Suriname staat in de file

Paramaribo – Zo voelbaar de crisis in Europa mag zijn, zo duidelijk is de economische groei die Suriname nu al tien jaar meemaakt. Hotels en casino’s verrijzen in Paramaribo, de terrasjes zitten elk weekend bomvol, tot in het binnenland worden nieuwe bruggen geopend en gladde asfaltwegen aangelegd.

Op die wegen rijden bijna uitsluitend nieuwe Japanse bolides, niet zelden imposante terreinwagens die in Nederland alleen al aan milieubelasting een vermogen zouden kosten. Een levensgroot verschil met de Europese afdankertjes waarmee de Surinamers het tot een jaar of tien geleden moesten doen, toen het land nog langzaam opkrabbelde na decennia van economische malaise.

Eind vorig jaar berekende De Ware Tijd dat in de republiek intussen al 240.000 voertuigen rondrijden, bijna één per twee inwoners. Het afgelopen jaar zijn in totaal twintigduizend wagens het land binnengebracht. Eind 2010 moest de overheid zelfs al nieuwe nummerplaten bedenken, omdat het vorige type simpelweg was opgebruikt.

De Surinamers mogen op sommige vlakken nog steeds erg Nederlands zijn, de fiets blijft er een impopulair vervoersmiddel. Voor autohandelaren zijn het dan ook gouden tijden. Ze zijn al met zo’n tweehonderd en bieden de blinkende bolides aan tegen spotprijzen. Wie zesduizend euro op tafel legt, rijdt weg in een gezinswagen, vers van de boot uit Japan. Hoe dat zo goedkoop kan? Autodealers in Suriname worden internationaal al jarenlang verdacht van het massaal witwassen van crimineel geld.

Alleen moeten al die motorisch aangedreven statussymbolen zich dagelijks door een oud-koloniaal stratennetwerk wurmen dat eeuwen geleden hoogstens was voorzien op paard en wagen. Tel daarbij op dat het openbaar vervoer niet mee is ontwikkeld, en het resultaat is dat Paramaribo dagelijks in een onontwarbare verkeersknoop komt te liggen. Vooral rond zeven uur ’s morgens en drie uur ’s middags, wanneer alle ambtenaren zich naar en van het werk begeven. ‘Paramaribo lijdt aan “autositas”. Er rijden meer auto’s rond dan er mensen op de been zijn’, klaagt Helmut Gezius, voorzitter van de Surinaamse verkeersvrijwilligersvereniging, in De Ware Tijd. Volgens hem zijn er drastische maatregelen nodig. ‘Nog meer wegen aanleggen is de oplossing niet. De import van nog meer auto’s moet voorlopig verboden worden.’

Een idee dat weinig kans maakt. Volgens de Surinaamse overheid zou een importstop de economische groei van het land ‘ontwrichten’. En het gaat nu net zo goed.