Het is overigens maar de vraag of Irwin dat allemaal ironisch heeft bedoeld. Wat de Engelse bohémiens met de Franse gemeen hebben, is de idolatrie van mooie vrouwen, die verder hun mond dienden te houden. Als ‘femme trouvée’ is de typiste een spiegelbeeld van Bretons Nadja. Wanneer Caspar in 1936 in München de tentoonstelling Entartete Kunst bezoekt, vraagt hij zich af of de felle reacties van het publiek niet op een medeplichtigheid van surrealisme en nazisme wijzen. Die gedachte is al even plomp als de ontdekking van de schilder, wanneer hij als war artist de gevolgen van de Blitzkrieg in Londen 1940 of de kampen in 1945 moet schilderen, dat de werkelijkheid de fantasie van de surrealisten tart.
De roman van Caspar is dus een liefdesbrief, maar niet zo'n beste, zelfs niet voor het particuliere doel. Hij zegt zelf dat het schrijven een vreemd medium voor hem is, maar als schildering (van een gekwetst hart) stelt het ook niet bijster veel voor. Niet voor niets heeft hij op het laatst een denkbeeldige leermeester: Marcel - zoals de plaatjes van Duchamp is dit boek gebaseerd op gezichtsbedrog. Wanneer Caroline na het verschijnen van de roman inderdaad contact opneemt, blijkt zij getrouwd met een van Caspars beste vrienden, een surrealistische schrijver en goochelaar die in de Spaanse Burgeroorlog verdwenen is. Ook deze heeft een roman geschreven, een liefdesbrief voor dezelfde vrouw, het ware maar gecodeerde verhaal van Caroline, De vampier van het surrealisme. Al het voorafgaande komt daarmee op losse schroeven te staan, voor de verteller. Voor de lezer is dat de zoveelste doorzichtige truc.
‘Cadavre exquis’ heette het gezelschapsspelletje waarbij de een ‘n hoofd, de ander op hetzelfde papier een tors en weer een ander de rest tekent; hetzelfde kan met woorden worden gedaan. De twee romans waaruit dit boek bestaat zijn volgens die methode samengesteld; de roman die Irwin aanbiedt doet dat nog eens over.