Suriname wil een voorschot op de oliedollars

Paramaribo – Alle ogen zijn gericht op de kust: daar werden begin dit jaar drie grote olie-ontdekkingen gedaan, volgens schattingen goed voor zo’n 1,4 miljard vaten. ‘Afhankelijk van de olieprijs zal Suriname tussen de twintig en zestig miljard usd verdienen aan de olieproductie’, zegt Rudolf Elias, directeur van de Surinaamse oliemaatschappij Staatsolie. De eerste vaten worden echter pas tegen 2025 aan wal verwacht, en zo lang wil Suriname niet wachten. De nieuwe regering onderhandelt momenteel om alvast twee miljard dollar voorschot uit de toekomstige olie-inkomsten te ontvangen. ‘Waarom wachten op 2025, terwijl we nu aan het pinaren zijn?’ zei president Chandrikapersad Santokhi eind september op een persconferentie. De nieuwe president nam in augustus het stokje over van Desi Bouterse, die het land met een lege staatskas en een schuld van 2,3 miljard usd opzadelde. Santokhi wil het voorschot binnen twee maanden binnenhalen en gebruiken ‘om de crisis beheersbaar te maken’.

‘De regering neemt hiermee een heel groot risico’, reageert Winston Ramautarsing, voorzitter van de Vereniging van Economisten in Suriname. ‘De toekomstige olie-inkomsten zullen zo groot zijn dat we het gemis van twee miljard usd straks niet zullen voelen. Maar stel dat die olie niet komt, stel dat de olieprijs daalt? Het is geld van morgen dat we vandaag al eten.’ De econoom waarschuwt ook voor het verhoogde risico van corruptie. ‘De nieuwe regering heeft nog geen concrete stappen gezet om corruptie aan banden te leggen. Op dat vlak is er geen verschil met de vorige regering.’

Naast de inkomsten uit royalty’s en belastingen die Suriname straks zal ontvangen, is Staatsolie van plan zich voor twintig procent in te kopen in het productieproces. Daarvoor moet het bedrijf binnen twee tot drie jaar wel met zo’n één miljard dollar over de brug komen. Een moeilijke – maar geen onmogelijke – opgave, volgens Elias. In tegenstelling tot alle andere staatsbedrijven in Suriname is Staatsolie nog steeds aan het groeien. ‘En straks gaat de hele economie floreren. Denk vooral ook aan de spin-off’, zegt Elias. Maar voor het zover is, moet Suriname aan het werk. Uit een studie blijkt dat de meeste Surinaamse bedrijven (nog) niet aan de internationale vereisten voldoen om straks producten en/of diensten te leveren aan de offshore olie-industrie. Ook het onderwijs is er nog niet klaar voor. Wat dat betreft is het in het voordeel van Suriname dat de eerste olie pas in 2025 verwacht wordt.