Supersonische kinderziekten

Noorwegen gaat zes Joint Strike Fighters kopen, omdat ‘dit toestel het best beantwoordt aan de toekomstige operationele eisen’, zegt het Noorse ministerie van Defensie. Als de aankoop bevalt zullen er nog 46 bij komen. Dat is vorige week in Oslo bekendgemaakt. Arme Noren, ben je geneigd te denken. Maar waarom? Laten we ons oordeel nog even uitstellen.

Nederland heeft nu ongeveer tien jaar ervaring met de JSF. Eerst wilden we er 85 hebben, daarna nog maar 35. In ruil voor de bestelling mogen we meedoen met de ontwikkeling van het wondervliegtuig, wat weer goed is voor onze kenniseconomie. Tot dusver hebben we er ongeveer een miljard in geïnvesteerd. Nadat het twintigduizend maal is getest zijn de kinderziekten nog niet overwonnen. Deskundigen schatten nu dat het eerste vliegtuig omstreeks 2020 operationeel zal zijn.

De JSF is langzamerhand niet meer een vliegtuig maar een complex van problemen. Globaal bekeken valt het in twee delen uiteen. Het eerste is het technische. De voorganger van de JSF, de F16, raakte verouderd en moest vervangen worden. Eerzuchtige ontwerpers kwamen op het idee het onkwetsbare supergevechtsvliegtuig te bouwen. Natuurlijk. Dat is altijd hun ambitie geweest. En zoals dat dan gaat: terwijl de constructie vorderde bleek dat ze zichzelf hadden overschat.

Zo gaat het heel vaak met grote projecten. Kijk naar de vernieuwing van de Amsterdamse musea, de bouw van de tunnel onder het Groene Hart, de Noord/Zuidlijn. In de eerste fase worden ook de sceptici in de algemene geestdrift meegesleurd. Na een paar jaar wordt het point of no return bereikt. Dan kunnen er twee dingen gebeuren. Ofwel het project wordt voltooid en blijkt geslaagd te zijn. Iedereen blij en over die verkeerde schattingen wordt niet meer gezeurd. Voorbeelden: het Stedelijk en het Rijksmuseum. Ofwel de autoriteiten blijven aanmodderen tot het project een stille dood sterft, en niemand is verantwoordelijk.

Wordt de JSF de kostbaarste mislukking uit de militaire geschiedenis? Op dit gebied zijn er meer voorbeelden. De Maginot Linie, het gigantische verdedigingswerk van beton en staal dat Frankrijk onkwetsbaar moest maken en dat meer dan zeventig jaar geleden binnen een paar maanden door Hitlers Blitzkrieg tot een overjarige ruïne werd gereduceerd. Je kunt hier en daar de resten nog bezichtigen. In 1940 bleek dat de oorlog een nieuwe gedaante had gekregen. Daarna hebben vijf jaar lang enorme legers slag geleverd, zijn tientallen steden tot puin gebombardeerd.

Zo komen we aan het tweede deel van dit problemencomplex. De Noren lijken alles te weten van de ‘toekomstige operationele eisen’. Met andere woorden, ze weten hoe de oorlog omstreeks 2020 gevoerd zal worden. Daar laten ze zich in Oslo verder niet over uit. Maar laten we afgaan op onze eigen ervaringen. Feitelijk is op 11 september 2001 weer een nieuw soort oorlog begonnen. Het Westen had al ervaringen met terreur maar daaruit geen grondige lering getrokken. Ook de regering van president George W. Bush reageerde op een ouderwetse manier, eerst met grootscheepse bombardementen op het Tora Bora-gebergte in Afghanistan, dat een bolwerk van de terreur zou zijn, en vervolgens met de oorlog tegen Saddam Hoessein. In deze twaalf jaar hebben honderdduizenden mensen het leven verloren, zijn er onvoorstelbare kapitalen uitgegeven en zijn die oorlogen mislukt.

De oorlogsdreiging in de regio is niet geweken. In Libië heeft het Westen vanuit de lucht ingegrepen, met ouderwetse straalvliegtuigen. De JSF had het er niet beter afgebracht. In Syrië zijn Assad en de opstandelingen nu een jaar of twee bezig hun land te verwoesten en het Westen denkt niet serieus aan ingrijpen. Zou het anders zijn geweest als we de JSF hadden gehad? Nee. In de nieuwe oorlog heeft ook de modernste straaljager geen functie. De strijd wordt gevoerd door guerrilla’s met autobommen, bermbommen, zelfmoordcommando’s.

De diepste oorzaak van deze westelijke afzijdigheid is tweeledig: het electoraat heeft er geen zin meer in en door de crisis ontbreekt het aan de middelen. Overigens blijft Amerika wel op een nieuwe manier bij de hele en halve oorlogen betrokken. De drones zijn intussen een omstreden maar gebruikelijk wapen. En dan is de cyberoorlog tot ontwikkeling gekomen. We moeten ons ook voorbereiden op een cyber-Pearl Harbor, zei de voormalige Amerikaanse minister van Defensie Leon Panetta. Een technisch wonder als de JSF wordt iedere dag ouderwetser.

Blijft de vraag waarom een aantal regeringen er hardnekkig aan vast blijft houden. In 1976 is in Engeland een boek verschenen, On the Psychology of Military Incompetence van de hoogleraar psychologie Norman Dixon. Het is een catalogus van oorzaken die in de afgelopen eeuw tot militaire catastrofes hebben geleid. Het blijft geldig. De verantwoordelijke ministers in Den Haag mogen mijn exemplaar lenen.