28 februari 1926 - 22 november 2011

Svetlana Alliluyeva

Opgegroeid als ‘het prinsesje van het Kremlin’ werd ze later de lieveling van de CIA. Ze betreurde het dat haar moeder niet met een timmerman was getrouwd, maar met Josef Stalin.

HET SCHRIKBEWIND van Josef Stalin teruggebracht tot een Russische familieroman, zo typeerde een Amerikaanse criticus Svetlana Alliluyeva’s autobiografische boek Twintig brieven aan een vriend uit 1967. Hij zag er de schaduwen van Dostojevski in terug, als ze schrijft over het ijzingwekkende sterfbed van Stalin, zijn gezicht dat langzaam donker wordt en zijn lippen die zwart kleuren, hoe hij nog één keer zijn ogen opent, een afschuwelijke blik, en opeens zijn linkerhand optilt en iedereen lijkt te vervloeken. Sommige scènes deden hem denken aan Tsjechov; het verhaal over de ontmoeting tussen Stalin en zijn latere vrouw Nadya riep reminiscenties bij hem op van Pasternak en het bijna onwaarschijnlijke toeval dat een rol speelde in Dr. Zhivago. Stalin redde Nadya van de verdrinkingsdood toen ze zeventien was, ontmoette haar vijftien jaar later opnieuw, en trouwde met haar. Hij zou haar later trouwens ook de dood in jagen.
Svetlana Alliluyeva zei het zelf ook onomwonden in een interview in The New York Times: ‘Onze familie was het slagveld van de strijd.’ Ze doelde op de strijd tussen idealisme en macht, doel en middelen, goed en kwaad in de nasleep van de Russische Revolutie. Nadya geloofde in de idealen van de revolutie. Stalin, zo schrijft Alliluyeva, 'was in haar ogen ooit de beste belichaming van de revolutionaire Nieuwe Man’. Maar toen ze zag dat hij zich tot een wrede dictator ontwikkelde, volgde 'een verschrikkelijke, verwoestende desillusie’. Vooral ook omdat Stalin zich thuis eveneens tot een tiran ontpopte, dreef hij haar tot zelfmoord.
Maar niet alleen Svetlana Alliluyeva’s memoires lezen als een Russische roman - na de Twintig brieven publiceerde ze in 1969 nog Een jaar als geen ander -, haar eigen leven had ook veel weg van een verhaal van een Russische meester. Ze werd in 1926 geboren als Svetlana Stalina, de enige dochter van de bloedige dictator, en groeide op als 'het prinsesje van het Kremlin’. Stalin droeg haar altijd in zijn armen, gaf haar luide, natte kussen, verzon koosnaampjes voor haar als 'kleine specht’ en 'kleine vlo’, overlaadde haar met cadeautjes en amuseerde haar met Amerikaanse films. Svetlana werd een beroemdheid in de Sovjet-Unie, vergelijkbaar met het Amerikaanse kindsterretje Shirley Temple. Duizenden baby’s werden naar haar vernoemd; een parfum kreeg haar naam.
Maar na de dood van haar moeder, in 1932, was het gedaan met haar idyllische jeugd. In haar memoires betoont Alliluyeva zich ervan overtuigd dat de paranoia van haar vader zich pas goed ontvouwde na de zelfmoord van Nadya. Thuis was hij afwezig, vaak zelfs gewelddadig. En hij brak haar hart twee keer. De eerste keer was toen hij haar jeugdliefde, de filmer Aleksei Kapler, naar Siberië stuurde, omdat hij hem niet aanstond - hij was joods en een oudere man. De tweede keer toen hij haar dwong als goede marxist geschiedenis te gaan studeren en niet haar passie voor literatuur en kunst te volgen. 'Bohemiens’, schold hij, 'je wil je inlaten met bohemiens.’
Toen ze daarna weer met een joodse man wilde trouwen, Grigory Morozov, een medestudent, sloeg Stalin haar en weigerde hem te ontmoeten. Nu zette ze wél door, ze kregen één kind, Iosif, voor ze twee jaar later scheidden. Daarna trouwde ze de zoon van een van Stalins vertrouwelingen, Yuri Zhadanov, en kreeg een dochter, Yekaterina. Ook dat huwelijk liep mis.
Na Stalins dood in 1953 verloor Alliluyeva veel van haar privileges. Ze werd in de jaren zestig verliefd op een Indiase communist, maar de autoriteiten verboden een huwelijk. Toen hij ziek werd en stierf, stonden ze haar wel toe zijn as naar India te brengen. Daar wist ze de KGB van zich af te schudden, vluchtte ze in de Amerikaanse ambassade in New Delhi en vroeg politiek asiel aan. Ze werd de beroemdste sovjetballing na balletvirtuoos Rudolf Nurejev. Bij haar aankomst in New York wachtten de journalisten en fotografen haar op het vliegveld op. Het was geweldige propaganda voor de VS. Alliluyeva noemde het sovjetsysteem 'door en door corrupt’ en haar vader een 'moreel monster’, vergeleek de KGB met de Gestapo en verbrandde ritueel haar sovjetpaspoort. Van het prinsesje van het Kremlin was ze de lieveling van de CIA geworden.
Het leek zo mooi. 'Ik ben hier gekomen’, vertelde ze tijdens de persconferentie na haar aankomst in Amerika, 'om de zelfexpressie te zoeken die me zo lang ontzegd is in Rusland.’ Aan wie het maar wilde horen omschreef ze Amerika als 'vrij, vrolijk en vol heldere kleuren’. Maar al snel bleek dat ze er niet kon aarden. Ze trouwde nog wel, met de architect William Peters, een leerling van Frank Lloyd Wright. Maar hij dwong haar in een commune te wonen, en dat spoorde niet echt met haar vrijheidsdrang. Haar huwelijk liep op de klippen.
Met haar dochter uit dat huwelijk vertrok ze naar Engeland, later Moskou, uit heimwee naar haar inmiddels volwassen Russische kinderen. Ze werd, net als in de VS, als mascotte onthaald. Ze ging toch weer terug naar Amerika, Engeland, Frankrijk, een leven van zwerven volgde. De miljoenen die ze als voorschot had gekregen voor haar memoires waren verdampt, haar laatste jaren bracht ze door in armenhuizen.
In 1990 zei ze in een interview: 'Ik heb niet langer de prettige illusie dat ik me kan bevrijden van het etiket “dochter van Stalin”. Je kan je lot niet betreuren, al betreur ik het wel dat mijn moeder niet met een timmerman trouwde.’ Vorig jaar formuleerde ze het nog treuriger: 'Waar ik ook heen ga, hier, of Zwitserland, of India, Australië, een of ander eiland, ik zal altijd de politieke gevangene zijn van mijn vaders naam.’