Surinaamse partijen pompen hun ledenlijsten op

Paramaribo – Brassbands, praalwagens, kleurrijk vlagvertoon en uitzinnige feestvierders. Wie voor het eerst verkiezingen in Suriname meemaakt, denkt dat hij is terechtgekomen op een Caribisch carnavalsfeest.

Niet verwonderlijk. Inhoudelijke debatten of verkiezingsprogramma’s zijn er amper, laat staan berekeningen of alle beloftes te betalen zijn. Politici beperken zich tot waar ze goed in zijn: met zo veel mogelijk machtsvertoon de tegenstander imponeren. En daar hoort een flink feestje bij.

Het uitgelezen moment om voor het eerst met de spierballen te rollen, vond vorige zaterdag plaats. Tot die dag konden partijen zich inschrijven bij het Centraal Hoofdstembureau, vergelijkbaar met de Kiesraad in Nederland. Partijen moeten er onder meer hun naam en logo deponeren, zodat ze aan de stembusgang kunnen deelnemen. Een formaliteit, zou je denken, maar niet in Suriname. Partijen trommelen voor die enkele minuten hun volledige achterban op, die van heinde en verre komt opdagen, niet zelden van top tot teen uitgedost in de partijkleuren. Er wordt gezongen, gelachen en gedanst.

Lokale media brengen de festiviteiten uitgebreid in beeld. Partijleiders leggen de wildste verklaringen af. Zelfs al dingen zomaar eventjes 26 partijen (!) naar een stem van de ongeveer 350.000 kiesgerechtigden, wat de kans op winst erg klein maakt, toch rekent iedereen zich op voorhand schaamteloos rijk. Partijvoorzitters kondigen na hun registratie aan dat ze binnen twee maanden ‘de overwinnaar’ dan wel ‘de grootste verrassing’ of zelfs ‘de volgende president van het land’ zullen zijn. Tel je alle parlementszetels bij elkaar op die de partijen denken binnen te halen, dan kom je gemakkelijk aan 120. Terwijl er maar 51 parlementszetels te verdelen vallen.

Dezelfde overschatting zie je bij de ledenlijsten. Om te mogen meedingen moet elke partij een ledenlijst indienen die ten minste één procent van het electoraat vertegenwoordigt. Op die manier wil de overheid nietsbetekenende partijen zonder achterban weren. Alleen, opdagen met een ledenlijst waarop inderdaad dat vereiste procentje aan handtekeningen staat, zo’n 3500, komt niet echt strijdbaar over. In de praktijk dient het gros van de partijen zich dus aan met bij elkaar verzonnen lijsten, waarop vele tienduizenden handtekeningen staan.

President Desi Bouterse, voorzitter van de Nationale Democratische Partij, kwam zaterdagmiddag aan op het Centraal Hoofdstembureau met maar liefst vijftigduizend handtekeningen. Hij was de enige bij wie dat aantal wel eens zou kunnen kloppen: volgens de recentste peiling staat zijn partij grandioos op winst.