroom in. Ultra-orthodox, reactionair, bedreigend, noemen tegenstanders het Opus Dei. Rechtzinnig, zegt het Opus Dei zelf. Recht in de katholieke leer, niet ontvankelijk voor nieuwlichterij in de wereldkerk, strijdend voor een rooms reveil in de moreel afglijdende moderne samenleving.
Priester Graas: 'Bij ons heerst duidelijkheid van leer en worden moeilijke thema’s naar voren gebracht die bij andere priesters nauwelijks meer aan bod komen. Het sacrament van de biecht, de seksuele moraal. Het Opus Dei functioneert nadrukkelijk binnen de leer van de kerk en dan val je tegenwoordig op. Mensen willen onbezorgd leven en genieten, maar je kunt binnen het geloof niet om Christus’ kruis heen. En daarmee niet om het offer, de dood en het lijden. Veel geloof is verworden tot het hebben van een opinie over religieuze aangelegenheden. Ik heb de indruk dat veel priesters in hun drang zich aan te passen met het badwater helaas ook het kind hebben weggegooid. De kern van de zaak is verdwenen.’
MET DE RECENTE commotie rond de benoeming van Wim Eijk tot bisschop van Groningen kwam het Opus Dei weer (het was zeker niet de eerste keer) negatief in het nieuws. De katholieke kerkhistoricus Ton van Schaik belichtte in een serie van drie artikelen in het weekblad HN-magazine Eijks theologische denkwereld. Daarbij putte hij uit het traktaat dat Eijk de laatste jaren gebruikte bij zijn cursus moraaltheologie aan de priesterstudenten van de bisdommen Roermond en Den Bosch. Daaruit bleek volgens Van Schaik dat Eijk niet tegen de doodstraf is, twijfels heeft bij de oecumene, meent dat vaak sterk wordt overdreven wat de katholieken tijdens de oorlog de joden hadden aangedaan, sterk aan kerkelijke hiërarchie hangt, en homoseksualiteit beschouwt als een neurose die psychisch behandeld dient te worden. Van Schaiks conclusie loog er niet om. Monseigneur Eijk verkondigde tijdens zijn lessen aan de seminaries Rolduc en St. Janscentrum niet de leer van de rooms-katholieke kerk, maar 'die van een streng geselecteerd groepje Romeinse functionarissen’. Het was voor Van Schaik bovendien duidelijk welk groepje het betrof: het Opus Dei.
Van Schaik: 'Ik kan niet bewijzen dat hij lid is. Dat wordt geheimgehouden. Je loopt constant tegen muren op. Maar uit Eijks lessen spreekt een mentaliteit die verwant is aan die van het Opus Dei: contra-reformatorisch, sterk in de verdediging en tegelijkertijd sterk in de aanval tegen de moderne wereld. Zowel Eijk als het Opus Dei proberen de moderne wereld te doordringen van deze zogenaamde katholieke mentaliteit. Hun hele moraalopvatting en kijk op seksualiteit vertoont sterke verwantschappen. Het is geen toeval dat Eijk een lezing heeft gegeven in het Opus Dei-centrum Zonnewende in St. Moersgestel. Het Opus Dei heeft waarschijnlijk bij hem iets ontdekt dat bij ze past.’
Monseigneur Eijk heeft inmiddels publiekelijk zijn opvattingen verduidelijkt en de scherpe kantjes er vanaf gepraat. Hij heeft verzoeningsgesprekken gevoerd met de homobeweging in Groningen en met vertegenwoordigers van de joodse gemeenschap. Het Openbaar Ministerie besloot Eijk uiteindelijk niet te vervolgen, zoals de Groninger priester Herman Verbeek had gevraagd. Alles lijkt weer koek en ei. Maar op de suggestie dat hij betrekkingen zou onderhouden met het Opus Dei is Eijk nooit ingegaan.
In de ogen van velen zou het een uiterst kwalijke zaak zijn als de kersverse bisschop van Groningen lid zou zijn van het Opus Dei, of anderszins nauwe banden zou hebben met het puikje der pauselijke stoottroepen. Niet alleen omdat dat de rust in het Groningse bisdom, dat bekend staat om zijn liberale kerkelijke beleid, danig zou verstoren, maar vooral omdat allerminst vaststaat dat het Opus Dei de frisse, slechts spiritueel georiënteerde organisatie is die het zegt te zijn. Priester Herman Verbeek: 'Uit een kerk die zich verbindt met de praktijken van het Opus Dei lopen de gelovigen weg. Uiteindelijk blijven alleen de blinde godsdienstfanaten over. Het droesem in de wijnfles.’
Het Opus Dei werd in 1928 opgericht door Josemaria Escrivá, een priester van eenvoudige komaf die later in zijn leven adellijke titels aan zijn naam liet toevoegen. Goddelijke inspiratie deed hem zien dat de kerk een lekenorganisatie nodig had die de heiligheid nastreefde zonder in retraite te gaan, maar juist door zich midden in de wereld volledig te wijden aan hun beroep. Escrivá schreef enkele werken om de spiritualiteit van de organisatie body te geven. Niet elke theoloog neemt uitspraken serieus als: 'Het eerste blijk van je toewijding is dat je niet zo laf bent de vuile kleren van het Werk buiten te hangen.’ Escrivá stierf in 1975. Het Opus Dei had toen zestigduizend leden, maar geen adequate juridische status binnen de kerk.
MAAR IN DE huidige paus, Johannes Paulus II, jarenlang werkzaam in een priesterhuis van het Opus Dei, vond de organisatie een machtig bondgenoot. In 1982 verstrekte de paus Escrivá’s lekenschare door middel van de in enthousiaste taal gestelde apostolische constitutie Ut sit de status van 'persoonlijke prelatuur’. Het Opus Dei (volledige naam: Prelatuur van het Heilige Kruis en Opus Dei) werd een soort niet-geografisch begrensd bisdom. De prelatuur valt onder de Congregatie van Bisschoppen. Eens in de vijf jaar moet over de gang van zaken worden gerapporteerd aan de paus.
Het bondgenootschap met de paus legt het Opus Dei geen windeieren. De leken-leden blijken zich sterk aan de Opus Dei-priesters te binden, en die kunnen zich grotendeels aan de invloed van de niet-Opus Dei-bisschoppen onttrekken. Zo is, volgens critici, een kerk binnen de kerk ontstaan. Johannes Paulus II heeft uiteraard ook baat bij de verheffing van het Opus Dei tot persoonlijke prelatuur. De organisatie steunt ondubbelzinnig zijn conservatieve beleid, met name inzake seksualiteit en gezinspolitiek. Het Opus Dei recruteert gezagsgetrouwe, rechtzinnige priesters en blijft gelovigen aantrekken, in tegenstelling tot veel andere kerkelijke organisaties. Ware stoottroepen dus. Wereldwijd kent het Opus Dei nu zo'n tachtigduizend leden, waarvan vijftienhonderd priesters. De eerste helft van het decennium groeide het ledental met vijf procent. Elk jaar leidt het Opus Dei ongeveer honderd nieuwe priesters op en opent het wereldwijd veertig nieuwe spirituele centra. In Nederland telt de organisatie enkele honderden leden en bezit zij onder meer studentenhuizen, vormingscentra en een conferentiecentrum (Zonnewende). In twee steden, Amsterdam en Maastricht, wordt het studentenpastoraat (deels) uitgeoefend door een Opus Dei-priester. Escrivá is inmiddels (met pauselijke hulp, in een recordtijd) zalig verklaard.
EUGEN GRAAS, broer van de priester, is woordvoerder van het Opus Dei in Nederland. 'Wij beleven het katholieke geloof vanuit onze eigen geest. Het doel op aarde moet het navolgen zijn van Christus, van zo nabij mogelijk: het nastreven van de heiligheid in het dagelijks leven. “Wees volmaakt zoals uw Hemelse Vader volmaakt is”, zegt Christus. Leden van het Opus Dei zullen altijd proberen heel goede beroepslui te zijn. In je arbeid en je dagelijkse bezigheden ontplooien zich de talenten die de Heer ons heeft gegeven. Die moeten gebruikt worden, leert Christus ons. Je kunt in onze ogen niet een heel vroom mens zijn en er tegelijkertijd met de pet naar gooien op je werk.’
Niet iedereen kan lid worden van de prelatuur. De uiteindelijke toetreding vereist een langdurige 'rijping’. Eugen Graas: 'Het lidmaatschap van het Opus Dei is een christelijke roeping. Dat betekent dat God je op een of andere manier te verstaan geeft dat je ervoor geschapen bent. Dat houdt in dat het lidmaatschap je hele leven omvat. Het vereist een totale overgave, net als bij een huwelijk.’
Het Opus Dei recruteert haar leden met name onder academici, zo valt op te maken uit haar constitutie. De leken-leden zijn hiërarchisch georganiseerd. Bovenaan staan de mannelijke numerarii die celibatair leven en in Opus Dei-huizen wonen. Zij moeten een academische graad bezitten, of in staat zijn die te verwerven. Dat geldt ook voor de vrouwelijke numerarii, die strikt gescheiden worden gehouden van de mannen, tot in de kerkbanken aan toe. Zij staan onder de mannen en dienen te zorgen voor de leiding en de instandhouding van de mannelijke Opus Dei-centra.
Het hoge aantal academici - en dus invloedrijken - onder de leden, leidt tot hevige speculatie bij tegenstanders van de organisatie over de 'infiltratie’ van het Opus Dei in belangrijke sectoren van de samenleving. Daarbij wordt wel erg gemakkelijk verondersteld dat het Werk Gods uit is op wereldlijke macht, terwijl de organisatie dat zelf ten stelligste ontkent. Met een rapport van het Opus Dei uit 1979 werd olie op het vuur gegooid. Daaruit bleek dat Opus Dei-leden invloed hadden in 197 onderwijsinstellingen, 694 kranten en weekbladen, 52 televisie- en radiostations, 38 persbureaus en 12 filmbedrijven wereldwijd. In Spanje runt de organisatie twee universiteiten en een hogeschool. De Banco Popular zou aan het Opus Dei gelieerd zijn. Evenals een Noorse en een Zwitserse bank. Harde bewijzen ontbreken.
Ook in de politiek is het Opus Dei, volgens de critici, 'geïnfiltreerd’. Vooral in Zuid-Amerika zouden Opus Dei-leden invloedrijke posities in nationale regeringen bekleden. In Europa maakten sommigen zich zorgen over de Opus Dei-connecties van de gewezen Italiaanse Europarlementariër Carlo Casini. Met zijn anti-abortusstandpunt had hij echter weinig succes. Ook de nieuwe Eurocommissaris Loyola de Palacio werd beticht van Opus Dei-banden. Zij ontkende in alle toonaarden.
Eugen Graas: 'Ik heb het idee dat mensen veel meer achter het Opus Dei zoeken dan er in werkelijkheid te vinden is. Als mensen het Opus Dei veel macht toedichten, begrijpen ze één wezenlijk aspect niet. Wij zijn een geestelijk fenomeen, een geestelijk tankstation. Als je dat niet onder ogen wilt zien, dan kom je haast automatisch tot de conclusie dat er macht wordt uitgeoefend of geld wordt opgepot. De invloed die een lid in zijn baan uitoefent, komt volledig voor zijn of haar eigen verantwoording, niet voor die van de organisatie. Als een lid bij ABN/Amro werkt en een ander als journalist bij de Volkskrant, dan zijn er mensen die zeggen dat ABN/Amro en de Volkskrant in handen zijn van het Opus Dei. Dat is het omdraaien van de realiteit.’
MAAR HOE VERONGELIJKT het Opus Dei ook reageert op elke machtsspeculatie waarbij een lid is betrokken, soms laat de werkelijkheid weinig ruimte tot vluchten in spiritualiteit. In de tijd dat kerkhistoricus Ton van Schaik nog journalist was voor het conservatieve Katholiek Nieuwsblad, gebeurden er vreemde dingen op de redactie. Van Schaik: 'Het was in 1984. In Duitsland was toen groot verzet tegen het voornemen van de Keulse bisschop om het Opus Dei een eigen parochie te geven. Het KN schreef daarover. Dagelijks zat de hoofdredacteur, een ontzettend aardige vent, op zijn kamer te vergaderen met mensen van het Opus Dei. Het was duidelijk dat die hem op zijn zachtst gezegd probeerden te coachen. Ik vond dat het een schandelijke kant uitging. Toen ben ik opgestapt.’
Het Opus Dei dankt zijn bijnaam 'Octopus Dei’ aan enkele grote schandalen waarmee ze in verband werd gebracht. In 1973 zouden Spaanse ministers die lid waren van het Opus Dei via de financieringsmaatschappijen Sodotex en Matesa grote kapitalen (verkapt als exportsubsidies) het land uit geloodst hebben. Het geld kwam terecht op Opus Dei-rekeningen. In 1986 speelde het Opus Dei een opmerkelijke rol in het schandaal rond de louche Italiaanse Banco Ambrosiano van Roberto Calvi. De bank ging ten onder, maar had nog een schuld van 250 miljoen dollar bij het Vaticaan. Het Opus Dei, zo verklaarde Calvi’s zoon in een interview, zou in vergaande onderhandelingen zijn geweest met de Banco Ambrosiano om die schuld over te nemen. In ruil voor een grotere invloed in de politieke kringen van het Vaticaan. Vlak voor de deal gesloten kon worden, werd Roberto Calvi dood aangetroffen, bungelend aan een Londense brug. Het Opus Dei heeft altijd ontkend in beide schandalen een rol te hebben gespeeld.
Ook de 'sektarische’ aspecten waarvan het Opus Dei op gezette tijden wordt beschuldigd doen immer veel stof opwaaien. Het Opus Dei is per definitie geen sekte, omdat de organisatie is geautoriseerd door de kerk. Maar een aantal praktijken waaraan de leden worden onderworpen geeft te denken.
CLAIRE FEIJ WOONDE net in Amsterdam toen ze aanklopte bij de Onze Lieve Vrouwekerk. Ze voelde zich verloren in de grote stad en had behoefte aan wat houvast. In de kerk werd ze aangesproken door een meisje dat lid bleek te zijn van het Opus Dei. Het was haar eerste ervaring met de organisatie. Nu, na zeven jaar aangetrokken te zijn geweest tot het gedachtengoed (zonder overigens lid te zijn), heeft ze afstand genomen van het Opus Dei.
Claire: 'Er wordt heel veel nadruk gelegd op het biechten. Ik kreeg het gevoel dat mijn geweten door ze geannexeerd werd. Ik ging steeds meer vertellen. Ook zaken die helemaal niet zondig waren. Ze vonden dat je iedere week moest biechten. Het werd te beklemmend. Ik had het idee dat het jaren-vijftigkatholicisme bij hen nog voortleefde, al ontkennen ze dat ten stelligste. Het misleidende is dat ze zeggen dat ze midden in de wereld staan, terwijl het net monniken en nonnen zijn zonder pij. Dat Opus Dei-meisje mocht niet mee naar de film, niet naar het theater en ze mocht niet lezen wat ze wilde. Ik vond dat de leden er bijliepen alsof ze een enorme last meetorsten.
Als je eruit stapt, blijven ze met je bezig. Dat is beleid, vertelde een lid me. Ze bellen je om de zoveel tijd op om je eraan te herinneren dat je weer terug kunt komen. Mijn man en ik kwamen er steeds meer achter dat het Opus Dei in feite een bedrijf is dat grossiert in zielen. Het hoort bij hun apostolische taak om mensen te werven. “Vissen” noemen ze dat. Dat ze op zielen trappen en te veel druk zetten op geestelijk gebied, dat zien ze niet.’
Niet alleen het veelvuldige biechten, ook het zware dagschema put de leden uit. Er wordt heel veel gebeden en gemediteerd, voornamelijk voor en na een zware werkdag. Want een Opus Dei-lid wordt geacht zich te heiligen in zijn werk. Bovendien hebben de leden elke week een gesprek met 'de plaatselijk leider, zodat een betere apostolische activiteit kan worden georganiseerd en gestimuleerd’. In dat gesprek komen de meest intieme details aan de orde. Zonder biechtgeheim.
Ook Nina Donker kwam in de Onze Lieve Vrouwekerk terecht toen ze wat minder stevig in haar schoenen stond, en ook zij had aanvankelijk geen idee dat ze met het Opus Dei te maken had, totdat een meisje dat al drie jaar lid was het haar vertelde.
Nina: 'Ik ben me wild geschrokken. Vanuit de linkse homobeweging kwam ik terecht bij zo'n beetje de meest rechtse, conservatieve katholieke organisatie. Mijn eerste biecht duurde lang en deed pijn. Ik heb me helemaal blootgegeven. Aan de ene kant voelde dat heel bevrijdend, maar ik voelde me ook heel angstig en bedreigd. Dat was een heel moeilijke positie. Mijn homoseksualiteit kwam al meteen ter sprake. Een Italiaanse Opus-priester vond dat ik naar een psycholoog moest gaan. Hij raadde Van den Aardweg aan, die creep die homoseksualiteit als een ziekte ziet.
Je wordt binnen het Opus Dei behandeld naar het Eijk-model. Al had ik het gewild, als homoseksueel kun je geen lid worden van het Opus Dei. Al had ik me eigenhandig aan het kruis genageld. Als homo ga je tegen de wil van God in. Ik werd verliefd op een meisje, maar ze werd bij me weggehouden. Nu is ze overgeplaatst. Ik kreeg een telefoontje van een van de meisjes dat ik ervoor zou boeten als ik iets naar buiten zou brengen. Ik wil niets meer met dat Opus Dei te maken hebben.’
WAAR ZOWEL CLAIRE als Nina van gruwden, was de lichamelijke versterving die de leden als boetedoening praktizeerden. Met name het gebruik van de boetegordel en de gesel kwam ze vreemd voor. De boetegordel is een ketting met stompe pinnen die om het bovenbeen wordt gesnoerd en een periode van de dag wordt gedragen. Claire: 'Niet op zon- en feestdagen, zeiden ze. Kun je het je voorstellen? Dat is toch niet meer van deze tijd? Dat ding doet pijn en veroorzaakt bloeduitstortingen.’
De gesel is een klein zweepje van touw, zonder scherpe aanhangsels. Daarmee wordt het bovenbeen of het achterwerk onderhanden genomen. Nina: 'Ik hoorde Suzan zich een keer ranselen toen ik haar aan de telefoon had. Dat vinden ze super, dat ze dat doen voor God. Ze hebben kenmerken van een sekte. Ze vinden zichzelf de uitverkorenen, superkatholieken. En ze houden alles wat er in hun club gebeurt geheim, tot het lidmaatschap aan toe.’
Eugen Graas: 'Ik heb de indruk dat deze krenten uit de pap worden gehaald en flink worden uitvergroot. De boetegordel en de gesel veroorzaken bij mij geen wonden. In de westerse wereld is de versterving in onbruik geraakt. Degenen die welvaartskatholicisme preken, zien er helemaal niets in. Voor hen is een Opus Dei-lid die de boetegordel gebruikt een klap in het gezicht. Hij houdt de welvaartskatholiek een spiegel voor. Wie weg wil, kan weg. De stichter heeft gezegd: de deur om binnen te komen staat op een kier, maar de deur om weg te gaan staat wijd open. Ik ga nog steeds om met mensen die ons verlaten hebben. Even goede vrienden. Er is geen geheimzinnigheid. Hoe zou je de katholieke geest kunnen uitdragen in je omgeving als niet bekend mag zijn dat je lid bent van het Opus Dei? Ik kan mijn hand ervoor in het vuur steken dat Eijk geen lid is van het Opus Dei.’
OF WORDT MONSEIGNEUR Wim Eijk, reeds tot bisschop benoemd - op 6 november wordt hij gewijd - toch de eerste Opus Dei-bisschop van Nederland?
Naar een eventueel lidmaatschap van de organisatie is hem nooit door journalisten gevraagd, bevestigt de woordvoerder van het bisdom Groningen. 'Maar op die vraag krijgt u geen antwoord’, zegt hij. 'Het Opus Dei heeft ons aangegeven dat het er geen prijs op stelt dat namen van leden naar buiten worden gebracht. Daar houden wij ons aan.’
Van leden? Maar een woordvoerder van het Opus Dei zegt dat Eijk géén lid is.
'Wij doen daar geen uitspraak over. Dat hebben we zo afgesproken.’
Mag ik dan concluderen dat monseigneur Eijk lid is, maar daar niet mee te koop wil lopen?
'Dat is voor uw rekening. Meer kan ik er echt niet over zeggen. We hebben nu eenmaal een afspraak.’