OPHEFFER

Survival, maar van wie?

Met enige regelmaat in mijn leven komt Darwin ter sprake.
‘Survival of the fittest’ en ‘evolutie’ – beide termen zijn overigens niet van Darwin afkomstig.
Ik ben een liefhebber van de evolutietheorie – voorzover ik hem begrijp, zeg ik er eerlijk bij, want ik teer nog steeds op middelbareschoolkennis.
Ik kan mij niet voorstellen dat iemand de evolutietheorie niet wil onderschrijven.
Maar door Darwin – ik schuif de schuld meteen af – voel ik me toch soms onbehaaglijk als ik – op mijn niveau – over de consequenties van sommige zaken nadenk.
Ik zal er een vervelend voorbeeld van geven.
Bepaalde religieuzen, dus mensen die gekozen hebben voor een bepaalde godsdienst, komen hier omdat ze hier beter kunnen overleven dan op de plek waar ze vandaan komen. Logisch. Omdat het ze goed gaat, maken ze hier meer nageslacht. Dat nageslacht is ook allemaal religieus. Anderen, ik noem ze voor het gemak autochtonen, weten dat de kwaliteit van ons leven beter wordt als we minder kinderen nemen. Dan krijgen we meer geld, dus meer kans op beter onderwijs, dus verstandiger kinderen – en dus ook minder religie. Dus je ziet aan de ene kant een toename van religieuzen, en aan de andere kant een afname van niet-religieuzen, maar de weinige niet-religieuzen hebben wel een hogere intelligentie. Wie kan zich uiteindelijk het beste aanpassen? Hoe gaat dit evolueren? Wie gaat winnen? De religieuzen of de intelligenten? (Ik stel het maar even sterk.)
Ik ben daar heel somber over. De religie gaat winnen, vrees ik. Ze vormen een meerderheid die de intelligente minderheid kan en zal verslaan, want religie is ook nog eens gewelddadig.
Als ik dit beweer, hoor ik steeds: misschien zijn tegen die tijd de definities van ‘intelligent’ wel veranderd en winnen de intelligenten toch. Ik vind dat een schrale troost.
De Griekse beschaving ging teloor, de Romeinse beschaving ging teloor – de barbaren wonnen in wezen altijd, en dan duurde het vrij lang voor je weer op een bepaald beschavingsniveau was. Onze beschaving gaat dus ook ten onder – en als je dat denkt, dan zie je dat gebeuren.
Maar echt weten doen we het niet. Misschien krijgen we heel vreemde mutaties. Maar ook valt volgens mij niet te zeggen wat de voordeligste mutatie zal zijn.
Zo lig ik ook wel eens in bed en dan bekruipt mij de angst dat het darwinisme zich van beschaving helemaal niets aantrekt. In welk land is men beschaafd? In de Scandinavische landen, in Duitsland (sinds kort, onder het nazisme was men trouwens dol op Darwin), in Nederland, België (al wat minder), in Frankrijk (volgens mij nog minder, al vinden ze zelf van niet), en misschien nog een paar landen, maar al met al valt het tegen met de beschaving op de wereld. Beschaving is hinderlijk en biedt volgens mij geen voordeel. Machtig zijn die beschavingen niet. Je aanpassen aan iets wat beschaafd is, is oneindig veel moeilijker dan je aanpassen aan iets wat onbeschaafd is. Ook al een argument waarom de beschaving zal verliezen.
Nu zou je denken: je teert op middelbareschoolkennis en je definities van intelligentie en beschaving zijn tamelijk willekeurig, bestudeer de materie eens wat beter, je bent toch zo intelligent?
Ik bestudeer de materie en merk dan dat ik het bijna niet meer kan bijbenen. Ik kan de statistieken niet goed begrijpen, en sommige zinnen in die Engelse boeken niet. Darwin zelf is trouwens heel leuk om te lezen, maar dat ik de moderne studies daarover niet goed begrijp, boezemt me ook weer angst in.
Ik ben uiteindelijk ook een soort immigrant.