Surfen over oppervlaktes

Sinds Allerzielen van het afgelopen jaar houden allerlei media zich bezig met De Grote Drie. Hoe moet het nu verder met onze literatuur nu ze er niet meer zijn, Hermans, Reve en Mulisch?
De Grote Drie: die naam was bedacht door Kees Fens, in de tijd dat mensen als Kees Fens nog het hekwerk aanlegden in de overzichtelijke akkertjes van de literatuur, Sinterklaas pas kon beginnen als er een nieuwe Jan Wolkers in de etalage lag en boekhandelaars in de toonaangevende boekenbijlagen keken voordat ze hun bestellingen plaatsten.
Inmiddels zijn er al vijf nieuwe Harry Mulischen gekroond en evenveel grote drieën, vieren, vijven en tienen op groepsfoto’s gezet. Het bewijst vooral dat de tijd van heldere kompassen voorbij is. Terwijl er juist nu zo gigantisch veel boeken verschijnen, in alle denkbare genres en op alle etages tussen de verheven ivoren toren en het banale souterrain. Juist nu is het verlangen naar ankers, kompassen en iconen zo diep. Ga maar na. Ooit waren er alleen decemberlijstjes. Nu brengt elk blad zomerleestips, millenniumlijsten, schaduwjury’s… Er zijn de bestseller-top-zestig en meer top-tienen dan boekhandels, literaire pikordes en mooiste zinnen, slechtste seksscènes en grootste beloften van onder de veertig, ranglijstjes van vrouwelijke schrijfsters en van linkshandigen, een top-drie van vegetarische auteurs met astma en van de heetste 65-plussers zonder rijbewijs. Knappe kop die straks nog een lijstje weet op te stellen van de vijf schrijvers die nog in geen enkel lijstje voorkomen.
Hoe steviger onze lijstjeshonger, hoe slapper juist de greep op ons overwoekerd boekenlandschap. Dat is het ironische van die grote verwarring. Even flakkert er een gevechtje tussen de Grote Twee - Kluun versus Koch - maar er is nog geen druppel bloed gevloeid of camera’s en microfoons tuimelen al weer naar het volgende dingetje.
We kunnen ons troosten met het besef dat de verwarring wereldwijd is. De laatste kaskraker is een boek dat alleen lege pagina’s heeft, en als titel: What Every Man Thinks About, Apart from Sex. Het gaat ons om het lolletje, het ginnegappen, het surfen over oppervlaktes. Dat het onder die oppervlaktes gewoon leeg mag zijn, legt dit blanco boek mooi bloot.
Op het Boekenbal zag ik bezoekers die op hun iPhone de app hadden geïnstalleerd waarmee je, als je je toestel op de trap richtte, Harry Mulisch op z'n vaste plek kon zien zitten. Lachen natuurlijk. En daarna swipe je weer door naar het volgende dingetje.
Swipen is, zoals ik ook pas recent weet, de veegbeweging die je op een lcd-touchscreen maakt om te bladeren. De swipe drukt volgens mij vrij nauwkeurig onze huidige modus operandus uit. Met een haastig en nijdig gebaar vegen we iets terzijde - weg ermee - waarna er iets voor in de plaats komt dat ons klaarblijkelijk evenmin kan verleiden tot een langdurige beschouwing en dat ook met een vingerveeg plaats moet maken.
Ik heb laatst eens geprobeerd een boek op iemands iPad te lezen en sloeg ook onmiddellijk aan het swipen. Weg, weg, dóór, dóór. We swipen ons te pletter. De wereld lijkt op wieltjes te zijn gezet. Wat ooit vaste grond onder onze voeten was heeft nu het meest weg van zo'n loopband op Schiphol. En verrassend vaak bekruipt ons het gevoel dat we die in tegengestelde richting bewandelen.
Logisch dat we dus verlangen naar wat overzicht, naar lijsten. Hoe meer we uitglibberen, hoe meer verlangen er is naar een plek waar we wél kunnen stilstaan, naar lijstjes van films waarbij we niet onmiddellijk op de fastforwardknop drukken, lijstjes van boeken die we niet meteen uitbladeren.
Logisch, maar daarbij vergeten we dat die lijstjes niet in stenen tafelen gebeiteld staan maar als pixels oplichten op lcd-schermen, swipebare lcd-schermen. Met een vingerveeg smijten we ze aan gruzelementen en verschijnt er een alternatief. We snakken steeds hopelozer naar een handzaam lijstje van de beste lijstjes, maar diep in ons hart weten we dat dit even onmogelijk is als water grijpen.
De wereld draait door. Boeken evenaren steeds vaker het productieproces van het maandblad _ snel geschreven, snel geredigeerd _ dat op zijn beurt weer dat van het weekblad evenaart, dat weer de haast van het dagblad overneemt, dat op zijn beurt weer het blogtempo aanneemt. Zelfs gebouwen zetten we neer met de vluchtigheid van modeontwerpen. In de swipewereld zijn architecten er niet langer zeker van dat hun gebouwen generaties lang meegaan. Norm is de kortzichtigheid van de couturier die zich alleen bekommert om het komende seizoen.
Maar ach, laat ik niet zeuren. Alles loopt toch op rolletjes?