Surfcultuur studeren in Australië

Canberra – ‘We overleven omdat we het regime hebben geïnternaliseerd. Onze dagelijkse praktijk bestaat uit het beantwoorden van e-mail om drie uur ’s nachts, werken in het weekend, ons voortdurend aanpassen aan de werkdruk en beursaanvragen doen. Het universiteitsbestuur leunt achterover en wij houden het systeem gaande.’

Deze woorden tekent de Australische academicus Richard Hil aan het eind van zijn boek Whackademia: An Insider’s Account of the Troubled University op uit de mond van een collega. Het Australische hoger onderwijs is volgens Hil het meest gedereguleerde ter wereld. Vanaf dit studiejaar gelden er geen maximale studentenaantallen meer aan de universiteiten en dat heeft geleid tot een explosie van aanmeldingen. Australië heeft op een bevolking die niet veel groter is dan die van Nederland 69 universiteiten, naast hogescholen en certificaatonderwijsinstellingen. In Hils boek doet een stroom academici zijn beklag over de gevolgen van de constante jacht op studenten voor het moreel van de docenten, de onderwijskwaliteit en de status van het onderzoek.

Veel punten van Hil komen ook aan de orde in kritische studies over de universiteit die de afgelopen jaren in Amerika en Engeland zijn verschenen: verlies van het vormingsideaal, commercialisering, bureaucratie, afglijdend onderwijspeil. Hil fulmineerde in een interview over ‘David Beckham-studies’ in Engeland. Hij noemde als Australisch voorbeeld plekken waar je het vak ‘Surfcultuur’ kunt volgen.

Hil meent dat deze tendensen nergens zo duidelijk zijn als in Australië. Het hoger onderwijs is een van ’s lands belangrijkste ‘export­industrieën’, maar het kan minder dan in andere Engelstalige landen bogen op prestige. Sinds de jaren tachtig ronselen universiteiten studenten met ronkende slogans als ‘Bereik internationale excellentie’, ‘De wereld is je campus’ en ‘Jouw universiteit, jouw leven’. Dat die slogans niet over onderzoek gaan is geen toeval; wie niet het geluk heeft een onderzoeksplek bij een van de acht onderzoeksuniversiteiten te veroveren, is aangewezen op zijn vrije tijd. Maar de invloed van gepubliceerde artikelen is wel bepalend voor de hoogte van het afdelingsbudget. Terwijl dat dus lager wordt, komt een steeds grotere stroom studenten het systeem in.

‘Belachelijk’, zegt een hoogleraar: ‘Het wemelt hier van de mensen die op de universiteit zijn beland omdat ze gefascineerd waren door Byzantijnse kunst of pantoffeldiertjes, maar die nu met riante salarissen kleine afdelingen sluiten en de hele dag formulieren ondertekenen. Als jullie generatie hier straks zit, is er niemand meer die weet dat dit ooit niet normaal was.’