Surrogaatkeuzes

‘Rehn keurt begroting Nederland goed’, kopten de kranten vorige week. Het suggereert opluchting, maar eigenlijk is het doodeng.

Medium commentaar 47 2013 surrogaatkeuzes

In het kader van de nieuwe, strengere (maar in de praktische uitwerking desastreuze) Europese begrotingsdiscipline mag eurocommissaris Olli Rehn sinds kort de schoolmeester spelen. Op gezette tijden deelt hij rapporten uit. Daarin worden de nationale, democratisch tot stand gekomen begrotingen beoordeeld. Nederland komt deze keer met de hakken over de sloot. Maar bij nieuwe tegenvallers zijn opnieuw extra bezuinigingen nodig, waarschuwt Europa. En o ja: die ‘hervorming’ van de arbeidsmarkt mag best wat rigoureuzer ter hand worden genomen. De Nederlandse kiezer stond erbij en keek ernaar.

Gelukkig bleef de nare smaak niet lang hangen. Er blijkt namelijk nog meer dan genoeg te kiezen – de drieprocentsnorm, het ‘Europees Semester’ en binnenkort wellicht ook de bindende ‘hervormingscontracten’ vanuit Brussel ten spijt. De komende weken strijden tientallen zorgverzekeraars namelijk met duizenden polissen om de gunst van de burger. Of beter: de zorgconsument. Die is kritischer dan ooit, heet het in de media. Geholpen door vergelijkingssites en artikelen boordevol tips bepaalt hij deze dagen zijn keuze.

Laat het economisch en financieel beleid maar aan de deskundigen over, zo klinkt het. Voor gewone mensen is dat veel te ingewikkeld

Waar Rehns rapporten steeds minder ruimte overlaten voor de kritische, geïnformeerde burger wordt de niet minder kritische consument op het schild gehesen. Niet alleen mogen we zelf bepalen bij welk bedrijf we energie afnemen, we beslissen ook over onze ringtone en welke deelnemer aan de zoveelste castingshow het mooist zingt: Piet of Destiny? Facebook heeft onze keuzevrijheid tot nog grotere hoogten gestuwd. Over al het denkbare en meer kunnen we stemmen. Vind ik leuk of vind ik niet leuk? En nu dus de jaarlijkse casting van de zorgverzekeraar.

Maar tussen die twee mensbeelden – burger of consument – zit een wereld van verschil. Als burger kun je voor of tegen het huidige zorgstelsel zijn, kun je verdere privatisering wensen of juist meer onderlinge solidariteit. Als zorgconsument heb je daar ongetwijfeld ook ideeën over – maar het doet er niet toe. Het enige wat telt is de prijs-kwaliteitverhouding. De kiezer kan tegen de almaar hogere individuele bijdragen zijn. Als jonge, gezonde zorgconsument kiest hij evengoed voor het maximale eigen risico. De burger kan marktwerking in de zorg een ramp vinden, en tóch zit zij avonden lang polissen uit te pluizen, in een poging twee tientjes per maand te besparen.

Zo wordt sluipenderwijs een nieuwe mens gedresseerd. Dat is zowel gek als gevaarlijk. Gek, omdat beleidsmakers steeds minder vertrouwen stellen in het gezonde verstand van de burger. Laat het economisch en financieel beleid maar aan de deskundigen over, zo klinkt het. Voor gewone mensen is dat veel te ingewikkeld. Tegelijkertijd zijn de verwachtingen van de rationele, calculerende consument hemelhoog. Als het om zoiets als een zorgverzekering of energierekening gaat, verwachten bestuurders ineens wél dat mensen zich door tientallen pagina’s gortdroge voorwaarden en prijstabellen kunnen worstelen.

Het is het een of het ander. Of de mens is te dom om zinnige keuzes te maken, maar dan moet Olli Rehn voortaan ook bindende adviezen geven over verzekeringspolissen en smartphone-abonnementen. Het ligt meer voor de hand dat het wel meevalt met die sukkelige burger. In dat geval kunnen we geen genoegen nemen met de eindeloze reeks surrogaatkeuzes die de markt ons voorschotelt. Het is hoog tijd voor echte Keuzevrijheid.