Symboolpolitiek

Elke oorlog kent een schaduwgevecht met leuzen en symbolen. Op dit terrein doen de Serviërs het niet slecht. De schietschijf met het woord ‘Target’ verschijnt overal: op regenjassen van menselijke schilden op Belgradose bruggen, op revers van Servische politici en zelfs op jaspanden van demonstranten op het Binnenhof en de Dam. Op de televisie kwamen twee bedenkers van het protestteken aan het woord. Het waren reclamejongens, van wie de Engelse uitspraak deed vermoeden dat ze een gedegen opleiding hadden genoten bij een Amerikaans reclamebureau. Ze stelden dat Milosevic bij de Bosnië-campagne grote fouten had gemaakt. Ze refereerden daarbij niet aan zijn indirecte betrokkenheid bij de oorlogsmisdaden, maar aan zijn communicatie. Hij had de zaak niet goed verkocht. Dat moest nu beter.

De kracht van de schietschijf ligt in zijn eenvoud. Met de stip en de twee zwarte cirkels wordt de logica van de Navo in één keer omgedraaid. Bij de Golfoorlog werd de strijd vooral verbeeld als een videospelletje. Op nauwelijks herkenbare gebouwen en bruggen verscheen een wit kruisje, waarna het object de lucht in vloog. Het schone en precieze van die oorlog is in de Servische beeldtaal behouden - het is een strak ontwerp, uitgevoerd in zwart en wit - maar wordt nu getransformeerd tot een aanklacht. Missers worden voltreffers. De burgerslachtoffers zijn zo geen uitzondering maar opzet. Zo wordt elke Serviër een slachtoffer. En slachtoffers kunnen onmogelijk dader zijn. Maar de schietschijf is een uitdrukking van geleend slachtofferschap. De dragers getuigen van een totale vereenzelviging met de Servische bodem. Elke krater in de heilige grond voelt als een kogelwond. Het is dan nog maar een kleine stap om daadwerkelijk als levend schild een bedreigde brug te beschermen. Toch schuilt daarin een vreemde ironie. Bij andere oorlogen werd het onrecht van ‘laffe luchtaanvallen’ vooral getoond door de getroffenen een gezicht te geven. Saddam Hoessein toonde graag beelden van toegetakelde mensen in armzalige ziekenhuisbedden, en de eerste berichten uit het bezette Koeweit gingen over baby'tjes die overleden waren doordat de Irakezen hun couveuses hadden gestolen. De schietschijf ontneemt de mensen die hem opspelden hun individualiteit. Ze worden inwisselbaar. Dat is waarschijnlijk ook de bedoeling. Het moet ons westerlingen confronteren met de anonimiteit en de willekeur van de slachtoffers. Maar bij executies voor een vuurpeloton kreeg de veroordeelde juist een schietschijf opgespeld opdat de schutters de man of vrouw achter het doelwit konden vergeten. En ook nu worden de slachtoffers weer anoniem en vergeetbaar. En zodra de schietschijven spreken vanaf hun brug in Belgrado of hun demonstratie op de Dam, verdampt het laatste restje individualiteit. Ze scanderen leuzen. De schietschijf is zo eerder een merkteken van politiek extremisme. Hun slachtofferschap heeft iets pathetisch. Er klinkt een masochistisch verlangen in door naar het noodlot. Job was ook een beetje trots dat God hem had uitverkoren om zo op de proef te stellen. Maar een zelfgekozen noodlot is net iets minder tragisch. Zo bezwijkt het symbool aan zijn eigen succes. Door namelijk elke Serviër bij voorbaat te bestempelen als schietschijf dreigen de werkelijke slachtoffers te worden vergeten. Terwijl van ieder slachtoffer van vlees en bloed - vooral van bloed - altijd een appel uitgaat het vuren te staken. Zo dreigen de Serviërs ook de symboolpolitieke strijd te verliezen.