Supermarkten bewijzen dat Thai niet achterlijk zijn

Bangkok – Grootmoeder Ping zit niet meer in de opening van haar Chinese kruidenierswinkel. De verveloze, shop-brede harmonicadeur blijft dicht. De donkere zaak – tot aan het plafond volgestopt met pakken rijst, potten kruiden, dozen wasmiddel, rotan vegers en glazen flesjes prik – was de laatste in zijn soort in Bangkoks aloude woonwijk Saladaeng.

Oma stamt af van arme Chinese immigranten. Kleine handelaren, die begin 1900 succesvolle middenstanders bleken. ‘Toch verdiende ze de laatste jaren nauwelijks de kost’, zegt haar neef. ‘Ze bleef het proberen. Laatst nog met spotgoedkope extra-small condooms. Maar Thai lopen niet meer bij de Chinees naar binnen. Daarom heeft ze het pand nu verkocht. Aan de 7-Eleven.’

Nieuw geopende, lichte buurtsupers van 7-Eleven brengen de laatste slagen toe aan traditionele Chinese kruideniers, mobiele straatventers en eetstalletjes. Ze zijn klein. Vaak niet groter dan een garagebox. Maar met een ongeëvenaard assortiment van snacks en drank – van rijstburgers tot Van Houten-repen, van doeriansap tot whisky – en naar het lijkt alles wat de moderne passant nodig kan hebben: naald en garen, make-up, paraplu’s, wegwerpslips, telefoonkaarten, offerandes voor bedelmonniken, vliegtickets en condooms. In alle maten.

De eerste 7-Eleven opent in 1989. In 2015 zijn er zevenduizend winkels, die in weerwil van de eigen naam 24 uur per dag open zijn. Een lokale journalist concludeert: ‘In downtown Bangkok kun je vanuit elke 7-Eleven een andere zien.’ Nu – in de week dat grootmoeder Ping stopt – kan de directie de groei niet meer bijbenen: ze annuleert de grand opening van nummer 10.000, omdat de teller opeens al op 10.007 staat.

De winkelketen trekt per dag zestien miljoen klanten. Dat zijn er snel meer, nu ook het grote rurale landsdeel Isaan wordt veroverd. Een burgemeester in grensprovincie Amnat Charoen noemt een 7-Eleven aan de hoofdweg langs haar boerendorp het begin van een nieuwe tijd. ‘Het bewijst dat we niet achterlijk zijn. Met die winkel voelt het vertrouwder deze kant op te komen. Kunnen wij ook eindelijk van het toerisme profiteren.’

Wat veel Thai niet beseffen is dat ze bij elke 7-Eleven eigenlijk nog bij de Chinees binnen lopen. De Thaise tak van het van oorsprong Japanse 7-Eleven is in handen van ’s lands rijkste zakenman – net als oma Ping een nazaat van een gelukzoekende Chinese immigrant. ‘Je kunt niet om ons heen’, zegt grootmoeders neef trots.