Supervisor ontzamelen Wereldmuseum schond zelf de regels

Een maand geleden verscheen in De Groene een verhaal over de uitverkoop van de collectie van het Wereldmuseum in Rotterdam. Jan Laan, de man die moet waken over rechtmatig ontzamelen van de collectie, blijkt in 2011 de regels voor afstoten van museumbezit zelf ernstig te hebben geschonden.

Medium wm5

Laan (78) is voorzitter van de ‘Toetsingscommissie ontzamelen’ die momenteel bekijkt of de grootschalige ontzameloperatie van het Wereldmuseum volgens de regels verloopt. Hij is tevens voorzitter van de raad van toezicht van het Museum Gouda, dat drie jaar geleden grote ophef veroorzaakte met de verkoop van het schilderij The Schoolboys van Marlene Dumas. Bij die verkoop werd de zogeheten LAMO-richtlijn (Leidraad Afstoting Museale Objecten) doelbewust aan de kant geschoven om het Goudse museum van een faillissement te redden. Het schilderij verdween voor 1,2 miljoen naar een onbekende koper in het buitenland. Schilderes Dumas was ‘ontzet’ dat ze niet was gekend in de verkoop. De Nederlandse Museumvereniging wilde het Museum Gouda in september 2011 vanwege de verkoop royeren (303 stemmen vóór, 106 tegen). Op de valreep werd dit royementsbesluit twee maanden later weer teruggedraaid en bleef het bij officiële ‘afkeuring’. Het Goudse museum verdedigde zich indertijd door te stellen dat ‘de LAMO niet is toegesneden op de nijpende omstandigheden waarin het museum verkeerde’. De affaire vormde de aanleiding voor een aanscherping van de LAMO, die overigens nog niet operationeel is.

Volgens Laan staat zijn verleden in Gouda het voorzitterschap van de Toetsingscommissie ‘absoluut niet in de weg’. Laan: ‘En ik wil ook niet dat u hier nu een groot verhaal over maakt. Ik wil uitdrukkelijk stipuleren dat de Goudse geschiedenis los blijft van wat ik nu in Rotterdam doe!’ Volgens Laan ‘zijn het twee totaal verschillende situaties waar je naar moet handelen als bestuur. Het is nogal een verschil of je een aantal musea hebt in een stad zoals Rotterdam, of maar één museum aan de rand van de afgrond in een stad met de artikel-12-status zoals Gouda’. Laan was in de jaren tachtig wethouder in Rotterdam en in de jaren negentig burgemeester van Nieuwegein. In 2000 werd hij directeur van ROM-Rijnmond, een inmiddels beëindigd samenwerkingsorgaan van overheid en bedrijfsleven.

De Leidse hoogleraar Léon Buskens, voorzitter van het Aankoopfonds Volkenkundige Musea van de Mondriaanstichting, noemt de ontzamelplannen van het Wereldmuseum ‘schandalig’. Het Aankoopfonds is een samenwerking tussen de volkenkundige musea in Leiden, Amsterdam en Berg en Dal. Ze leggen geld bij elkaar voor nieuwe aankopen en het Mondriaanfonds verdubbelt dit bedrag. Het Wereldmuseum heeft zich ‘aan deze samenwerking onttrokken, een keuze van directeur Bremer’.

Buskens: ‘Ik begrijp de financiële nood. Maar de overheid laat haar taak hier liggen en zou deze ontzameloperatie moeten stoppen. Een unieke collectie gaat nu in de uitverkoop zonder dat er goed over is nagedacht door mensen met een academische achtergrond. Directeur Bremer handelt volslagen onverantwoordelijk, met als gevolg dat Nederland wordt beroofd van onvervangbaar erfgoed en een deel van de Nederlandse geschiedenis gewoon in de prullenbak wordt gegooid. Een regelrechte ramp. Het is de ultieme vermarkting van de museumwereld. Collecties zijn niet meer iets om te bestuderen en te presenteren, maar ze zijn koopwaar geworden. En Bremer is de ultieme koopman.’

Volgens Buskens is na het vertrek van vrijwel alle conservatoren de meeste expertise uit het Wereldmuseum verdwenen. ‘Directeur Bremer gaat alleen nog af op de expertise van kooplieden en doet andere kennis af als “volkenkundig gewauwel”. Topstukken worden bij hem alleen gedefinieerd door marktwaarde. En de mensen die het Wereldmuseum nu adviseren over het ontzamelen, zijn dezelfde mensen die de topstukken straks gaan kopen of verkopen. Hun belang is niet het bewaren van culturele goederen, maar het laten circuleren ervan.’

Met name de collecties Indonesië, Nieuw-Guinea en Afrika zijn volgens Buskens ‘uniek’. Ook de collectie Islamitisch Cultuurgebied was van hoog niveau, maar die is ‘deels al verkocht en daardoor inmiddels volstrekt gemarginaliseerd’.

De Leidse antropoloog, werkzaam als hoogleraar recht en cultuur in islamitische samenlevingen, stelt dat de gemeente Rotterdam de collectie van het Wereldmuseum ‘om niet’ over zou moeten doen aan het rijk. ‘Zoals dat ook is gebeurd met de collectie van het Tropenmuseum. Rotterdam moet gewoon zeggen: wij kunnen het beheer van deze unieke collectie financieel niet meer aan, neem het van ons over.’


Beeld: Depotstukken die het Wereldmuseum wil verkopen (Wereldmuseum Rotterdam).