Superterrorisme

HET LAND VAN de onbegrensde samenzweringen heeft een nieuwe vijand ontdekt: het superterrorisme. Naar verluidt koesteren ‘bandietstaten’, internationale terroristen en misdaadbendes vergevorderde plannen om de Verenigde Staten met nucleaire, chemische of biologische wapens te bestoken of zijn computersystemen te ontregelen door middel van cyber attacks. Het is niet de vraag óf het gebeurt, maar wanneer, aldus minister van Defensie William Cohen. In een radiotoespraak begin januari zei president Clinton dat een aanslag met massavernietigingswapens op Amerikaans grondgebied elk ogenblik kan plaatsvinden en dat de bevolking zich mentaal moet voorbereiden.

Functionarissen en wetenschappers vertellen in journaals en praatprogramma’s hoe makkelijk het is voor terroristen om de hand te leggen op strijdgassen, kwaadsappige microben en overgeschoten splijtstofpartijen. De media haken er gretig op in en de nieuwsgroepen op Internet doen de rest. Het gevaar loert overal en de speculaties zijn niet aan te slepen. Zo gaat het gerucht dat de Aum Shinrikyo-sekte na de gifgasaanval in 1995 op de ondergrondse van Tokio ternauwernood kon worden weerhouden van een soortgelijke aanslag in de binnenste cirkel van het Amerikaanse universum, het pretpark Disneyland in Californië. En heeft de Russische generaal en voormalige veiligheidsadviseur Alexander Lebed niet onthuld dat Moskou tachtig koffertjes met draagbare atoombommen kwijt is? Eén suitcase nuke is voldoende om Washington in de as te leggen, één ampul met sarin volstaat om Mickey en Donald naar de andere wereld te helpen. En de klok tikt! De superterrorism scare is het troetelkindje van de president. Sinds het begin van zijn eerste ambtstermijn - om precies te zijn sinds 26 februari 1993, toen islamisten de garage van het Wereldhandelscentrum in New York opbliezen - hamert Clinton op de kwetsbaarheid van de Amerikaanse samenleving voor onconventioneel terrorisme. Sinds een jaar of twee voegt hij ook de cyber war aan het rijtje bedreigingen toe. Voor een president die gedurende zes jaar niet de geringste visie op het gebied van de buitenlandse politiek aan de dag legde, is de hardnekkigheid waarmee hij dit thema aan de orde stelt verbazingwekkend. Komt het misschien doordat het thema zich bij uitstek leent voor retorische doortastendheid? ‘Nu de eenentwintigste eeuw naderbij komt, hebben onze vijanden het slagveld uitgebreid - van de fysieke ruimte naar de virtuele ruimte, en van ’s(werelds reusachtige waterlichamen naar de complexe samenstelling van het menselijk lichaam’, zei Clinton vorig jaar in een toespraak tot marinekadetten: 'In plaats van onze stranden te bestormen of bommenwerpers te sturen, zullen de tegenstanders virtuele aanvallen op onze militaire systemen en onze economische bases uitvoeren. Of ze zullen handzame en goedkope massavernietigingswapens gebruiken. In toenemende mate werken terroristen en criminelen samen en worden ze ondersteund door vijandige naties.’ Clinton doet regelmatig zulke uitspraken waarin alle topoi van technologie-angst terugkeren: de 21ste eeuw, de 'virtuele ruimte’, de ongrijpbaarheid van het kwaad. BIJ GEBREK AAN beter zou je dit de 'Clinton-doctrine’ kunnen noemen, ware het niet dat zijn stelling elke werkelijkheidszin ontbeert. Alle onderzoeken naar het moderne terrorisme wijzen uit dat groeperingen alleen met medewerking van overheden in staat zijn om abc-wapens te verwerven, transporteren en gebruiken. En die overheden zouden wel gek zijn om aan een aanslag op de VS mee te werken, omdat de vergelding vele malen verwoestender zou zijn dan het effect van de aanslag. Het is juist de dreiging zelf die het meeste effect sorteert. Als het bedreigde land zich gedwongen ziet fondsen te reserveren en de vrijheid van zijn inwoners te beperken ten behoeve van een illusoire bescherming, is dat een overwinning op zichzelf. Dit effect wordt door Clintons obsessie nog versterkt. In 1995 kondigde hij reeds een verhoogde staat van paraatheid bij alle veiligheidsdiensten af en sinds 22 mei vorig jaar zijn de remmen helemaal los. Op die dag tekende hij twee Presidentiële Aanwijzingen die de bestrijding van aanvallen met massavernietigingswapens tot nationale prioriteit verheffen. De afstemming van het beleid werd in handen gelegd van een Nationale Coördinator. Na Clintons recente radiotoespraak heeft de paniek ook bij de lagere echelons toegeslagen. Brandweerkorpsen krijgen de beschikking over snuffelwagens en ambulancepersoneel hijst zich in beschermende pakken. De nationale voorraad antibiotica en vaccins tegen miltvuur, pokken en botuline wordt drastisch uitgebreid en het voltallige defensiepersoneel wordt ingeënt met een cocktail van epidemische reageerbuisziekten. In tien deelstaten oefent de Nationale Garde reeds op de detectie van gevaarlijke gassen, bacteriën en virussen, ontsmetting van gebouwen en voertuigen, eerste-hulpverlening, evacuatie van steden, afgrendeling van besmette gebieden en herstel van orde en infrastructuur in de eerste uren na een aanslag. Om het hoofd te bieden aan cyber attacks worden computerexperts opgeleid, die binnenkort samen met personeel van de FBI en andere overheidsdiensten worden ondergebracht in een zogeheten Cyber Corps. Dit korps, waarvoor anderhalf miljard dollar wordt gereserveerd, moet de beveiliging van computercircuits en de opsporing van hackers ter hand nemen. Als alle uitstaande plannen en programma’s voor preventie, bestrijding en opsporing van de diverse vormen van superterrorisme worden verwezenlijkt, gaat dit de Amerikaanse staat de komende jaren tientallen miljarden kosten. Een belangrijke component van het anti-terreurbeleid bestaat uit nieuwe wetgeving voor de digitale snelweg. Woordvoerders van FBI, CIA en de elektronische afluisterdienst NSA vragen om wettelijke middelen om de inhoud van computerbestanden, websites en elektronisch dataverkeer te controleren. Het verbod op de export van zware encryptieprogramma’s (waarmee bestanden voor derden onleesbaar kunnen worden gemaakt) blijft gehandhaafd ondanks felle protesten van de industrie en de krachtige Amerikaanse lobby voor digitale burgerrechten. De veiligheidsdiensten willen afdwingen dat de sleutel voor elke code voortaan ter beschikking van de overheid wordt gesteld. 'Ordehandhavers zijn unaniem van mening dat de verspreiding van krachtige encryptie het onmogelijk maakt om misdaad en terrorisme te bestrijden’, zei FBI-directeur Louis Freeh eind januari in een hoorzitting: 'Onbreekbare encryptie zal drug lords, terroristen en gewelddadige bendes in staat stellen straffeloos te communiceren en de elektronisch opgeslagen bewijzen van hun misdaden aan onderzoek te onttrekken.’ De xenofobe ondertoon in dit alles is onmiskenbaar. In maart vorig jaar hielden tientallen veiligheidsdiensten een gezamenlijke oefening waarbij een biologische aanval op het zuidwesten van de Verenigde Staten werd gesimuleerd. Volgens het scenario was langs de Amerikaans-Mexicaanse grens - al jaren het terrein van een hardnekkig kat-en-muisspel tussen douane en illegale Latijns-Amerikaanse migranten - een epidemie uitgebroken van het gevreesde Marburgvirus dat door terroristen over de grens was gesmokkeld. Een andere oefening, waarin Amerikanen van Arabische komaf zich leenden voor het binnensmokkelen van een primitief atoomwapen uit het Midden-Oosten, werd na protest van de betrokken bevolkingsgroep afgeblazen. Het superterrorisme is koren op de molen van blanke conservatieven die het buitenland beschouwen als één grote sloppenwijk vol ongeschoren bommengooiers, gemankeerde ingenieurs en godsdienstwaanzinnigen voor wie een mensenleven niet telt. Volgens de republikeinse senator Dick Lugar bijvoorbeeld wemelt de wereld van 'fanatici, gefrustreerde groepjes en splintergroeperingen die allemaal toegang tot massavernietigingswapens hebben’. HET WORDT HOOG tijd voor een reality check, menen diverse Amerikaanse deskundigen en groeperingen voor burgerrechten. 'Deze dreiging heeft altijd bestaan en zal altijd blijven bestaan’, zegt Kit Gage, woordvoerster van de Nationale Coalitie voor Bescherming van de Politieke Vrijheid, 'maar het risico neemt niet toe. De frequentie van terroristische aanslagen op de Verenigde Staten neemt zelfs af. Het huidige beleid schept een nieuwe veiligheidsbureaucratie zoals we die kenden tijdens de Koude Oorlog, inclusief een nieuwe vorm van McCarthyisme. Het criminaliseert hele groepen, zoals migranten en burgers met afwijkende politieke opvattingen, en het criminaliseert middelen, zoals het Internet en e-mail. En het is uiteindelijk contra-productief, omdat een bureaucratie alleen maar in zijn eigen voortbestaan geïnteresseerd is. De FBI had bijvoorbeeld de aanslag op het Wereldhandelscentrum kunnen voorkomen. Ze hielden de betreffende groepering in het oog en hadden haar zelfs geïnfiltreerd, maar ze hadden het zo druk met observeren en in kaart brengen van alle connecties dat ze vergaten de aanslag te verijdelen.’ De stelling van Gage dat het risico op terroristische aanslagen niet is toegenomen, wordt ondersteund door gegevens van haar eigen overheid. In de meeste toespraken en rapporten over superterrorisme ontbreken die gegevens dan ook, want ze zouden het publiek onmiddellijk doen twijfelen aan de noodzaak van al die nieuwe maatregelen en budgetten. De statistieken van de FBI tonen een gestage daling van terroristische incidenten op Amerikaans grondgebied in de jaren negentig en een sterke daling in vergelijking met de jaren tachtig. De jaarlijkse rapportage van het ministerie van Defensie, Patterns of Global Terrorism, concludeert zelfs dat in de hele wereld 'het aantal terroristische incidenten de laatste jaren is gedaald en dat terroristen vaker worden gearresteerd en berecht’. Bovendien wijst een optelsom uit dat praktisch alle aanslagen met nucleaire, chemische en biologische wapens op Amerikaans grondgebied worden gepleegd door gekken van eigen bodem. Een overzicht van deze incidenten sinds 1960, opgesteld door het Nonproliferatie-Centrum van het Instituut voor Internationale Studiën van Monterey, komt tot een totaal van 55 aanslagen, waarvan er welgeteld vier van buitenlandse origine waren. Het ernstigste van deze vier gevallen deed zich voor in 1976, toen een ambtenaar van de posterijen een bombrief met gifgas ontdekte die vermoedelijk vanuit een Arabisch land was verzonden. In de jaren tachtig ontvingen Amerikaanse instanties tweemaal tips over door Tamil Tijgers vergiftigde theezakjes, maar het bleek loos alarm. In 1989 ten slotte troffen douaniers 0,0003 milligram cyaankali aan in twee Srilankese druiven. De rest van de partij bleek zuiver op de graat. De overige 51 aanslagen kwamen voor rekening van Amerikaanse neo-nazi’s, anti-abortusactivisten en (andere) dwaallichten. Een tweede kenmerk van de meeste alarmerende verklaringen is het ontbreken van een serieuze analyse. Ook dat heeft zijn redenen. De sprekers - de president voorop - wijten de internationale agressie tegen de Verenigde Staten aan jaloezie en irrationele haat. Hun land staat voor democratie, vrijheid en economisch succes en lokt dus agressie uit van minderbedeelden en fanatici uit alle windstreken. In de zomer van 1997 boog een wetenschappelijk panel van het Pentagon zich over de oorzaken van de 'transnationale bedreigingen’ en kwam tot de conclusie dat louter de aanwezigheid van de Amerikanen op talloze plaatsen in de wereld genoeg was om aanvallen uit te lokken. DE POLITICOLOOG Ivan Eland van het libertaire Cato Institute (de enige grote denktank die niet aan de defensie-industrie gelieerd is) besloot deze historische gegevens eens op een rijtje te zetten. Hij kwam tot een andere conclusie: 'De Verenigde Staten worden niet aangevallen om wat ze zijn, maar om wat ze doen. Er is een rechtstreeks verband tussen de buitenlandse interventies van de VS en terroristische reacties van de kant van de slachtoffers.’ De politicoloog Edward Herman, die samen met Noam Chomsky en de marxistische historicus Howard Zinni regelmatig publiceert over de excessen van de Amerikaanse buitenlandse politiek, uit zich nog krasser. Herman: 'Mijn land zet biologische wapens in tegen derdewereldlanden. Sinds een maand is de Iraakse veestapel in hoog tempo aan het uitsterven door mond-en-klauwzeer. Het enige laboratorium dat een vaccin kon aanmaken is in 1993 op aandringen van de VS door Unscom gesloten omdat het mogelijkerwijs in staat was biologische wapens te produceren. Is dat soms geen biologische oorlogvoering? De waarheid achter alle ophef over terrorisme is dat de VS een bange reus is die voortdurend op zijn hoede moet zijn voor alle mensen die hij vertrapt.’