Dit artikel is onderdeel van Het Groene Lab.

Het Groene Lab is de kweekvijver van De Groene en publiceert verhalen en essays van jong talent. Iets insturen? Mail ons via lab@groene.nl.

Swap-bewoners

Lange tijd was het voor de Nederlander de vanzelfsprekendste zaak van de wereld, het kopen van een nieuwe (tweedehands) fiets. Maar nu is daar opeens de swap-fiets. Hij is een symbool voor de ontworteling van de moderne stadsmens.

De blauwe voorband is niet meer weg te denken uit het Amsterdamse straatbeeld. Deze zogenoemde ‘swapfietsen’ zijn te huur voor een vast bedrag per maand, en als de fiets kapot gaat dan krijg je ‘binnen een dag een nieuwe’, zo meldt de website van het bedrijf. De fietsen zijn identiek, en bij een mankement neem je contact op (appen, bellen of mailen), waarna een auto langskomt met fietsen op het dak, en ‘swap’: je kapotte fiets wordt ingeruild voor een nieuwe. Een innovatief en handig initiatief, maar het succes van de swapfiets staat ook symbool voor de groeiende ontworteling van de bewoners van Amsterdam.
 
De opkomst van de swapfiets valt te plaatsen binnen een bredere ontwikkeling, die filosoof Zygmunt Bauman omschrijft als de opkomst van de ‘vloeibare moderniteit’. Volgens Bauman wordt onze tijd gekenmerkt door steeds meer flexibele sociale verbindingen. De samenleving wordt vloeibaar, zo stelt hij, en dit kunnen we aflezen aan de snelheid waarmee we verbindingen aangaan en ook weer verbreken. Neem bijvoorbeeld het huwelijk, ooit een onaantastbaar sociaal instituut en nu vrij eenvoudig te breken. Of neem werk, dat steeds minder gericht is op vastigheid en continuïteit, en steeds meer op flexibiliteit. Interessant is om te zien dat ook zoiets alledaags als een fiets niet aan deze ontwikkeling lijkt te ontkomen.
 

De verbinding van de mens met een fiets is zo vanzelfsprekend dat je er zelden over nadenkt. Iedere Nederlander is bekend met de ervaring van het kopen van een nieuwe (tweedehands) fiets: even wennen aan het zadel, het stuur, de afstand tot de pedalen, en bij een gloednieuwe fiets kun je genieten van een werkende bel, goed licht, een geolied slot en mooie ronde wielen. De fiets wordt een vast onderdeel van de dagelijkse structuur: wanneer je met de trein terugkomt van je werk staat daar in de stalling die ene fiets te wachten met die herkenbare kleur en vorm, waarvan jij de sleutel hebt.
 
De fiets gaat kapot, krijgt een slinger, krassen, een slappe ketting, en wordt gemaakt. Soms is er iets met de rem, de versnellingen, de spaken, of het handvat gaat los, en zelfs nadat je het vakkundig hebt teruggeplaatst blijkt dat je toch écht lijm moet gebruiken. Als je hulp vraagt bij de fietsenmaker word je geconfronteerd met je gebrekkige kennis van je eigen fiets, en feilloos prikt hij of zij door mogelijke bluf heen. Maar na betaling van een onverklaarbaar bedrag zijn de eerste honderd meter op je fiets vrijheid pur sang. Je mag gelegitimeerd schelden wanneer de fiets kapot gaat, en je voelt triomf wanneer de wind weer door je haren waait.

Mits niet gestolen, bouw je gedurende jaren, zo niet decennia, een relatie op met je fiets — soms goed, soms slecht, maar altijd existent. Al deze levensdeugden gaan voorbij aan de swapfietsers. Meer dan 100.000 swapfietsers, waarvan het leeuwendeel in Amsterdam, kopen voor € 16,50 per maand de ervaring van een eigen fiets af. Via een abonnement wordt er een flexibele overeenkomst aangegaan met het bedrijf, met een maand opzegtermijn, waardoor de fiets inwisselbaar wordt: een lekke band is reden genoeg voor een ‘swap’.

Bauman stelt dat aanzien niet meer wordt bepaald door materiële rijkdom maar juist door het tegenovergestelde: de mogelijkheid om niet verbonden aan, en afhankelijk van, spullen te zijn, en zo ‘licht’ mogelijk door het leven te gaan. In zijn werk Liquid Modernity schrijft hij dat ‘travelling light, rather than holding tightly to things deemed attractive for their reliability and solidity […] is now the asset of power. Holding to the ground is not that important if the ground can be reached and abandoned at whim’ (2000, p. 13). De swapfiets is een kenmerk van deze tendens. In plaats van een fiets te kopen met de intentie deze te onderhouden (met de hulp van de fietsenmaker) wordt de fiets een inwisselbaar product.

In het gebouw van de Universiteit van Amsterdam waar ik mijn werkplek heb, zit een vestiging van Swapfiets, en in de buurt domineren vele honderden blauwe voorbanden het straatbeeld. Niet alleen hier maar ook in andere wijken en andere steden lijkt de blauwe band bezig aan een snelle opmars. Op dit moment verspreidt de swapfiets zich over de landsgrenzen naar Duitse en Deense steden.

Vanwege de lichtblauwe voorband is de opkomst van de swapfiets in het straatbeeld nauwkeurig te volgen. Zo is de swapfiets voornamelijk te zien in het centrum van Amsterdam en de hippe wijken daaromheen, zoals de Pijp en de Dapperbuurt, maar vrijwel niet in Nieuw-West, de Bijlmer of ver in Noord. De blauwe voorbanden zijn een handige indicator geworden waarmee je de mate van gentrificatie en het type inwoners van een wijk kunt vaststellen. 

Hoewel niet zo bedoeld door het fietsbedrijf zelf, leent de term ‘swap’ zich uitstekend om te gebruiken als een metafoor voor een bredere maatschappelijke ontwikkeling: de groei van een groot aantal tijdelijke, licht reizende en ongebonden bewoners in de steden, ook wel te omschrijven als ‘swap-bewoners’. 

Volgens Google Dictionary betekent ‘swap’ als zelfstandig naamwoord ‘an act of exchanging one thing for another’, en synoniemen zijn ‘exchange, interchange, trade, barter, switch, trade-off, substitution’. Bauman stelt dat waar lagere sociaaleconomische klassen onderworpen zijn aan strikte migratieregels, de vermogende klassen — degenen die de mogelijkheid hebben om ‘licht’ te reizen — steeds makkelijker de ene plek voor de andere verruilen. Met andere woorden: net zoals de fiets wordt ‘geswapt’ bij een lekke band, wordt de ene stad makkelijk geswapt voor de andere stad.

De term swapbewoners — om er één woord van maken — refereert aan bewoners die zich wel vestigen maar zich niet binden en zó weer weg kunnen zijn. Er worden bewoners mee getypeerd die zo min mogelijk langdurige afhankelijkheden aangaan en wier eigendommen, zoals een fiets, inwisselbaar zijn. Investeren in de directe omgeving is secundair, want het kan zomaar gebeuren dat er morgen een vliegtuig gepakt moet worden naar bijvoorbeeld Londen of Berlijn, met het leven in een tas, zonder ruimte voor een zware, degelijke Gazelle. 

Ik zie deze mentaliteit ook bij mijn (internationale) studenten. Hoewel ze vaak betrokken en geëngageerd zijn, kiezen ook zij massaal voor de swapfiets. Ze kiezen bewust voor studeren in Amsterdam en voor de ‘buitenlandse ervaring’, maar niet voor het leren kennen van een kernelement van de Nederlandse cultuur: het kopen en onderhouden van een eigen fiets. Het blijft bij een ‘swapervaring’. Ze hebben geen hommeles met de ketting, ze bouwen geen relatie op met een lokale fietsenmaker en ze leren niet de kenmerkende geluiden van een eigen fiets kennen. De fiets wordt vervangbaar, en gereduceerd tot een vluchtige ervaring.

Maar het probleem ligt uiteraard niet bij studenten, een groep die historisch gezien gekarakteriseerd wordt door kortstondige verbindingen en waarvan het zelfs wordt verwacht dat ze vluchtig experimenteren. Zij zijn swapbewoners avant la lettre. Het probleem zit in de massaliteit van swapbewoners, en het feit dat deze groep relatief groot is ten opzichte van de stad die voor huisvesting moet zorgen. Met name in een stad als Amsterdam is dit problematisch, mede door de komst van de vele expats.

Zoals Het Parool aangeeft in het artikel ‘Amsterdam groeit vooral door komst van expats’ (21 februari, 2019), verandert de demografische samenstelling van de stad snel, en zal deze verandering in de toekomst, mede door de Brexit, nog grotere vormen aannemen (zie ook het CBS-rapport Bevolkingsontwikkeling 2018). Gezinnen worden de stad uitgedrukt door nieuwe bewoners die, vaak gesteund door vermogende bedrijven en flexibele arbeidsvoorwaarden, makkelijk van de ene stad naar de andere verhuizen. Deze expats zijn zogenaamde professionals en consultants in vele vormen en maten, maar ook instituten als universiteiten trekken tienduizenden studenten en personeel uit het buitenland aan — ‘internationalisering’ is een breed gedragen dogma bij zowel commerciële als publieke instanties.

Het aantrekken en huisvesten van grote aantallen swapbewoners is radicaal anders dan (klassieke) demografische verschuivingen als gevolg van migratie. Omdat swapbewoners zich kort vestigen en zich niet binden, ontstaat er geen permanente nieuwe culturele, religieuze of etnische samenstelling, met nieuwe economische verhoudingen, die kan wortelen. Er ontstaat daarentegen een constant veranderende doch repliceerbare eenheidsworst; een cyclus van steeds dezelfde soort ongebonden bewoners die een vluchtige ervaring met de stad aangaan en daarna weer snel verder reizen.

Woonwijken worden omgebouwd om aan de nieuwe wooneisen te voldoen. Volgens een verslag in de NRC getiteld ‘Woningen Amsterdam massaal als losse kamers verhuurd’ (22 februari, 2019), vindt er op grote schaal ‘verkamering’ plaats: huizen worden opgesplitst in kleine maar dure appartementen voor tijdelijke bewoning. Bepaalde wijken worden vrijwel kinder- en ouderloos. In de Nieuwmarktbuurt, waar ik zelf woon, zijn zelden nog kinderen te zien, en vrijwel geen ouderen. De stad verwordt tot een woonvliegveld voor bewoners op permanente doorreis.

De densiteit van blauwe voorbanden symboliseert de afnemende verbinding van een deel van de (nieuwe) bewoners met de directe leefomgeving, voornamelijk te zien in de grote steden, en bij uitstek in Amsterdam. De blauwe banden in de Pijp en de Nieuwmarktbuurt staan in hoge mate voor bewoners die op doorreis zijn in Amsterdam en, ‘swap’, dan in Londen wonen en, ‘swap’, dan in New York of Berlijn. De fietsenmaker blijft voor hen een onbekende, waarschijnlijk net als de Nederlandse taal en de kroeg om de hoek.

En niet te vergeten: deze verandering komt bóvenop het huidige massatoerisme, dat gepaard gaat met Airbnb en rolkoffers. In het straatbeeld zie je een visuele paradox ontstaan: hoewel de wijken in en rondom het centrum bomvol hossende mensenmassa’s zijn, wonen relatief weinig mensen er permanent. Door de groeiende aantallen swapbewoners kampt Amsterdam met toenemende ontworteling — of ‘flexibilisering’ — van haar inwoners, en is de stad langzaam maar zeker een stereotiep toonbeeld aan het worden van de vloeibare, moderne stad.


Pieter Lagerwaard is promovendus politicologie aan de Universiteit van Amsterdam.