Kosovo een jaar later

Sylvain Ephimenco

Hoe zou Kosovo er vandaag hebben uitgezien als de etnische zuiveraars van Milosevic niet in hun holen in Servië waren teruggedrongen? Vreemd genoeg is de vraag niet aan de orde bij de criticasters van de Navo-interventie van een jaar geleden. Op zich is het geruststellend dat in onze democratieën de precisiebombardementen aan kritiek onderhevig zijn, ook al is de overwinning eclatant en volledig. Dit is het verschil tussen de meeste Navo-landen waar men zijn opinie in alle vrijheid mag uitspreken en dictaturen waar kritische journalisten worden doodgeschoten of wegens spionage opgepakt.
Hoe Kosovo eruit zou hebben gezien als Milosevic de oorlog niet had verloren, kon men deze dagen ervaren in Nis: willekeur, onrechtvaardigheid en repressie. Voor een Servische rechtbank werden 143 Kosovo-Albanezen tot lange celstraffen veroordeeld wegens «het plegen van terrorisme». Deze Albanezen waren allen afkomstig uit het stadje Djakovica in het zuidwesten van Kosovo. Volgens hun advocaten waren ze zomaar van de straat geplukt met 150 andere lotgenoten die weer werden vrijgelaten door «gebrek aan bewijzen». De 143 veroordeelden ontkenden betrokken te zijn geweest bij aanvallen van het Kosovo-Albanese bevrijdingsleger op Servische politie en militairen in april 1999. Het hielp niet omdat de bewijsvoering in Servië een rekbaar begrip is. Het geeft te denken dat er buiten Kosovo nog steeds grove afrekeningen plaatsvinden. Alsof de Serviërs zich destijds al bewust waren van het feit dat het verlies van Kosovo ook het verlies van de mogelijkheid tot onderdrukken van moslims betekende. Daarom hadden ze indert
ijd alvast enige voorzorgsmaatregelen getroffen. Zo ging het terugtrekken van het Servische leger gepaard met het oppakken van meer dan tweeduizend Albanezen die gedwongen werden het verslagen leger naar hartje Servië te volgen. Daar kwijnen de meesten nu al meer dan een jaar weg in hun cellen.
Er zijn sinds de Navo-overwinning veel argumenten naar voren gebracht om op het succes af te dingen. Zo was de teleurstelling groot toen bleek dat niet honderdduizend Albanezen maar «hooguit» tien- of twintigduizend door de Serviërs waren geslachtofferd. Nu wordt vooral op de militaire doeltreffendheid gemikt. De Navo-bommen zouden niet meer dan veertien tanks hebben vernietigd. Een belachelijk aantal gezien de 33.000 vluchten. Nou en, zou ik zeggen, en ik ben wat dat betreft geneigd de opini ërende bijdrage te volgen van Pascal Boniface, directeur van het Franse Instituut voor Internationale Betrekkingen dat onlangs onder de kop «Het verkeerde militaire debat» in Libération verscheen. «Wat ook het aantal uitgeschakelde militaire doelwitten mag zijn, wat telt is dat de politiek van etnische zuivering van Milosevic is afgelopen. De onacceptabele repressie van Kosovo-Albanezen door de Servische machthebbers behoort tot het verleden.»
Wellicht waren de uitschakeling van elektriciteitscentrales en het ontregelen van de economie in Servië doorslaggevender voor Milosevic dan het verlies van enkele pantservoertuigen in Kosovo. Het echte resultaat is dat alle vluchtelingen konden terugkeren naar hun dorpen en steden zonder bevreesd te hoeven zijn in de martelkelders van de Servische politie te belanden. Je kunt oprecht betreuren dat op hun beurt duizenden Servische Kosovaren hebben moeten vluchten, maar het was naïef te veronderstellen dat een volk dat jarenlang zo getreiterd en vernederd was, tot een grote mate van verdraagzaamheid jegens de ex-onderdrukkers bereid zou zijn. In een regio waar Milosevic sinds eind jaren tachtig alleen maar haat en verderf heeft gezaaid, zal het principe van vreedzaam samenleven niet vandaag of morgen hersteld kunnen worden. Het proces tegen de 143 uit Nis is daarvan een bewijs.